Theatraal en veel. Roomsaus, prik, wolken schuim,laten we dat lyriek noemen. Zaterdag 17 januari was de Grote Zaal van TivoliVredenburg dik twee uur lang een warm bad, met dank aan het Residentie Orkest. En Rufus Wainwright. En sopraan Danielle de Niese. O, ja. Ook nog Carice van Houten, die opviel1 als zangeres van het meer casual poprepertoire. Shakespeare was er ook. Wat een wereld.
Wainwright, singer-songwriter van een aantal onvergetelijke popsongs en inmiddels twee opera’s, toerde dit weekend door Nederland met een soort dreamteam. Aanleiding waren zijn bewerkingen van Shakespeare sonnetten, waarbij dit keer een vijftal van die gedichten langskwam waarin de Britse bard de genderverwarring in het Elizabethaanse Engeland salonfähig maakte, dik vierhonderd jaar geleden.
Driekoningen
Dan is de aanwezigheid van Carice van Houten zeker gewenst. Ooit, voor ze een wereldster werd, speelde ze immers de genderdiverse dubbelrol Viola/Cesario in Shakespeares Driekoningenavond bij de Theatercompagnie. Ze deed dat in vrijwel dezelfde outfit als deze avond: mooi zwart pak, flinke broche, en nog steeds oogverblindend, misschien wel dankzij de ‘certain age’ die ze volgens een licht pesterige Wainwright inmiddels bereikt heeft.
De eerste helft van de avond was aan Carice en Danielle de Niese, waarbij Carice de vertalingen van de Shakespearesonnetten voordroeg, en De Niese ze met haar geweldig expressieve présence zong. Het orkest klonk zoals Rufus Wainwright vanachter de geluidstafel graag hoorde: vol, veel en lekker vet. Zijn orkestwerken zijn uitstekend instapmateriaal voor mensen die doorgaans wat huiverig zijn voor klassieke muziek. Lekker veel strijkers, een altviool waar dreigende zwaarte nodig is, blazers voor het geweld en de contrabassen en cello’s voor de doem. Het werkt.
Going to a town
Na de pauze in dit avondvullende programma was het bomvolle podium het domein van Rufus Wainwright zelf. Een aantal van zijn popsongs kreeg een klassieke oppepper, en er was een fascinerend nummer waarin de stemmen van De Niese, Wainwright en Van Houten elkaar prachtig aanvulden. En passant kondigde de Canadese zanger aan dat zijn volgende album weer een popplaat zou worden.
En daarna was het tijd voor de toegiften. Wainwrights klassieker ‘Going to a town’ kreeg een zeldzaam indrukwekkende uitvoering. Dit nummer, ooit als klaagzang geschreven, kreeg deze avond een extra boze lading, waaraan Wainwright verder niet al te veel woorden vuil wilde maken: de boodschap kwam hard genoeg binnen.
Tijd voor een wat vrolijker einde, zei hij. Dat kwam er met een prachtige versie van ‘Hallelujah’, waarin de drie stemmen elkaar opnieuw prachtig aanvulden. Het hemelse geluid van Danielle De Niese zorgde er zelfs voor dat het leek of Jeff Buckley postuum meedeed.
Hoger plan
Zoiets krijg je met een optreden waarin ruim zestig mensen op een podium elkaar naar een hoger plan trekken. Leuk nog, hoe bij het slotapplaus de popcultuur even wrong met de discipline van het klassieke orkest: Rufus Wainwright spoorde de musici aan om ook te buigen. Dat zorgde voor zichtbare verwarring. Zulke spontaniteit kan alleen als de dirigent dat aangeeft. Gelukkig kwam die net op tijd aangehold om de orkestrale identiteitscrisis in goede banen te leiden.
Het was een mooi moment: aandoenlijk, maar ook hoopvol. Ooit gaan pop en klassiek ook in omgangsvormen inniger met elkaar om. Rufus Wainwright is daar de perfecte ceremoniemeester voor.
- In een eerdere versie stond nog dat Van Houten hier debuteerde, maar ze bracht al in 2012 een eerste album uit, en speelde daarmee in het voorprogramma van Rufus Wainwright (https://www.nu.nl/overig/2967101/carice-van-houten-schittert-als-voorprogramma-rufus-wainwright.html) ↩︎





