Tussen de gebouwen door vallen strepen zonlicht de eindeloze straten binnen. Gele taxi’s accentueren het kleurrijke, levendige straatbeeld dat op snoepgoed lijkt. Aan weerskanten rijzen ontelbare verdiepingen en ramen de hoogte in. Op een van die verdiepingen repeteert aan 42nd Street het Dance Theatre of Harlem de laatste scènes van Balamouk, een nieuwe creatie van Annabelle Lopez Ochoa.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Wie ook komt kijken, is Wubkje Kuindersma. Zij is in New York vanwege een residency als fellow bij het Center for Ballet and the Arts aan de Universiteit van New York, waarvoor zij is genomineerd door Het Nationale Ballet. Eerder dit jaar observeerde Wubkje nog in Moskou hoe haar duet voor twee mannen, Two and Only, tijdens het Benois Gala bij het Russische publiek aansloeg. Tot haar vreugde heel goed. Wat haar ook opviel was dat ze op die avond als enige vrouwelijke choreograaf op het programma stond, naast werk van danslegende Agrippina Vaganova.

Dutch Doubles, maar dan anders

In maart dit jaar namen zowel Annabelle Lopez Ochoa als Wubkje Kuindersma nog deel aan het programma Dutch Doubles van het Nationale Ballet (recensie hier op Cultuurpers). Het is toeval dat beide choreografen nu tegelijkertijd in New York zijn. Een goede aanleiding om na de repetitie van Balamouk met ze te lunchen en te vragen hoe stappen te maken als choreograaf. We bestellen in een typisch Amerikaans restaurant met van die rijen zitbanken achter elkaar.

wubkje kuindersma en annabelle lopez ochoa‘Het moet niet zo zijn dat een vrouw als choreograaf gekozen wordt, alleen vanwege het feit dat ze een vrouw is’, stelt Annabelle. Dat zij en Wubkje in Dutch Doubles samen op het programma stonden was redelijk uniek. Toegegeven, het kwam ook doordat een andere mannelijke choreograaf uitviel. Anders was het alleen Annabelle tussen de mannen. Maar in meerdere combinatieprogramma’s van ‘s lands grootste balletgezelschap voeren mannen de boventoon als choreograaf (zie eerder artikel hierover, ook op Cultuurpers). Dat geldt echter niet alleen voor Nederland.

In Engeland verscheen echter bij het English National Ballet het programma She Said, met nieuw werk van uitsluitend vrouwelijke choreografen. Artistiek directeur Tamara Rojo zinspeelde toen ik haar ernaar vroeg op een vervolg. She Said Too, grapte ik. Het blijkt dat dat er inderdaad komt, onder de naam She Persisted, met ook het eerdere Broken Wings van Lopez Ochoa. Men is bij het gezelschap zeer onder de indruk van de ambitieuze en prijswinnende choreografe.

Vijfjarenplan

Dat uitnodigen door een gezelschap om een tweede keer een werk te komen maken is belangrijk voor een choreograaf. Dat kan niet snel genoeg. Het duurt echter vaak jaren voor zo’n tweede productie in een programmering past. Gezelschappen kunnen met vijfjarenplannen werken en moeten rekening houden met huischoreografen, associate choreografen, eigen dansers die kansen krijgen en de grote namen die je ook op het repertoire wilt hebben.

‘Als choreograaf moet je nederig kunnen zijn’, zegt Annabelle. Haar lukte het de stap te maken naar het grote podium, waarbij ze kan werken met grote groepen dansers. Wubkje is gretig die stap ook te maken en ziet ernaar uit met grotere ensembles te werken. Ze heeft hier gelukkig al aanbiedingen voor binnen. Annabelle: ‘In het verleden reisde ik naar Heerlen om daar te kunnen werken met een grote groep amateurdansers. Financieel hield ik er weinig aan over, maar ik heb veel van die ervaring geleerd.’

Wende

Wubkje is blij met een aanbieding die ze onlangs kreeg bij Ballet X in Philadelphia. ‘Je kunt het je als choreograaf niet veroorloven dat soort kansen af te slaan’, vindt Annabelle. Ballet X bood ook haar eerste opdracht in de VS aan, en ze keert er nog steeds terug. Sommige choreografen beginnen echter liever direct bij het eerste ensemble, in plaats van bij het tweede – vaak junior – deel van een gezelschap. De realiteit is dat je alles moet aanpakken. Dat doet Wubkje graag. ‘Ik heb veel ideeën voor stukken klaarliggen en elke verwerkelijking is a dream come true. Wel wil ik mijn eigen artistieke koers bewaken, ik wil iets maken dat wat toevoegt aan een gezelschap: een artistiek hoogwaardige bijdrage leveren.’

