Update 4-12-15: Bij de plenaire behandeling van de cultuurbegroting op 3 december hebben de heren Monasch (PvdA) en Van Veen (VVD) het omstreden amendement ingetrokken. In plaats daarvan is een amendement aangenomen waarin eenmalig 10 miljoen is vrijgemaakt uit de extra opbrengst van de belasting op vervuilende bedrijven. Uit deze bijdrage worden onder meer de festivals gesteund, talentontwikkeling gefaciliteerd en de open monumentendag geholpen. Dit amendement is gesteund door vrijwel de hele Kamer en werd ingediend door de VVD. Die daarmee het nieuws uit dit artikel bevestigt: de partij beaamt hiermee namelijk dat de bezuinigingen van Halbe Zijlstra in Rutte I te ver zijn gegaan en reparatie behoeven.


Het grote nieuws van het licht chaotische Kamerdebat op 30 november over de cultuurbegroting zat niet in de grote woorden die gesproken werden. Het grote nieuws is ook niet dat de PvdA samen met de VVD een bizar amendement heeft bedacht waarmee het rijk vrij beeldende-kunstgeld weghaalt bij de gemeentes om dat te geven aan een paar festivals en de particuliere beveiliging voor Debatcentrum De Balie. Dat is allemaal waar. Het grote nieuws van het debat is dat de VVD met het één-tweetje met de PvdA expliciet heeft toegegeven dat de cultuurbezuinigingen van Rutte 1 hun doel voorbijgeschoten zijn.

VVD-cultuurwoordvoerder Michiel van Veen werd tijdens de begrotingsbehandeling steeds zwijgzamer. Het verdedigen van het amendement van hem en PvdA’er Jacques Monasch liet hij grotendeels over aan laatstgenoemde. Op zich slim. Daarmee hoefde Van Veen namelijk niet zelf te zeggen wat Monasch wel vertelde: dat VVD en PvdA er beide van overtuigd zijn dat met name de cultuurfestivals te hard en onterecht worden geraakt door de bezuinigingen, en dat ze dat willen repareren.

Niemand van de overige woordvoerders pikte dat gegeven er eigenlijk uit, en dat was weer opvallend. Men hamerde vooral op de gebrekkige inhoudelijke onderbouwing van het plan en de nogal schandalige manier waarop dit amendement financieel gedekt wordt. Het volstaat te zeggen dat de financiering van de 13,5 miljoen reparatiegeld gebeurt doordat geld dat gemeentes nu vrij kunnen besteden aan het stimuleren van vooral beeldend kunstenaars, door het rijk wordt bestemd voor festivals en beveiliging van mogelijk controversiële kunstmanifestaties. Hoe omstreden dat plan is, valt op te maken uit het tweetverslag dat we maakten van het debat en dat u onderaan deze tekst kunt vinden.

Bommetje

Monasch en Van Veen zakten tijdens het debat steeds meer in elkaar. Hun leuke balletje was een bommetje geworden en ontploft in hun eigen gezicht. De ministers van BZK (Plasterk, PvdA) en Cultuur (Bussemaker, ook PvdA) vinden het niks. De woordvoerders BZK van de twee regeringspartijen vinden het niks. Het was met niemand doorgesproken. En nu is de cultuurwereld ook nog boos. Logisch: men is het zat om steeds opnieuw tegen elkaar uitgespeeld te worden, nu immers voor de zoveelste keer een verhoging van het ene budget, ten koste gaat van een ander budget.

Waarom hebben Monasch en Van Veen tot deze wellicht politieke zelfmoordaanslag besloten? Het lijkt grotendeels gissen, maar er doemt ook een vervelende waarheid op. Van Veen vertelde bij het debat immers dat hij in juni al met dit plan bezig was. We hebben het verslag erbij gepakt en wat blijkt: de VVD vond dat beeldende kunstgeld voor de gemeenten maar niks. Van Veen zei het als volgt: ‘Het besluit om voor maar liefst 13,5 miljoen euro geen tegenprestatie van gemeenten te vragen, kan ik niet rijmen met de matching- en multipliergedachte die bijvoorbeeld bij Economische Zaken bijzonder effectief is. Geen matching, geen geld: simpel. Wat is de echte reden dat de Minister die gedachte loslaat en meer dan 13 miljoen euro in de tombola van het Gemeentefonds gooit?

