Componist Julia Wolfe: ‘John Henry symboliseert de strijd van mens versus machine’

Vorig jaar won Julia Wolfe (1958) de Pulitzer Prize met haar oratorium Anthracite Fields. In dit aangrijpende stuk over de benarde arbeidsomstandigheden van mijnwerkers, haakt ze aan bij Amerikaanse folkmuziek. Ze componeerde het voor de mede door haar opgerichte Bang on a Can All-Stars, een New Yorks ensemble dat bekend werd met een opzwepende mix van rock, mimal music en hedendaags klassiek.

Ook in haar meeslepende Steel Hammer (2009) zoomt Wolfe in op een typisch Amerikaans fenomeen: de legendarische John Henry. Hij ging eind negentiende eeuw met een stalen hamer de strijd aan met een stoommachine. Hij won, maar stierf kort daarna. De gelijknamige folkballade over deze Steel driving man heeft in Amerika een iconische status en wordt van oudsher uitgevoerd door zowel blues- folk- country- als rockzangers; de klassieke componist Aron Copland wijdde er in 1940 een orkestwerk aan.

John Henry beeld in Talcott (fotocredit wikimedia)
John Henry, beeld in Talcott (fotocredit wikimedia)

Julia Wolfe treedt met Steel Hammer in diens voetsporen. Ze schreef dit avondvullende werk voor de zes instrumentalisten van de Bang on a Can All-Stars en de drie zangeressen van het Noorse Trio Medieval. Hun kristalheldere, in oude muziek gespecialiseerde stemmen mengen prachtig met de soms gruizige, maar immer energieke klanken van de musici. Het stuk is al op cd verschenen, maar wordt 20 en 21 april uitgevoerd in de Doelen en het Muziekgebouw aan ’t IJ. Een unieke kans om dit spetterende stuk live te horen: het werd nog niet eerder in ons land uitgevoerd. Ik sprak erover met Julia Wolfe.

Goed verhaal hè? We bieden het je gratis aan. Wil je een donatie doen? Dan kan dat via de blendle-knop onderaan. Of via de Patreon-knop. Nog beter.
(Wellicht ben je al lid en zien wij dat over het hoofd. Log dan hier nog een keer in, sorry: (ben je gelijk van die Blendle knop af), maar anders vinden wij het fijn als je lid wordt, of een vrije gift achterlaat”.)

Je baseerde Steel Hammer op een folklied uit Appalachia, waarom?

Die oostelijke regio vormt zo’n beetje het hart van de Amerikaanse folklore. Ik hou van de rauwe klank van die muziek en woonde een tijdlang in Ann Arbor, een stad die weliswaar niet in Appalachia ligt, maar waar folkmuziek floreerde. Er kwamen belangrijke folk musici in The Ark, een soort koffiehuis waar ik ook zelf optrad met een theatergroep.

Zo leerde ik de dulcimer te bespelen, maar ook de bones, een houten slagwerkinstrument dat een beetje lijkt op een koeienrib. Hoewel ik gaandeweg geïnteresseerd raakte in avant-garde muziek, bleef ik geworteld in folk. Dat hoor je al een beetje terug in stukken als Four Marys en Cruel Sister, maar in Steel Hammer engageer ik me voor het eerst echt met folkmuziek.

Appalachian dulcimer (fotocredit www.songofthewood.com)
Appalachian dulcimer (fotocredit www.songofthewood.com)

Hoe kwam je op het idee een stuk te wijden aan John Henry?

Op een gegeven moment ging ik nadenken over mijn leven als componist. Het is fijn als mensen je compositieopdrachten geven, maar dat is altijd een impuls van buitenaf. Ik wilde iets schrijven wat helemaal vanuit mezelf kwam. Het begon met een klankvoorstelling. Het leek mij geweldig het ongepolijste karakter van folk instrumenten te combineren met de line-up van Bang on a Can – elektrische gitaar, drums, percussie, cello, contrabas, piano en klarinet. Bovendien wilde ik zangers.

Bang on a Can All-Stars (foto Peter Sterling) 2
Bang on a Can All-Stars (foto Peter Sterling)

Ik had al eens een project gedaan met Bang on a Can en Trio Medieval en dat paste perfect. Zij zijn bekend van de oude muziek, maar hebben ook ervaring met nieuwe composities en zingen de meest schrijnende samenklanken loepzuiver. Ook ritmisch zijn ze sterk.

Bovendien hebben ze zich verdiept in de Noorse volksmuziek en kennen ze een hoop vocale technieken, zoals een typische vorm van jodelen. – Die ik overigens nauwelijks heb ingezet, daarmee hoop ik in een nieuw stuk eens aan de slag te gaan. Hun heldere, schelle stemmen zijn ideaal voor het soort stuk dat mij nu voor ogen stond.

Trio Mediæval (foto Ingvil Skeie Ljones)
Trio Mediæval (foto Ingvil Skeie Ljones)

Pas nadat ik de bezetting had bedacht ging ik op zoek naar een verhaal. Ik zocht iets bijzonders, wat niemand kende, maar kwam steeds weer uit bij John Henry. Elke Amerikaan kent die volksballade, er zijn meer dan tweehonderd versies van. Die zijn allemaal totaal anders, dat fascineerde me.

De kern blijft wel hetzelfde: John Henry voorziet als baby zijn lot: hij zal een steel-driving man worden, een man die met een stalen moker gaten in de rotsen hakt om treintunnels te bouwen. Zijn voorman komt aanzetten met een stoomhamer, waarmee hij een wedstrijd aangaat: wie slaat de grootste bres in dezelfde tijd? John Henry wint, maar moet dat met de dood bekopen. Hij is een iconisch figuur in de Amerikaanse geschiedenis, in zijn eentje symboliseert hij de strijd van de mens tegen de machine. Op dit moment ook weer actueel, vanwege de voortschrijdende technologie.

