Zou het dan toch gebeuren? Zou de droom van Liesbeth Coltof echt uitkomen? 36 jaar lang maakte ze theater waarin de leeftijd van het publiek geen rol speelde. Zaterdag 6 oktober kreeg ze uit handen van Hedy d’Ancona de Oeuvreprijs uitgereikt van de vereniging van schouwburgdirecteuren (VSCD). Daarmee streeft ze Ivo van Hove voorbij. De internationaal doorgebroken leider van het Amsterdamse stadsgezelschap ontving eerder wel een oeuvreprijs van het Amsterdamse bedrijfsleven en de Belgische overheid, maar nog nooit van de Nederlandse schouwburgen. Maakt ze daarmee haar bij het dankwoord uitgesproken claim waar, dat het jeugdtheater het enige echt innovatieve theater van Nederland is? Er valt veel voor te zeggen.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Neem de voorstelling waarmee ze gisteren afscheid nam als artistiek leider van de Toneelmakerij. Het innovatieve daarvan ligt niet direct voor de hand: een oude, klassiek geworden tranentrekker van Bertolt Brecht, een decor van rollende torens van steigerpijp: het is allemaal eerder gezien. Al wordt Brecht niet heel vaak op het toneel gezet, in Nederland.

Scholieren

Het echt innovatieve zit hem echter in het publiek. Niet bij de feestelijke première, natuurlijk, maar tijdens de tournee. Dan zitten de zalen voor deze dik twee uur durende muziektheatervoorstelling vol met schoolkinderen. En die krijgen geen gemakkelijke kost voorgeschoteld. Corruptie, vluchtelingenproblematiek, verraad, foute rechters en opportunistisch proletariaat. Dingen die je eerder zou verwachten in theater voor een volwassen publiek. Er zit zelfs een scène in waarin een kind door soldaten van de tribune wordt gesleurd. Verontrustend, niet alleen voor kinderen. En dan de muziek. Frederique Spigt is niet bepaald op haar knieën gaan zitten met de liedjes en composities (15 stuks) die ze voor deze voorstelling maakte.

Wat Liesbeth Coltof met onderwerpkeuze, aanpak en vormgeving aantoont, is dat theater zonder een enkel probleem in één enkele voorstelling alle bevolkingslagen en leeftijden kan aanspreken. Ook in een kind van 10 zit een volwassen toeschouwer, zoals in elke volwassen toeschouwer nog steeds een kind van tien zit. We verwonderen ons allemaal over de wereld, en goed theater weet die verwondering naar een hoger plan te trekken.

Alles gezien

Dus zit de innovatie van het jeugdtheater ook daar in: dat je Bertolt Brecht kunt spelen alsof die zijn stuk net dit jaar geschreven heeft. En dat niemand dat erg vindt. In het theater waar kinderen niet welkom zijn is het not-done om een twintigste-eeuwse auteur uit het stof te halen. Een stadsgezelschap zal het misschien nog eens doen, maar meestal wordt je afgemaakt: eerst door de subsidiënten, die liever iets nieuws en ‘innovatiefs’ van je zien, en daarna door de critici, die alles natuurlijk ook al gezien hebben.

Des te opvallender dus, dat het juist die critici waren, die – verenigd in de Kring van nederlandse Theatercritici – in september de Prijs van de Kritiek (een in zwaar brons uitgevoerde luchtballon) toekenden aan het totale Nederlandse jeugdtheater. Ook die prijs werd zaterdag 6 oktober uitgereikt. Al eerder leidde de toekenning tot bekentenissen van kunstjournalisten in kranten, dat zij liever het jeugdtheater serieuzer zouden nemen dan ze in de praktijk deden. Nu nog een kwestie van de daad bij het woord voegen.

Verschaald

Zelf heb ik dat eind jaren negentig actief gedaan als recensent bij het Algemeen Dagblad. Ik had zelf gemerkt hoe het bijwonen van een Nederlandse jeugdtheatervoorstelling mijn soms wat verschalende liefde voor theater weer deed ontvlammen, of het nu van Pauline Mol was bij Artemis, Flora Verbrugge bij Sonnevanck, Rinus Knobel bij teneeter of al die andere grootheden bij Wederzijds, Stella (Alize Zandwijk!) of  Huis aan de Amstel.

Ze brachten de verwondering terug, het verhaal, het avontuur. Dingen die je op het toneel zag, maar nog meer de dingen die je in de zaal ervoer. En dat maakt theater zo uniek.

Het zou mooi zijn als de subsidiënten dit theater ook zouden honoreren als het beste en meest innovatieve van Nederland. Die kans is dankzij de twee prijzen weer wat groter geworden.

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]