“Als 1 iemand kan bewijzen dat door samenwerking met Red Bull een zestiende-eeuws schilderij verdunt of van de muur afvalt, dan stop ik er per ommegaande mee.” Edwin Jacobs, directer van het Centraal Museum Utrecht, opende zijn deuren voor de frisdrankfabrikant. Onder de noemer ‘Art of Can’ exposeert het museum kunstwerken gemaakt van Red Bull-blikjes. “Red Bull geeft je vleugels, het Centraal Museum doet je zweven.”

“Ik wist vanaf de eerste seconde dat er maar één reden is om iets met deze partij te doen, en dat is het aanspreken van een publiek dat nog nooit in het museum is geweest.” Daarnaast stelde Jacobs als voorwaarde dat er samengewerkt zou worden met nog twee andere culturele partijen, de modeontwerper Bas Kosters en Boomerang Cards. Waarom? “Ik zie daar partijen in die ik niet zo snel binnenhaal, maar als Red Bull telefoneert, dan zijn ze er.” Red bull betaalde de eventing. Posters, MTV, Valtifest, alle uitingen die zijn gedaan. Ook betaalden ze de museumnacht in Utrecht. “De dj’s … tutti, wat je maar bedenken kan.”

De voordelen voor het Centraal Museum lijken helder. Een nieuw, jong publiek komt het museum binnen, kosteloze reclame en er worden contacten gelegd met partijen die voor eventuele toekomstige samenwerking interessant zijn. Maar er is ook een keerzijde. Niet iedereen is ervan gecharmeerd dat een bedrijf zo openlijk in een museum staat. Jacobs: “Zeker, er gaan hele blog’s daarover. ‘Zie je wel, hij is een rat, hij verkoopt de boel.’ Maar dat is niet waar. Commercie en kunst kunnen naast elkaar bestaan.”

Het merk Red Bull opereert vanuit de filosofie om “vleugels te geven aan mensen en ideeën”. Woordvoerder Maartje Kardol: “Art of Can is een onderdeel van onze merkfilosofie waarin we letterlijk vleugels geven en hopen zo mooie culture projecten en initiatieven te ondersteunen. Het oudste stedelijk museum van Nederland, het Centraal Museum in Utrecht is een zeer bijzonder museum en staat open voor het ontdekken van iets nieuws. ” Dit oude, bijzondere museum was echter niet de eerste keus van Red Bull. Voor ze naar Utrecht kwamen, zijn twee musea in Amsterdam gepolst, het Stedelijk Museum en het Amsterdam Museum. Zij zeiden nee.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Omdat het Stedelijk Museum tijdens hun verbouwingen slechts tijdelijk open is “wilden we louter onze veel gemiste collectie laten zien” zegt woordvoerder Marie-José Raven. “Een tentoonstelling van Red Bull paste dus sowieso niet in het programma.” Maar wat als het museum wel volledig open was geweest? Raven: “Een concept als dat van Red Bull zou niet snel hier passen.”

Het Amsterdam Museum had in eerste instantie wel interesse om via Red Bull nieuw, jonger publiek aan te spreken. Ze vonden echter dat het merk te weinig connectie had met het museum. Maar bovenal heeft het museum de overtuiging dat een partner een maatschappelijke verantwoording moet hebben. Directeur Paul Spies: “Sponsoring gaat nooit alleen over geld. Het gaat er ook om dat beide partijen zich in hun doelstellingen kunnen vinden. Een museum is een publieke instelling, waar geld van de burger in zit. Beide partners moeten hun maatschappelijke functie serieus nemen. Misschien ben ik teveel een idealist en een drammer, maar ik vond dat Red Bull dat te weinig deed.” Spies stelde voor om de ‘Art of Can’ te koppelen aan het maatschappelijk project Creative Lab, samen met Beehive. Red Bull zou dan de vlaggenmast zijn om aandacht te trekken, maar werd gevraagd zich ook als sponsor aan het maatschappelijk gedachtegoed te binden. Ze wilden niet. Spies: “Het plat promoten van hun merk was voor ons niet voldoende. Maar om zich voorbij hun eigen merk te profileren, dat ging hen te ver.”

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Kijk hier om meer te horen over de visie van Edwin Jacobs.