De beschrijvingen van John Henry variëren van plaats tot plaats. Hij was een miljoen dingen. Dat zadelde me op met een hoop vragen. Waar kwam hij vandaan, hoe heette zijn vrouw, was hij groot of klein, dik of dun. Was hij echt of verzonnen, was hij een bajesklant, een zanger, een katoenplukker, iemand in een chaingang? Dat is wat ik in mijn compositie wilde vangen: hoe informatie gaandeweg verandert. In die zin wilde ik het verhaal van het verhaal zelf vertellen.

Ik vond een fantastisch boekje van een musicoloog die in de jaren dertig door Amerika trok en mensen interviewde over John Henry. De een zei: ‘Mijn grootvader werkte met hem aan de spoorlijn van Ohio.’ Een ander was er heilig van overtuigd dat hij uit West Virginia, Kentucky, South Carolina of zelfs het noordelijke New Jersey stamde. Uit al die informatie heb ik een stuk gemaakt met negen delen. Soms vertel ik het verhaal van John Henry en zijn gevecht met de stoomhamer, in andere delen reflecteer ik op al die conflicterende feiten.

In het vijfde deel, ‘Characteristics’ zingen de dames bijvoorbeeld repeterende frasen als: ‘He was tall, he was small, he was black, he was white, he was true, he was false’ enzovoort. Door woorden snel achter elkaar te herhalen, kunnen ze hun betekenis verliezen en alleen maar klank worden. Maar je kunt je hierdoor ook nóg bewuster worden van hun betekenis: hoe zat het eigenlijk precies? Het was ontzettend leuk dergelijke lijstjes te maken en naar muziek te vertalen.

In ‘The States’ speel ik bijvoorbeeld met hoe de namen van de verschillende staten ritmisch zouden klinken. De musici laten in dat deel hun instrumenten liggen en begeleiden de zangeressen met body percussion. Terwijl zij ‘West Virginia’ zingen in een vloeiende lijn, krijgen ze te maken met tegenritmes, waarbij op zeer onverwachte momenten ook nog eens gestampt wordt. De basispuls is gebaseerd op Georgia, dat door de herhalingen gaat lijken op het tjoeken van een trein. Ik speel daarnaast met de verschillende accenten waarmee je Kentucky, South Carolina, Colombo en Ohio kunt uitspreken.

Hoeveel folk zit er in Steel Hammer?

Ik heb veel naar oude opnames van John Henry geluisterd en gebruik flarden van de oorspronkelijke melodie, hoewel ook die vele varianten kent. Onze gitarist Mark Stewart is een expert op het gebied van de volksmuziek en hij bespeelt onder andere een mountain dulcimer. Dat is een soort liggende gitaar met drie of vier snaren. Twee daarvan produceren een drone (een samenklank die onveranderd blijft), op de andere maak je de melodie. De metalige klank past mooi bij de banjo, die Mark bespeelt volgens de clawhammer techniek. Deze manier van spelen, waarbij je rechterhand de vorm van een klauw aanneemt is typisch voor de Appalachen.

Af en toe zet ik ook mondharmonica’s en een mondharp in, vanwege hun klankkleur en bijzondere boventonen. Naast de al eerder genoemde bones en body percussion is er ook het clogging, waarbij je ingewikkelde ritmes stampt. Het ziet er simpel uit maar vergt een behoorlijke beheersing van je (dij)benen: met het ene been produceer je een vast ritme, met het andere tegenritmes. In ‘Characteristics’ stapt Mark op een gegeven moment uit de band om te cloggen, op een andere moment doet hij het zittend. Het geroffel met de voeten is een beetje verwant aan flamenco.

Is John Henry een held of een loser?

Daar kun je op verschillende manieren naar kijken, maar in de eerste plaats wordt hij gezien als held. Welke versie je ook neemt, of hij nou zwart of blank is, een vrouwenversierder of een veroordeelde, hij wordt nooit negatief beschreven. Natuurlijk kun je je afvragen of hij niet gek was: waarom zou je jezelf doodwerken om een machine te willen verslaan? Maar hij werkte in de context van een toenemende industrialisatie: als hij niet tegen de machine vocht, zou de machine zijn plek innemen. In die zin is zijn daad heroïsch: hij vecht tegen het lot.

Je kunt het ook doortrekken naar onze tijd, zoals Anne Bogart vorig jaar deed in een theatervoorstelling van Steel Hammer. Zijn wij tegenwoordig niet allemaal workaholics, die ons zelf min of meer dood werken? Tegelijkertijd staat John Henry symbool voor de vernederende en soms ook gevaarlijke situaties waarin wij als werkers geplaats worden. Zo heeft zijn verhaal een politieke kant. Hij werd dan ook door veel gemeenschappen geclaimd, onder andere door de communisten.

Voor mij persoonlijk is hij een held: hij vecht weliswaar een verloren strijd tegen de technologie, maar komt daarmee tot de kern van zijn mens-zijn: hij representeert de kracht van het individu. Niet voor niets zijn er in verschillende Amerikaanse steden standbeelden voor hem opgericht.

 

Fijn bericht? Gebruik de Blendle knop hierboven voor een kleine donatie. Of bepaal zelf hoe je Thea Derks een complimentje geeft met Patreon. (heel fijn systeem!)
Deel dit: