Journaliste Hassnae Bouazza (1973) is vooral bekend als documentaiemaker en schrijver van columns en non-fictie. Met Naima en Karim, een liefdesroman, maakt ze nu haar fictiedebuut. ‘Is er iets mooiers in het leven dan de liefde?’
Naima en Karim speelt zich af tijdens een zinderende zomer in Marokko. De Marokkaanse Naima en haar familie zullen de bruiloft gaan bijwonen van Jamila, de dochter van hun overburen, de familie Amrani. Zij wonen in Nederland en komen, zoals zoveel Europese Marokkanen, in de zomer terug naar hun familiehuis in Marokko. Ook Jamila’s broer Karim is erbij. Hoewel Naima en Karim allebei Marokkaanse roots hebben, verschilt hun leven en wereldbeeld aanzienlijk. Maar allebei hechten ze sterk aan hun onafhankelijkheid. Dus als er een vonk overslaat, stelt dat ze voor de vraag: kiezen ze voor de liefde of voor hun vrijheid?
In Naima en Karim krijgen de kleuren, geuren en smaken van de Marokkaanse cultuur volop de ruimte. Uitbundig en warmbloedig, net zoals schrijfster Hassnae Bouazza praat, met veel passie en uitroeptekens. Een heel ander boek dan Een koffer vol citroenen (2022), over haar gestorven moeder. ‘Dat verhaal was een vorm van rouwverwerking, het schrijven ervan was echt lijden voor mij. Natuurlijk zijn er ook bij deze roman momenten geweest waarop ik me afvroeg waarom ik ook alweer dacht dat ik een roman kon schrijven, want ik word voortdurend door twijfels geknecht. Maar ik had vooral veel plezier. De oneindige vrijheid die fictie biedt om je fantasie te laten werken en personages te boetseren, vond ik heerlijk. Bij non-fictie moet alles feitelijk zijn, nu kon ik mijn gevoel en intuïtie ruim baan geven, zonder druk dat alles moest kloppen. Ik ben een paar dagen naar Marrakesh gegaan, om de temperatuur en de zon te voelen, de smaken te proeven, de geuren te ruiken, en ik kon alle ruimte en tijd nemen om mijn gedachten de vrije loop te laten. Wat een vrijheid. Het smaakt naar meer.’
Waarom koos je voor een liefdesroman?
Bouazza begint te stralen. ‘Is er iets mooiers dan de liefde in het leven? Ik hou van liefdesverhalen. Een van mijn favoriete romans is Madame Bovary van Gustave Flaubert; toen ik die voor het eerst las, op de middelbare school, was ik aangedaan. Madame Bovary is het getrouwd met een saaie dorpsarts en verlangt naar liefde, naar passie, naar iets wat haar ziel voedt. Ze verliest zich in de liefde van allerlei minnaars en dat wordt haar ondergang. Het is tragisch dat ze op zoek naar iets wat mooi is, ook zoveel verdriet ervaart én aanricht. Romantische boeken zoals The Age of Innocence, Pride and Prejudice en Jude the Obscure, daar hield ik van, en nog steeds. Het kan heel snel larmoyant, cliché en plat worden als je over de liefde schrijft, dus dat leek me een mooie uitdaging.’
In tegenstelling tot Madame Bovary houdt jouw hoofdpersoon Naima juist de liefde verre van zich. En Karim doet dat, tot hij Naima ontmoet, in feite ook.
‘Ja, veel mensen maken het zichzelf in de liefde best moeilijk. Naima en Karim hebben carrière gemaakt, zijn heel zelfstandig, hebben een beeld van zichzelf gecreëerd dat ze niemand nodig hebben. Ik vond het interessant om zo’n persoon te proberen te doorgronden. Wat gebeurt er als zij iemand, in dit geval Karim, ontmoet die haar wél raakt? Hoe komt zij in conflict met zichzelf, met alles wat ze zichzelf heeft aangeleerd en wijsgemaakt? Hoe laat je dat dan weer los? In veel relaties zich ook iets destructiefs: mensen saboteren elkaar of zichzelf. Ik wilde onderzoeken hoe dat werkt.
