We zijn onafhankelijk. Help ons mee en word ook lid! Met jou erbij gaat het beter.

Geen lid, wel steunen?

Europa ziet AI niet langer als technologie, maar de culturele sector moet nog ontdekken wat dat betekent

E

Soms zeggen de meest interessante beleidsstukken het minst. Het verslag van de Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS-Raad) van mei 2026, gepubliceerd op 27 augustus, is daarvan een goed voorbeeld. Op het eerste gezicht lijkt het een gebruikelijke terugblik op een Brusselse ministerraad, met afspraken over onderwijs, cultuurprogramma’s en Europese samenwerking. Wie echter beter leest, ziet dat zich onder de oppervlakte een veel grotere ontwikkeling aftekent. Voor het eerst wordt zichtbaar dat kunstmatige intelligentie niet langer uitsluitend wordt beschouwd als een technologisch vraagstuk, maar als een onderwerp dat raakt aan cultuur, journalistiek, auteursrecht, democratie en uiteindelijk de positie van de culturele sector zelf.

Opvallend genoeg gebeurt dat zonder grote woorden. Nederland spreekt in Brussel over artistieke en redactionele vrijheid, over de bescherming van cultureel erfgoed, over menselijke creativiteit in het tijdperk van AI en over weerbare culturele en creatieve sectoren. Ook wordt gepleit voor een eerlijke verdeling van middelen binnen het nieuwe Europese programma AgoraEU, waarbij nieuwsmedia en journalistiek een herkenbare eigen positie behouden naast audiovisuele producties en film.

Van subsidieprogramma naar strategische infrastructuur

Dat lijkt op het eerste gezicht vooral een discussie over subsidiestromen. In werkelijkheid gaat het over iets fundamentelers: welke onderdelen van de Europese culturele infrastructuur verdienen bescherming nu AI steeds grotere hoeveelheden cultureel materiaal gebruikt om nieuwe systemen te bouwen?

Die vraag komt later in het verslag nog explicieter terug. Verschillende lidstaten vragen aandacht voor een billijke vergoeding wanneer AI-systemen werken kopiëren zonder dat makers daarvoor worden beloond. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat artistieke en redactionele vrijheid onder druk kunnen komen te staan en dat het Europese auteursrecht opnieuw moet worden bekeken in het licht van de snelle ontwikkelingen rond AI. Daarmee verschuift het debat van auteursrecht als juridisch instrument naar auteursrecht als voorwaarde voor een gezonde culturele economie.

Auteursrecht wordt een democratische kwestie

Dat is een belangrijke verandering. Lange tijd werd AI vooral besproken vanuit innovatie, concurrentiekracht of digitale regelgeving. De culturele sector keek begrijpelijkerwijs vooral naar de vraag of werken zonder toestemming werden gebruikt voor het trainen van modellen. Die discussie blijft belangrijk, maar de Brusselse agenda laat zien dat Europa inmiddels een bredere vraag stelt. Niet alleen hoe makers worden beschermd, maar ook hoe de culturele en journalistieke infrastructuur als geheel levensvatbaar blijft wanneer AI een steeds belangrijkere toegangspoort tot informatie, verhalen en kennis wordt.

Daarmee ontstaat een opvallende parallel met het recente advies van de Raad voor Cultuur, die eveneens stelt dat AI in essentie een culturele technologie is en dat de waarde van culturele data veel nadrukkelijker moet worden erkend. Ook daar verschuift de aandacht van afzonderlijke technologieën naar de vraag hoe een duurzame culturele keten kan blijven functioneren wanneer AI een dominante rol krijgt in productie, distributie en consumptie van culturele inhoud.

Juist daarom is ook de discussie over AgoraEU interessanter dan zij op papier lijkt. Nederland steunt de samenvoeging van bestaande Europese programma’s voor cultuur, media en mensenrechten, maar vraagt tegelijkertijd nadrukkelijk om herkenbare afzonderlijke onderdelen voor journalistiek, nieuwsmedia en cross-sectorale projecten.

Dat is geen administratief detail. Het laat zien dat de grenzen tussen cultuur, media en democratie steeds verder vervagen, terwijl tegelijkertijd wordt gezocht naar manieren om de eigen functie van iedere sector te behouden. Journalistiek vervult immers een andere publieke taak dan film of podiumkunst, terwijl zij in een AI-gedreven omgeving steeds vaker met dezelfde economische en technologische uitdagingen worden geconfronteerd.

