Rond het depot van een museum hangt vaak een mythisch aura. Hoeveel werken van ongekende waarde laat een topcollectie als het Mauritshuis verstoffen in de rekken? En belangrijker: waarom? En kun je die als museum dan niet beter verkopen? In de tentoonstelling Hoogte- en dieptepunten uit het depot geeft het Mauritshuis antwoord op dergelijke vragen. Tegelijk komen nieuwe vragen op, die minstens zo interessant zijn.

Relatief houdt het Mauritshuis weinig stukken in depot: zo’n 300 werken, 35% van het totale bezit. Het merendeel hangt op zaal: in het museum zelf, in Galerij Willem V aan de overkant van de Hofvijver of in bruikleen in andere musea. Het is een van de redenen dat het museum zijn depotstukken niet zomaar verkoopt: de hoeveelheid is behapbaar, ook financieel. Bovendien is de collectie grotendeels al sinds lang bijeen en worden sommige depotstukken als reserve ingezet om bruiklenen tijdelijk te vervangen.

25 officieren

Uit de 300 schilderijen in het depot selecteerde conservator Edwin Buijsen er 52 voor de tentoonstelling, maar eerlijk is eerlijk: bijna de helft daarvan vormt één geheel. Dat zijn 25 portretten van de officieren van Maurits – niet de naamgever van het Mauritshuis, maar de zoon van Willem van Oranje. Ze hingen lange tijd op Paleis Honselaarsdijk en belandden via diverse omwegen in de collectie in Den Haag. Na een restauratiebeurt zijn ze voor het eerst in 200 jaar weer bij elkaar te zien. De portretten zijn van de Haagse schilder Jan van Ravesteyn, op één na. Die is van Fransise de Goltz en kijkt dan ook prompt de andere kant uit. Waarom? We weten het niet, evenmin als waarom er best grote stijlverschillen tussen de portretten zijn. Binnenkort komt een groep wetenschappers hierover van gedachten wisselen.

Officiersportretten Van Ravesteyn/De Goltz. Tentoonstelling Hoogte- en dieptepunten uit het depot: Mauritshuis, Den Haag. Fotograaf: Ivo Hoekstra
Officiersportretten Van Ravesteyn/De Goltz. Tentoonstelling Hoogte- en dieptepunten uit het depot: Mauritshuis, Den Haag. Fotograaf: Ivo Hoekstra

De tentoonstelling is ingedeeld naar de reden waarom schilderijen niet op zaal hangen. Te veel van dezelfde schilder kan dus een probleem zijn, zoals bij de Van Ravesteyns. Van de acht Jan van Goyens die het museum bezit hangen er nu vijf in de tentoonstelling, maar normaal slechts één op zaal. Aan de bezoeker te beoordelen of dat wel echt de beste van het stel is.

Nog een reden om in het depot te blijven: slechte conditie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de fraaie mannenkop van Karel Slabbaert, zwaar beschadigd door een lang verblijf in Nederlands-Indië. Tijd en geld ontbreken om alle schilderijen te restaureren waaraan iets mankeert, en dan is Slabbaert net niet goed of beroemd genoeg.

Geen Rafaël, toch interessant

Sommige stukken zijn simpelweg “niet goed genoeg”. Koning Willem I dacht in 1821 een Rafaël te kopen, maar dat was deze vroeg-16e-eeuwse halfnaakte vrouw in gouden ovaal helemaal niet. Nu, na bijna twee eeuwen in het depot, blijkt het een van de vroegst bekende figuurstukken op goudleerbehang. Experts zijn in alle staten van vreugde. Waarschijnlijk maakte de dame deel uit van een wandschildering. Dit ovaaltje is eruit gesneden en vele malen gevernist. Later is het goudleer met bladgoud overdekt. Röntgenonderzoek bracht nu het originele patroon aan het licht. Zo blijkt de vermeende miskoop alsnog interessant.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Frans van Hilten. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Frans van Hilten.

Anoniem (Italië), Vrouwelijke figuur (Een godin?), c.1500-1550? Mauritshuis, Den Haag
Anoniem (Italië), Vrouwelijke figuur (Een godin?), c.1500-1550? Mauritshuis, Den Haag

Oranjezaal Huis ten Bosch

Er zijn ook stukken die niet in de vaste opstelling passen door hun tijdperk (Andy Warhol: te laat) of hun formaat (te groot voor een stadspaleis). Onder die laatste categorie valt een enorm trompe l’oeuil van Salomon de Bray, Putti dragen een cartouche met de geboortedatum van stadhouder Frederik Hendrik. Ooit deel van de Oranjezaal van Huis ten Bosch. De zaag ging erin toen op die plaats een deur moest komen. In 1875 vond men het terug op de zolder van het Mauritshuis. Nu markeert het de opening in de wand die dwars door de tentoonstelling loopt. Een wand, vormgegeven als het rek in een depot. De wand maakt het mogelijk werken van de voor- én achterkant te tonen. Zo zien we met hoeveel liefde en geduld het volledig kromgetrokken houten paneel De doop van de kamerling van Hendrik van Balen en Jan Breughel II aan de achterkant met ingenieuze spalken in een lijst is geplaatst zonder dat het verder beschadigt. Ook van een fraai triptiek met het leven van koning Salomo erop zijn beide kanten te zien, wat in de normale museumzalen niet zou lukken.

Publiekslieveling

Het publiek heeft zelf ook iets te kiezen. Er is één plaats leeggehouden. Op de website en ter plekke vindt u zes kandidaten voor die plaats. Half februari komt de eerste favoriet in de tentoonstelling te hangen. Voor de volgende ronde gaan de drie meest gekozen werken door en komen er drie bij, en dit herhaalt zich nog eens. In totaal maken dus twaalf werken kans, één van de drie periodes in de tentoonstelling te hangen. Het stuk met de meeste stemmen krijgt na de tentoonstelling zelfs een permanente plaats op zaal.

Het tonen van ook de zwakkere werken uit het depot en het werven van een publiekslieveling getuigt van lef. Niet alleen bij het Mauritshuis, maar zeker ook bij de nieuwe sponsor Nationale Nederlanden, die recent tekende voor een expositie per jaar.

Maar wat Hoogte- en dieptepunten uit het depot vooral interessant maakt, is het kijkje in het reilen en zeilen van een museum. Medewerkers uit alle gelederen waren dan ook betrokken. Naast Buijsen en directeur Emilie Gordenker werkten onderzoekers, restauratoren, projectleiders, (assistent-)conservatoren en stagiairs mee aan de tentoonstelling. Samen tonen zij de keuzes die een museum moet maken. Welke werken kies je om te presenteren? Als je iets uitleent, hoe makkelijk vind je dan in je depot een vervanger die goed op die zaal past? Wanneer besluit je om iets te restaureren of onderzoeken en wanneer niet? Hoe ziet je aankoop- en afstootbeleid eruit? Al kijkend komen dergelijke vragen in je op. En even sta je zelf in de schoenen van de conservator.

Tentoonstelling Hoogte- en dieptepunten uit het depot: Mauritshuis, Den Haag. Fotograaf: Ivo Hoekstra
Tentoonstelling Hoogte- en dieptepunten uit het depot: Mauritshuis, Den Haag. Fotograaf: Ivo Hoekstra