Twee mensen die elkaar ontmoeten en zich in elkaar verliezen, dat vind ik zoiets bijzonders. Liefde dwingt je om je kwetsbaar op te stellen en een richting op te gaan die ongewis is. Het is een confrontatie met jezelf. Als aan niemand anders meer kunt denken, maakt dat je onzeker en soms klein, het is eng én er is geen mooier gevoel dan dat. Want liefde maakt het leven de moeite waard en geeft het kracht en energie om door te gaan, ondanks alle ellende die er ook is.’
De roman speelt zich af in Marokko, maar gaat ook nadrukkelijk over de Marokkanen in de diaspora.
‘Als het in de Nederland over niet-Nederlandse gemeenschappen gaat, is er al snel sprake van problematiseren en politiseren, van hokjes en etiketten. Marokkanen worden allemaal op één hoop gegooid, terwijl de Marokkanen in Marokko en de Marokkanen in de diaspora eigenlijk twee verschillende gemeenschappen zijn, die zich op een andere manier hebben ontwikkeld. Er zijn vooroordelen over en weer binnen die gemeenschappen, er is wrijving. Daar wilde ik over schrijven, maar dan vanuit mijzelf, zonder exotisme of de witte blik.’
De Marokkaanse personages beklagen zich erover dat ze, door alle Europese Marokkanen die dan naar hun vaderland komen, in de zomer alleen maar Frans, Nederlands, Spaans, Duits om zich heen horen in plaats van Arabisch, alsof ze in het buitenland zijn. Het klonk haast als een echo van wat mensen hier zeggen over bi-culturele Nederlanders.
‘Er zijn veel vooroordelen over en weer. Marokkanen uit de diaspora worden verwelkomd, maar wekken ook ergernis. Ik heb zelf ook gezien hoe Europese Marokkanen zich gedragen, alsof ze verheven zijn boven de oorspronkelijke inwoners. Ze denken vaak dat iedereen in Marokko naar Europa wil, wat helemaal niet zo is. Naima vraagt onomwonden aan Karim hoe het is om in een land te wonen waar je als Marokkaan verguisd wordt. Want dat krijgen mensen in Marokko ook mee, via het nieuws. Naima wil niet in een land wonen waar ze gediscrimineerd wordt, waar ze niet voor vol wordt aangezien. Het is totaal van de zotte dat nu wordt gezegd dat je geen echte Nederlander kunt zijn als je voorouders ergens anders geboren zijn. Je kunt niet mensen dag in dag uit inprenten dat ze er niet bij horen en dan raar opkijken dat ze zich niet thuis voelen. Gelukkig zijn er ook veel bi-culturele Nederlanders die hier geboren zijn en zich wel degelijk Nederlander voelen, en zich niet laten vertellen dat ze hier niet zouden horen.’
Naima en haar vrouwelijke familieleden zijn heel feministisch. Wilde je ook dat vooroordeel doorprikken?
Bouazza knikt. ‘Veel mensen denken inderdaad dat een vrouw die een hoofddoek draagt niet zelfstandig en geëmancipeerd kan zijn. Zoals Naima’s moeder Zhór, zo was mijn moeder: een vrouw met een enorme persoonlijkheid die zich niet door mannen liet vertellen wat ze wel en niet moest doen. Ik ben altijd omringd geweest met sterke vrouwen. Dat past niet bij het stereotiepe plaatje dat sommige mensen van Marokkaanse vrouwen hebben. Maar ik wilde graag levensechte, gelaagde personages in plaats van karikaturen.’
De roman is heel zintuigelijk, een fraai contrast met ons koele kikkerlandje.
‘Ik hoop inderdaad dat je als lezer opgaat in die Marokkaanse sfeer, de geuren en kleuren, dat je bijna de hitte voelt, het zweet tijdens het dansen, de energie die ervan afspat als er muziek wordt gemaakt. Ik wilde heel graag de lezer de sfeer en schoonheid van het land laten ervaren. Ik weet ook dat er in deze tijd niet veel warme gevoelens zijn voor de achtergrond van mijn personages en dat een groep mensen al meteen wordt afgestoten door het idee dat het verhaal zich in Marokko afspeelt. Maar mijn redacteur zei: “Jouw boek opent ook een wereld die mensen niet kennen.” En dat is misschien wel zo. De kracht van literatuur is dat een verhaal je kan meetrekken in een wereld die je niet verwacht. En als dat gebeurt, kan dat magisch zijn.’



