Soms denk ik dat ik in de verkeerde tijd ben geboren. Zou het niet prachtig zijn te leven in de periode dat de moderne kunst geboren werd? Dan corrigeer ik mezelf: nee, er waren ook toen veel problemen en onzekerheden. Maar bij de nieuwe tentoonstelling Kleur ontketend in het Gemeentemuseum Den Haag ga ik toch weer twijfelen. Omdat de getoonde kunst geweldig is, terwijl het tijdsbeeld meer op het huidige blijkt te lijken dan ik besefte. En er zijn nog een paar redenen waarom u moet gaan – en eigenlijk meteen in de eerste week.

1. Een tijd als de onze?

In de entreezaal van Kleur ontketend zien we een film – in zwart-wit. In een loop van 5 minuten komt een tijdsbeeld voorbij dat de bezoeker terug moet plaatsen in de tijd rond 1900. Met de opkomst van telefoon, telegraaf en trein werd de wereld steeds kleiner; met film en grammofoon steeds mondainer. Velen vroegen zich af waar het met de wereld heen moest: gingen de ontwikkelingen niet te snel? De vergelijking met de opkomst van internet en mobiele technologie in de afgelopen decennia dringt zich op. De wereld nóg eens zo klein, is dat een kans of een bedreiging? Technologische vernieuwing en een onrustige wereld – het is nu niet anders dan in de periode van deze tentoonstelling, van 1885 tot het begin van de wereldoorlog in 1914. Maar of onze tijd achteraf gezien net zulke revolutionaire kunst zal voortbrengen is nog een open vraag.

2. Belgische kleur op Hollandse wangen

Een recente tentoonstelling in het Gemeentemuseum behandelde de Haagse School. Hoewel die in zijn tijd als vernieuwend gold, is vooral het kleurgebruik traditioneel. De grote kleurexplosie kwam uit België via Jan Toorop en Henry van de Velde. Zij waren lid van de Brusselse kunstenaarsvereniging Les XX (Les Vingt). In 1885 haalden zij werken van onder anderen Van Gogh, Gauguin en Monet voor een verkooptentoonstelling naar Den Haag. Alles ging onverkocht retour. ‘Schilderen met erwtjes’ noemde Haagse School-coryfee Mesdag de impressionistische en pointillistische werken. Met Mesdag in gedachten toont de eerste zaal meteen waarom Nederland er niet aan toe was. De uitgesproken kleuren en losse toets van de nieuwe generatie moeten een schok teweeggebracht hebben. Op de tentoonstelling hangen diverse werken die ook op de tentoonstelling van Les XX gehangen hebben.

3. Rik Wouters

Van België gesproken. Een speciale zaal is ingericht met werk van Rik Wouters (1882-1916), publiekslieveling in Vlaanderen, maar betrekkelijk onbekend in Nederland. Wouters combineert figuratief werk – het meest schilderde hij zijn vrouw – met zeer intens kleurgebruik. Zijn schilderijen hebben vaak een enorme diepte. Het grote brons Huiselijke zorgen is altijd in het museum te zien, maar niet eerder in deze context.

4. Mondriaan als bijna-impressionist

Om Mondriaan kun je in het Gemeentemuseum eigenlijk nooit heen. Kleur ontketend plaatst relatief vroeg werk als Molen bij zonlicht naast schilderijen van Jan Sluijters en Leo Gestel. Deze kunstenaars willen niet meer uitdrukken wat je ziet, maar wat je erbij voelt. En dat kan net zo goed de natuur zijn als het bruisende leven in Parijs. Ook hier slaagt het museum erin het contrast en de schok van het nieuwe zichtbaar te maken door Bal Tabarin van Sluijters tegenover Het loopmeisje van Henri Evenepoel te hangen. Evenepoel beschouwt, Sluijters c.s. beleven.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Bomen van Mondriaan en Sluijters (foto auteur)
Bomen van Mondriaan en Sluijters (foto auteur)

5. (Gerestaureerde) topstukken en bruiklenen

De tentoonstelling heeft veel bruiklenen uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, maar ook uit andere musea uit de hele wereld én uit particuliere collecties. Samen met de eigen collectie is het museum er daarmee in geslaagd een grote hoeveelheid echte topstukken bijeen te brengen. Een aantal werken uit de eigen collectie is bovendien onder handen genomen in een speciaal onderzoeks- en restauratieproject, wat leidt tot – wederom – nog meer kleur.

6. Colenbrander

Onder de topstukken zijn niet alleen schilderijen. Je staat er niet altijd bij stil, maar ook de uitgesproken kleuren van het Colenbrander-keramiek, waarvan het Gemeentemuseum zelf veel bezit, stammen uit de bewuste periode. Kleur drong dus niet alleen door in de autonome beeldende kunst, maar ook in design.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

7. Autochromes: venster op 1905

Heel bijzonder zijn drie autochromes uit de collectie van de Universiteit Leiden. We mogen ons weer zeer gelukkig prijzen met de samenwerking tussen het museum en de universiteit. Want wat zien we? Autochromes zijn een zeer vroege vorm van kleurenfotografie, waarbij net als een dia de originele belichte glasplaat het beeld geeft. De drie getoonde exemplaren stammen uit 1905-1910 en zijn gemaakt door Berend Zweers. Anders dan veel tijdgenoten besefte hij dat fotografie niet alleen documentair gebruikt kon worden, maar ook voor het scheppen van kunst. De autochromes zijn ontzettend kwetsbaar en kunnen dankzij een speciaal nieuw procédé voor het eerst aan publiek getoond worden. Dat gebeurt in een speciale behuizing en niet langer dan tot en met 11 oktober. Daarna komen er kopieën voor in de plaats. En dat is de reden dat u snel moet gaan, want bij het indrukken van een knop en daarmee belichten van een van deze autochromes staat u oog in oog met een moment van een ruime eeuw terug. In kleur. Ontroerend.

Berend Zweers (1872-1946), zonder titel, 1905-1910, autochroomplaat, 18,0 x 12,9 cm (afm. glasplaten, beeld 17,0 x 12,0 cm), collectie Universiteitsbibliotheek Leiden, inv.nr.
Berend Zweers (1872-1946), zonder titel, 1905-1910, autochroomplaat, 18,0 x 12,9 cm (afm. glasplaten, beeld 17,0 x 12,0 cm), collectie Universiteitsbibliotheek Leiden, inv.nr.

Kleur ontketend, Gemeentemuseum Den Haag, 3 oktober 2015 tot en met 3 januari 2016