Monasch ging op dat moment vol vreugde in op de suggestie van de VVD: ‘Is de heer Van Veen het ook met me eens dat het, zeker in deze tijden, niet verstandig is om 13,5 miljoen te decentraliseren zonder oormerk voor cultuur? Als deze weg bewandeld wordt, moeten we dan niet naar een alternatieve landelijke besteding kijken? Daar is nog genoeg te doen en dat kan ook. De heer Van Veen wijst terecht op punten waarmee nog het een en ander moet gebeuren.’

Voor je verder leest...

Wij geloven in onderzoeksjournalistiek over cultuur. Het is geen onderwerp waar je enorm populair mee wordt. Reden waarom de meeste media alleen die paar sensationele berichten meenemen, maar niet verder kijken. Cultuurpers richt zich juist op die verhalen die voor de cultuurwereld belangrijk zijn, maar die de grote media te klein vinden. Dat kunnen we alleen volhouden als jij meedoet. Door ons tips te geven, maar ook als je lid wordt of ons steunt met een donatie. Houd de cultuurwereld scherp!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen. Geef 2,50, 10 euro of meer!

Van Veen (VVD) ging op de uitnodiging in: ‘Ik bouw een tussenweg in. Ik wil eerst van de Minister weten waarom ze de matching heeft losgelaten. In het beleid dat we eerder voerden, moesten gemeenten het geld matchen. Ik ben het met de heer Monasch eens dat we graag zien dat het geld in de cultuur landt.

Spelletje

Op het eerste gezicht lijkt het dus een politiek gemotiveerde herbestemming van het budget. De VVD wil graag van elke cent weten hoe die wordt uitgegeven en wil geen ‘vrij’ geld waarmee gemeentes bijvoorbeeld hun cultuurbegroting kunnen repareren. De PvdA wil graag de festivals redden, en suggereert dat de VVD die 13,5 miljoen wil afpakken. Vandaar dat beide partijen de taken verdeeld hadden. Het is een uitruilconstructie volgens de beste tradities van het huidige kabinet. En we weten ook wie er het slachtoffer van wordt: hoe dan ook de mensen die nu gebruik maken van dat vrije geld voor Beeldende Kunst en Vormgeving. Dat budget raken ze namelijk sowieso kwijt. Daarmee is gedreigd, en daardoor staan de twee PvdA-bewindslieden dankzij hun eigen overmoedige cultuurwoordvoerder met de rug tegen de muur: de enige manier om die 13,5 miljoen veilig te stellen voor cultuur is deze bestuurlijk onbehoorlijke greep  (aldus de minister tijdens het debat) in de gemeentekas.

Doen ze dat niet, zal de VVD het geld van zijn culturele bestemming ontdoen en aan de algemene middelen toewijzen, zoals dat met vergelijkbare vrije budgetten al is gebeurd. De minister waarschuwt daarvoor in haar beantwoording die vandaag werd verstuurd: ‘De amendementen van de leden Monasch en Van Veen hebben consequenties voor de ondersteuning van de beeldende kunst en vormgeving. Welke consequenties dat heel precies zijn voor individuele gemeenten, is moeilijk te voorspellen. Er wordt € 13,5 miljoen uit het gemeentefonds gehaald. Op grond van bovenstaande onderzoeken is het aannemelijk dat er daardoor € 13,5 miljoen aan bestedingen aan beeldende kunst en vormgeving verdwijnt. Echter, de amendementen op de OCW-begroting voorzien in een herinvestering van € 13,5 miljoen in de culturele sector. De middelen zullen voor een belangrijk deel op andere plekken in de culturele sector terechtkomen, dan bij beeldende kunst en vormgeving. Waarschijnlijk komen de middelen ook terecht in andere gemeenten. De exacte herverdelingseffecten zijn nu niet te voorspellen, aangezien de middelen voor een deel via een aanvraagsystematiek beschikbaar zullen komen.’

Van Veen en Monasch zijn geen vrienden. Een van de twee heeft de ander in een houdgreep. Maar ondertussen vergeet iedereen dus te signaleren dat de VVD heeft toegegeven dat de bezuinigingen op minstens de festivals onrechtvaardig zijn gebleken. Het is de taak aan de oppositie om dat feit los te koppelen van de discussie over de legitimiteit van die decentralisatiemiljoenen.

Er moet nu gewoon geld bij. Toch?