Meteen naar de inhoud

De geruchten kloppen: theater kan nieuw publiek aanboren door lokale worteling. Ga naar Enschede om het te zien.

Bepaal zelf de waarde!

We bieden je dit verhaal gratis aan. Om dat te kunnen doen hebben we jouw steun nodig.
Lees het verhaal, bepaal zelf onderaan wat dit verhaal je waard is. En doneer. Zo blijft deze site bestaan.


Vroeger, toen ik nog voor een landelijk ochtendblad over theater schreef, werd mijn reisagenda mede bepaald door het bereik dat de krant in een bepaalde regio had. Dus, als ik per se wilde schrijven over een theatervoorstelling in Enschede, over Enschedese toestanden, was de vraag van mijn chef: hoeveel abonnees hebben we in Twente? Meestal kwam het er dus niet van. Tenzij ik een goed verhaal had en het budget nog niet op was.

Kijkcijfers, nu weer actueel door de affaire Matthijs van Nieuwkerk, zijn ook voor ‘oude’ media bepalend. Dat houdt automatisch in dat de Randstad vaker door kunstjournalisten bezocht wordt dan die delen van Nederland die meer dan een half uur met de trein weg zijn. Zoals Enschede.

Dienstregeling

De meeste acteurs wonen, vanwege hun freelance status, dus niet in Enschede, maar in Amsterdam. De meeste kunstenaars maken  hun voorstellingen voor Amsterdam. De kranten en andere media schrijven over Amsterdam. Subsidiënten nemen Amsterdamse kunst als maatstaf voor wat subsidiabel is. Dat heeft allemaal dus hele banale oorzaken, die verdacht veel te maken hebben met de dienstregeling van de NS.

Ik schrijf dit artikel in de trein van 22 uur 16 uit Enschede naar Utrecht. mijn bezoek aan Twente betrof de laatste aflevering van een opmerkelijke theaterserie, getiteld Huize Enschede. Die werd middels een ingezonden persbericht op Cultuurpers in juichende bewoordingen beschreven als een uniek project dat totaal nieuwe publieksgroepen wist aan te spreken.  Op YouTube zag ik de eerste drie afleveringen en dat was reden genoeg om de slotaflevering te gaan meemaken.

Het wat overdreven juichende persbericht bleek terecht. In De Kleine Willem, de overgebleven Kleine Zaal van de voormalige Enschedese Schouwburg, werd bier per blik verkocht. Wijn zat in plastic bekertjes en zaal en foyer stroomden vol met echte UT-studenten, van het soort dat je dus echt nooit in een theater ziet. Hardcore nerds, en volgens een typisch Enschedese folklore ingedeeld in ‘huizen’.

Niet in hun blikveld

Ze kwamen niet voor een gala, maar voor de slotaflevering van een bijzonder slim in elkaar gezette soap die speelde rond een nieuwjaarsfeest in een van die studentenhuizen: de bijzondere, die onder de noemer SHE in twaalf kantons zijn verdeeld. Vraag me niet naar de details, ze zijn deel van de Twentse universitaire folklore.

Daar zul je in de Randstad dus niet zo snel een stuk over zien, en dat is best een gemis. Deze vierdelige serie trok per aflevering steeds meer publiek, en was uitverkocht tot en met de dernière. De studenten die ik na afloop spreek zijn stuk voor stuk meer dan enthousiast. Ze gingen nooit naar theater, het zat niet in hun blikveld, maar omdat er nu een verhaal verteld wordt over hún wereld waren ze getriggerd. Of ze nu ook direct een kaartje gaan kopen voor een Ibsen, zoals een van de acteurs zich afvroeg, is wat mij betreft niet zo belangrijk. Belangrijker is de vraag of een volgende voorstelling weer een brug naar hen weet te slaan.

Hoe vaak zie je bij ons in het westen theater dat je raakt omdat het rechtstreeks gaat over wat jou wereld is? In het betere jeugdtheater gebeurt het, maar daarna is het vaak toch een intellectueel kloofje dat je moet overbruggen om een avond theater echt te laten landen.

God in Rotterdam

Ik dacht terug aan wat mij ooit over de streep trok, en dan was dat – behalve een Japanse samoerai-versie van King Lear door Wijlen De Appel – de voorstelling God door het Rotterdamse Ro Theater. Het toen nog jonge en wilde duo Jos Thie en Antoine Uitdehaag had een oude waterleidinghal gevonden buiten de stad, omdat de Rotterdamse Schouwburg was gesloopt. De voorstelling was een actuele en sterk door Barbara van Kooten naar Rotterdam vertaalde versie van Woody Allens enige theaterkomedie. Als jonge Rotterdammer was ik, in een golf van herkenning, meteen gegrepen.

Jaren later overkwam me hetzelfde met de ook alweer Rotterdamse versie van The Family, ook een theaterserie over krakers en macht van vier afleveringen, die als grote inspiratiebron geldt voor de Enschedese serie die ik nu gezien heb. The Family was toen al een twintig jaar oud stuk van Lodewijk de Boer, en wordt helaas maar zelden hernomen. Dat lot zal Huize Enschede ook beschoren zijn, ook al droomt een deel van de makers nog van een remake in de Randstad.

Lokale worteling

Wat mijn reis naar Enschede zo nuttig maakt, voor mezelf, maar hopelijk ook voor jou, is precies die kracht van lokaal geworteld, professioneel theater. Natuurlijk, we kennen de grote spektakels zoals Hanna en Hendrik, Het Pauperparadijs in Veenhuizen en de Katoenserie in Almelo, waar ik eerder over schreef. Lokaal spektakel is bekend, en randstedelijke collega’s willen er nog weleens voor in de trein of auto stappen.

Dit is anders. De toneeltekst zit vol verwijzingen naar de landelijke actualiteit, maar pakt ook, soms genadeloos, de realiteit aan van het leven in een studentenhuis, met een strikte hiërarchie, en een emotionele afgrond die gevuld wordt met pillen, coke, bier en seks. Hier ligt misschien een basis voor waar ik al een tijd van droom: theater, professioneel geproduceerd door schouwburgen, waarbij productie en presentatie in een hand zijn, met diepe wortels in de lokale cultuur, los van de randstedelijke opvattingen over wat goed en mooi is. Want, wat werkt in Den Haag, doet het niet altijd goed op 2 uur rijden van Het Malieveld.

Hoe kunnen we dat een kans geven? Daar ga ik me de komende tijd eens in verdiepen.

Goed om te weten Goed om te weten
De Enschedese serie krijgt een vervolg in het voorjaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Wijbrand Schaap

Cultuurpers heet het geesteskind dat ik in 2009 op de wereld zette. Voor ik dat deed was ik (sinds 1996) kunstverslaggever voor onder meer Algemeen Dagblad, Utrechts Nieuwsblad, Rotterdams Dagblad en GPD. Daarvoor deed ik van alles. Studeren enzo. Theater maken. Inspraakavonden notuleren. In een bandje spelen. Ik schreef - en schrijf ook voor specialistische bladen als TM, Boekman, Ons Erfdeel en De Vogelvrije Fietser. Ik help je met schrijven als je het heel lief vraagt. Ik ben getrouwd met Suzanne Brink en heb een kat die Edje heet, een pup die Fonzie heet en een hond die genoemd is naar Rufus Wainwright.Bekijk alle berichten van deze auteur