Dat is niet aan dovemansoren gezegd bij Annabelle. Was haar stuk met Wende Snijders al eigenzinnig, bij Amerikaanse gezelschappen moet ze soms haar visie aanpassen. Maar niet in alles. De gekleurde dansers van Dance Theatre of Harlem laat ze on-balletachtig lekker swingen op Roemeense muziek. Dan kan het wel gebeuren dat ze zich extra moet verantwoorden bij een open repetitie waarbij onder andere sponsoren het stuk kunnen bevragen. ‘Why is this dancer pointing her finger forwards?’ buldert dan een beroemd voormalig danser van George Balanchine, Arthur Mitchell, door de studio.

Instagram

Als je naar de filmpjes kijkt die Wubkje op Instagram zet, valt een heel persoonlijke bewegingsstijl op. Hoe gaat ze dat overbrengen op een grote groep dansers?

‘Je zult er repetitie-tijd voor nodig hebben om dansers zich dat eigen te laten maken, maar dat proces lijkt me heerlijk.’ Ze vervolgt, ‘Die filmpjes zijn ook een soort research waarbij ik vooruit werk. De residency nu biedt me daar alle ruimte in.’ Ook Annabelle is een liefhebber van het werkproces. ‘Recensenten kunnen met twee uur schrijven je hele werk afkraken, maar dat neemt niet weg dat ik vijf fantastische en waardevolle weken heb kunnen meemaken met de dansers’.

Dat blijkt uit de reactie van een danser van Dance Theatre of Harlem die ik eerder op de gang kort sprak. ‘She is unbelievable, it is so refreshing and unlike anything we have done the last few years.’ Een gejoel en applaus stijgt dan ook op aan het eind van de repetitie van het spannende en energieke Balamouk. Net als voor het doek open ging bij Last Resistance in Dutch Doubles. Het publiek kon door het dikke gordijn het enthousiasme alvast horen van de dansers, Annabelle en zangeres Wende Snijders nog voor het ballet moest beginnen. Hoe krijg je zo’n groepsbeleving voor elkaar?

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

People Management

‘Ik wil zelf ook graag dat het werken met de dansers leuk is en zorg ervoor dat iedereen zich bij de productie betrokken voelt. Ik geloof niet in solisten die geïsoleerd hun eigen ding doen, maar wil een gezamenlijk eindresultaat bereiken.’ Dat klinkt als people management en betekent ook dat je bijvoorbeeld dansers met persoonlijk leed moet kunnen troosten. ‘Rekening houden met dansers die even hun dag niet hebben’, vult Wubkje aan.

Behalve dat het werken met dansers leuk kan zijn, is het af en toe ook nodig ze flink aan te pakken. Om de aandacht erbij te houden, om ze te inspireren en ze eraan te herinneren dat ze niet alleen staan te zweten. De MeToo discussie kan daar wel wat verwarring in scheppen. Amerika scherpt bijvoorbeeld richtlijnen aan hoe je als directeur of als maker omgaat met je dansers. Niet alleen om ongewenste intimiteiten te voorkomen, maar ook om dansers te beschermen tegen tirades van directeuren of choreografen.

Buiten

Op sommige gebieden loopt Amerika dan ook voor qua dans. Een reden dat veel dansers en makers uit Nederland er nog altijd naartoe gaan. Geld is wel een bepalende factor voor het dansklimaat. Veel is er afhankelijk van sponsoring waarbij zelfs individuele dansers bij een gezelschap een jaar lang gesteund worden door een sponsor. Ook een nieuw werk maken met een decor zoals we dat in Nederland gewend zijn, kan er een groot probleem zijn. Daar is gewoonweg te weinig geld voor.

Misschien is dat de reden dat de dans die je in video’s van gezelschappen ziet, met dansers op de straat of op een gebouw, zo veel energie uitstralen. Ze zijn vrij van de beperkingen van een rechthoekig toneel, coulissen en een publiek veraf.

Is dans buiten het theater dan de toekomst voor ballet? Nee, vanwege praktische zaken als een goede vloer, weersomstandigheden en de besloten focus van een theaterpubliek waarschijnlijk niet. Begin 2019 zal de internationale topconferentie Positioning Ballet bij Het Nationale Ballet zich over de vraag buigen wat de toekomst van ballet is. Wellicht zie ik Annabelle en Wubkje daar weer.

 

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]