Cultureel ongemak is het handelsmerk van Artemis. In de nieuwste festivalvoorstelling van het Bossche jeugdtheatergezelschap stijgt dat ongemak tot een ongekende hoogte, waar het overigens goed toeven is. ‘Arty Farty In The Playground’ is een heerlijk ontregelend commentaar op kunst en wat die zou moeten doen.
Artemis heeft aan de rand van De Parade, het Bossche plein en festivalhart van Boulevard, een stationnetje ingericht. Daar kun je aan boord stappen van zo’n verschrikkelijk toeristentreintje dat je in te veel historische binnensteden en attractieparken op onverwachte momenten van de sokken komt rijden. Nu moet je er zelf in, en begin je aan een geweldige tocht door het drukke stadscentrum van Den Bosch, op zoek naar drie kinderspeelplaatsjes, waar zich echte kunst gaat afspelen. Dat maakt de ‘curator’ duidelijk, een prachtig personage in typische curatorenoutfit, zoals een waanzinnige roze bril en platformschoenen van een zichtbaar duur merk.
Haperende banaan
Die curator neemt haar werk bloedserieus, ondanks de banaan die dienst doet als haperende microfoon, en ondanks het feit dat we een tocht maken langs kinderspeeltoestellen. De volwassenen onder ons luisteren wat ongemakkelijk naar inleidingen over kunstenaars en hun postkapitalistische intenties, of andere termen uit het handboek voor vage kunsttaal.
Aangekomen op de speelplaatsjes doen de kinderen in het publiek wat kinderen in het publiek horen te doen, zeker bij Artemis: ze nemen de speelplekjes over, ondanks het feit dat er ook een kunstenaar actief is.
Het begint goed met een scene die doet denken aan de beroemde gorillaperformance uit de kunstwereldsatire The Square, wanneer een man met een dampende tas in de grond verdwijnt. Hij komt er later uit tevoorschijn om iedereen de stuipen op het lijf te jagen. En door naar de volgende attracties, ondertussen onhandig zwaaiend naar de wat verbaasd kijkende stadsbewoners. Want dat doe je, rijdend in een toeristentreintje door de menselijke diergaarde, die een stad eigenlijk is.
De curator blijft rolvast zoals het hoort, de kunstenaars doen keiserieus hun soms wat moeilijk te bevatten acts in al even bittere ernst en een gezinscrisis die zich bij de laatste speelplek ontvouwt lijkt er, inclusief agressieve vader, helemaal bij te horen. Of toch niet?
Eenzame zielen
Dat is wat het theater van Artemis met je doet: je gaat je eigen waarneming in twijfel trekken. Op een festival als Boulevard kun je dat ook rustig laten gebeuren. Sterker nog: daar kom je voor. Zoals bij het fenomenale ‘Nergens’, een VR-film van kunstenaarsduo Schippers&Van Gught. De voorstelling bouwt voort op hun VR-film ‘Ergens’, die me vorig jaar in vervoering en verwarring bracht. Vanuit de vier windstreken komen eenzame zielen naar je toe, in verschillende omgevingen, verschillende tijden en totaal arbitraire volgorde.
Met ‘Nergens’ geeft het Bredase kunstenaarsgezelschap een bij tijden ontroerend beeld van onthechte zielen in een wereld de de hunne niet meer is. Ze zijn dichterbij dan comfortabel voelt, maar toch voel je, als machteloze toeschouwer midden in hun vier verschillende werelden, verbinding. Het rijmt een beetje met die wereld van Artemis, waar kunstenaars en kinderen zo fenomenaal langs elkaar heen bewogen.
Waanzinnige mythologie
Boulevard heeft natuurlijk ook een naam hoog te houden als festival met ‘regulier’ theater. Openingsvoorstelling was dit jaar Ruination van Lost Dog. Onder leiding van choreograaf en regisseur Ben Duke nemen ze het klassieke verhaal van Medea onder handen. Het is het verhaal van de ‘Zonnedochter’ die als oorlogsbuit van ‘held’ Jason moet ervaren hoe zij en haar zoons tot slaaf gemaakt worden nadat haar man een passender bruid heeft gevonden.
He is ook het verhaal van de moeder die haar zoons vermoordt, onder goedkeurend toezicht van een koor van vrouwen die haar lot betreuren. Was die moord uit wraak of speelde er iets anders? Die vraag houdt de mensheid al een kleine 2500 jaar bezig en in Ruination probeert Hades, chef ‘Dood’ van de onderwereld, hem definitief te beantwoorden. Daarbij treedt hij zelf op als advocaat van Jason, en neemt Persephone het op voor Medea. Interessant detail is dat Persephone zelf niet helemaal vrijwillig in die onderwereld zit. Zij werd ontvoerd door Hades, en mag na bemiddeling door Zeus elk halfjaar naar boven, naar haar moeder Demeter, waar ze als godin van de vruchtbaarheid direct voor lente en zomer zorgt. (Prachtig bezongen door Martha Wainwright, al dat lied over de Romeinse versie van Persephone: Proserpina.
Al deze uitleg is wat zich als vanzelf aan je opdringt door het zien van deze enorm doorwrochte voorstelling, die zoveel humor en ontroering biedt dat je er nog dagen en nachten op door kunt blijven denken. Dat er ook nog een fantastische counter tenor meezingt en er muziek wordt uitgevoerd vam Rachmaninof tot Radiohead, en het pakket is compleet.
Medea’s ware verhaal
In Ruination is een prominente plek ingeruimd voor het alternatieve verhaal van Medea. daarin is ze niet de heks die een kindermoord pleegt, maar een vluchtelinge wier kinderen gelyncht worden door een uitzinnige menigte van boze stadsbewoners. Die versie van de mythe, al even oud als het originele stuk van Euripides, wordt door het mannenbondje van Hades en Jason vlot naar het land der fabelen verwezen, alsof het ook een uitspraak zou zijn van ons, de toschouwers.
Zo word je op de late avond in Den Bosch opeens medeplichtig in een geschiedenis die 25 eeuwen door een klein clubje van vooral mannen is geschreven. Toch best een inzicht om op te blijven kauwen na een zonovergoten dag op een zomerfestival als Boulevard.



