‘Nou, als we niet heelhuids thuiskomen, weet dan dat we van jullie hielden,’ grapten we tegen onze familie vlak voordat we zaterdag naar Brussel vertrokken. We zouden daar een interview hebben met de Amerikaanse schrijver David Vann, en de dag erna een wandeling maken door Brussel in de voetsporen van de schrijfsters Charlotte en Emily Brontë. Er zou wel wat politie op de been zijn, verwachtten we, zo vlak na de aanslagen in Parijs en de arrestaties in Brussel, maar ach, het zou wel loslopen.

Zaterdag

Als we met David door de stad lopen voor de fotoshoot, blijkt het allemaal toch wel wat serieuzer dan we dachten. ‘Er is écht overal leger en politie, het is bizar,’ zegt hij. We lopen naar het Place de la Bourse, maar zien dat het monument aldaar is afgezet met dranghekken. De houten keetjes, bedoeld voor een kerstmarkt, lijken ineens wachtposten, met ervoor politieagenten en militairen, machinegeweren over hun schouders, camouflagesjaals opgetrokken tot vlak onder hun ogen. Twee tanks, twee politieauto’s. ‘Mogen we een foto maken op de trappen?’ proberen we nog, maar het antwoord weten we al. Rondlopen met een camera is op zich al verdacht; we worden nauwlettend in de gaten gehouden. ‘Maar wel goed dat u het vraagt,’ zegt de soldaat nog. Want anders? Zouden we dan zijn gearresteerd?

©Marc Brester/AQM
©Marc Brester/AQM

Als we na een interview van bijna twee uur weer buiten komen, is de sfeer grimmiger geworden. Alle restaurants en cafés moeten sluiten, horen we, en daar wordt massaal gehoor aan gegeven. De sfeerverlichting in de bomen op de Oude Graanmarkt brandt niet, de kerstmarkt is afgesloten, de eet- en drinklokalen zijn leeg. Ook de straten worden steeds leger, op de aanwezigheid van agenten en soldaten na.

Een grote opblaasdinosaurus moet worden opgeruimd, het reuzenrad staat stil. In de hotellobby daarentegen is het heel erg druk; alle gasten blijven hier om iets te eten en te drinken. Als je nu een aanslag wilde plegen, dan wist je waar je moest zijn. Maar de hoofdingang is afgesloten en de bewaker bij de receptie verlaat zijn post geen minuut.

We laten onze hond Vigo uit en lopen een rondje door een verlaten stad. Een zaterdagavond in Brussel en vrijwel niemand op straat – het doet vervreemdend aan. Ik zou willen dat wij nu ook ‘en terrasse’ zouden kunnen zijn, maar het ziet er voor vanavond kansloos uit. We moeten wel nog iets eten – hopelijk heeft de voedselvoorraad in het hotel niet al de bodem bereikt als we terug zijn.

We groeten de agenten en militairen die we tegenkomen. Hun gezichten staan gespannen. Wat weten zij allemaal? Wat is er gaande wat niet verteld wordt? Het moet wel iets groots zijn, gezien de ernst van de maatregelen en de enorme hoeveelheid beveiliging die op de been is. Dit moet miljoenen kosten, en dat doen ze vast niet zomaar. Er is zoveel wat je als burger niet weet, en dat is waarschijnlijk maar goed ook. Want als je ziet dat mensen nu al de stad mijden – reserveringen zijn massaal gecanceld, mensen gaan de straat niet op – dan ligt grote paniek op de loer. Ben jij ongerust of bang? vragen we elkaar. Nee, dat zijn we niet, helemaal niet zelfs.

Voor je verder leest...

Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word Lid!

©Marc Brester/AQM
©Marc Brester/AQM

Zondag

De Grote Markt is op zondagochtend rustiger dan normaal, maar niet geheel verlaten. Nog altijd staat de stad vol legervoertuigen en soldaten. Wij met onze camera worden opnieuw goed in de gaten gehouden, al lijkt Vigo een ontwapenende factor te zijn. Mensen gaan de stad in, al is het beduidend rustiger dan het hier normaal op een weekenddag is. Veel winkels en restaurants blijven gesloten, maar er zijn er ook steeds meer die toch gasten verwelkomen. Bij elk monument, plein of officieel gebouw staan mannen in blauw en bruin-groen opgesteld. Door de stad racen met regelmaat politieauto’s met sirene heen en weer. Machtsvertoon of zou er echt iets aan de hand zijn? Niemand die het weet.

Als we de hele dag buiten op sjouw zijn geweest en ons met de Brontë-sisters even in de negentiende eeuw hebben gewaand, komen we ’s avonds ruw terug in de eenentwintgste. We gaan een hapje eten, maar zijn de enigen in een verder verlaten restaurant en terwijl we nog aan ons hoofdgerecht zitten, gaan de rolluiken al omlaag. Even verderop op de Grote Markt is een politieactie gaande, de boel is afgezet en het Radisson Hotel schijnt min of meer afgesloten te zijn. ‘Ik zou maar niet die kant op lopen,’ adviseert de serveerster vriendelijk. ‘Wees voorzichtig.’

Tanks en televisieploegen in Brussel ©Marc Brester/AQM
Tanks en televisieploegen in Brussel ©Marc Brester/AQM

Kom, we gaan Vigo uitlaten, ‘met gevaar voor eigen leven’, grijnzen we naar elkaar. De hoeveelheid bewaking overal lijkt nog wat opgeschroefd en er cirkelen helikopters boven het centrum; zonder lichten, waardoor je ze wel hoort, maar niet ziet waar ze zijn. Het geeft een onheilspellende sfeer, maar het is, hoe raar dat ook klinkt, in zeker zin ook wel verfrissend om te zien wat er allemaal gebeurt en om te voelen hoe dat is – want dit staat ons in Nederlands op zeker moment ook te wachten, vermoed ik. En zijn er niet wereldwijd hele volksstammen die dag in, dag uit te midden van dreiging of werkelijke aanslagen leven?

Of er nu wel of geen aanslag gepland stond, die terroristen hebben toch aardig wat weten te bereiken dit weekend. Zouden ze in hun vuistje lachen? Het moet haast wel, als je ziet wat er hier gebeurt. De toeristen blijven weg, musea, concertzalen en andere openbare gelegenheden zijn gesloten. Geen kunst dit weekend, wel tanks en televisiecamera’s. Ook dit is helaas onze cultuur, steeds meer.

©Marc Brester/AQM
©Marc Brester/AQM