De ontbrekende schakel

Misschien wel het meest opvallende aan het hele verslag is echter wat er níét in staat. Vrijwel iedere beleidslijn komt voorbij: AI, cultuur, journalistiek, auteursrechten, democratische weerbaarheid, erfgoed, creativiteit en onderwijs. Toch ontbreekt één perspectief vrijwel volledig: dat van de burger.

Er wordt uitgebreid gesproken over de bescherming van makers, instellingen en sectoren, maar nauwelijks over de vraag hoe burgers straks betrouwbare culturele en journalistieke informatie blijven vinden wanneer AI steeds vaker bepaalt welke informatie zichtbaar wordt, hoe die wordt samengevat en in welke context zij verschijnt. De culturele sector bevindt zich daarmee in een overgangsfase. Zij verdedigt terecht haar economische en juridische positie, maar zal zich de komende jaren waarschijnlijk ook moeten afvragen welke publieke functie zij vervult binnen een informatieomgeving waarin traditionele grenzen tussen bibliotheken, archieven, musea, omroepen, journalistiek en AI-systemen steeds verder vervagen.

Juist daar ligt wellicht de grootste opgave. De discussie over AI wordt nog vaak gevoerd als een debat over technologie of intellectueel eigendom. De Brusselse gesprekken laten echter zien dat Europa langzaam een ander inzicht ontwikkelt. AI verandert niet alleen de manier waarop culturele werken worden gemaakt of gebruikt, maar ook de manier waarop kennis circuleert, hoe burgers zich informeren en hoe maatschappelijke betekenis ontstaat.

Voor de culturele sector betekent dat dat zij niet langer uitsluitend leverancier is van kunst, erfgoed of verhalen. Zij wordt steeds meer onderdeel van de publieke kennisinfrastructuur waarop toekomstige AI-systemen voortbouwen. Dat vraagt vanzelfsprekend om bescherming van auteursrechten en eerlijke vergoedingen. Maar minstens zo belangrijk is een bredere visie op de rol van cultuur in een samenleving waarin menselijke creativiteit, journalistieke onafhankelijkheid en betrouwbare kennis niet langer vanzelfsprekend naast technologie bestaan, maar er steeds meer mee verweven raken.

Het Brusselse verslag presenteert daarvoor nog geen uitgewerkt antwoord. Wel maakt het duidelijk dat Europa de juiste vragen begint te stellen. Voor de culturele sector is dat misschien wel de belangrijkste ontwikkeling van allemaal.

Waardeer dit artikel!

donatie
Ik doneer

Over deze auteur

Guido van Nispen

Ondernemer, bestuurder, toezichthouder en adviseur op het snijvlak van technologie, media en governance. Hij is oprichter van MENSEN.WORK, een holding die zich richt op de samenwerking tussen mens, technologie en informatie. Eerder was hij onder meer CEO van het ANP, directeur van V-Ventures, fondsmanager bij het Dutch Creative Industry Fund, uitgever van Innovation for Jobs en executive director bij BT. Daarnaast vervulde hij toezicht- en adviesfuncties bij organisaties als Triodos, World Press Photo, Cinekid, de Raad voor Cultuur en AVROTROS. In zijn werk staat steeds de vraag centraal hoe organisaties verantwoord kunnen omgaan met de veranderende verhouding tussen technologie, informatie en bestuur.

Reageer!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Populaire berichten

Soms is kunst beter dan vakantie

Soms is kunst beter dan vakantie

De kortste Zomergastenrecensie ooit, en waarom we in Groningen het licht zagen. En twee petities. Omdat ze heel hard nodig zijn. Tegen Hitler, vóór het gesprek.
The Infrastructure of Belonging

The Infrastructure of Belonging

The right to belong to a cultural space is never actually free, even when the ticket is. Someone, somewhere, is doing the ongoing, unglamorous work of holding a door open.
Laat je niet uitspelen

Laat je niet uitspelen

In deze nieuwsbrief: veel Boulevard, een hoop AI en aandacht voor het kleine en kwetsbare, plus waarom vrijgevigheid even noodzakelijk is als gastvrijheid!

Categorieën