Was 2010 nog het jaar van PVV-standpunten over cultuur die plotseling werden gedeeld door andere partijen (“kunstsubsidies schaffen we af”), het jaar 2011 viel onder de uitvoering daarvan. Opvallend was het gemak waarmee ook regionale en lokale bestuurders ditzelfde kapmes hanteerden, zoals PVV-woordvoerder Bosma niet naliet te getuigen.

Zo bijvoorbeeld ging er in de gemeente Almelo 30 % àf van de subsidie aan organisaties van culturele activiteiten, omat “die 30 procent het maximale is dat we zonder voorafgaande waarschuwing mogen bezuinigen.”

Het kabinet bezuinigt ruim drie keer zoveel op kunst en cultuur als op andere beleidsterreinen, sprak de staatsecretaris, omdat een echte cultuurverandering anders niet mogelijk is. ‘Als je écht een omslag wil maken, is een onsje eraf niet genoeg.’

Crowdfundig

Dat idealistische streven naar een ‘gezonde cultuursector’, waarbij het publiek betaalt en bepaalt, werd dit jaar gewogen. Als eerste werd crowdfunding ingezet. Door marketeers, door ex-bankiers, door kunstenaars, door musea, door voetbalclubs, door Stadsherstel, en zelfs de gemeente Rotterdam (voor een loopbrug).

Zó wist museum van het boek Meermanno-Westrianum zijn eigen-inkomsten-norm te halen (€4 ton), en gaf het wetenschapsmuseum Boerhaave ruiterlijk toe: “We waren ook te onzichtbaar. Te veel gericht op tentoonstellingen. Dit gevecht zet ons enorm op de kaart.”

Opruiming

Slechter liep het af met vele kleinere instellingen die een kleiner, want vaak regionaal, bereik hebben. Zo gingen het museum Scription in Tilburg dicht, evenals het Onderwijsmuseum in Rotterdam. Een enkel museum kwam in opspraak omdat het een deel van de collectie wilde verkopen ten eigen bate (MuseumGoudA, WereldMuseum in Rotterdam). Het geesteskind van de politiek, het Nationaal Historisch Museum, werd definitief in de kast gezet.

Ook het ministerie van Financiën haalde – op de valreep – nog een flinke duit uit het zakje voor de musea. Zij mogen niet langer gebruik maken van de vrijstellingsregeling op commerciële activiteiten zoals museum-shop of café. De regeling werd namelijk misbruikt door … niet-culturele instanties … (Snapt U het nog ?) Landelijk kan er sprake zijn van een miljoenen-aanslag van onze belastingen op de museuminkomsten.

Werd de invoering van 19% btw voor de podiumkunsten met een half jaar uitgesteld, voor de beeldende kunsten ging ie meteen in. Voor de aardigheid nog maar eens welke sectoren buìten die beslissing vielen: vlees, vis, zuivel, boeken, geneesmiddelen, konijnenvoer, kappers, papieren krant, circus, bioscopen, sportbeoefening, voetbalwedstrijden & attractie-parken.

Zelfstandigen

Naast de btw-verhoging vielen voor alle zzp’ers in de cultuursector (dwz alle zelfstandig werkende kunstenaars als beeldhouwers, schilders, acteurs, ontwerpers, muzikanten en acteurs) nog enkele zware klappen: de zelfstandigen-aftrek geldt alleen nog voor succesvolle ondernemers dwz de klein-verdieners komen niet meer in aanmerking voor zelfstandigen-aftrek (zoals oudedag-reserve) plus geen invoering van een minimum tarief voor zelfstandige arbeid. Voeg daarbij dat zelfstandige kunstenaars vaak geen aanvraag kunnen indien bij de grote particuliere fondsen, dat is voorbehouden aan instellingen.

Voor de podiumkunsten als geheel kwam de klap via verminderde bezoekersaantallen, verplicht méér populaire programmeringen plus minder voorstellingen per seizoen. Van de bezoekers valt nog te melden dat vooral mensen met een lager inkomen (35% van het bezoekersbestand) het theater vaker zullen mijden.

Een onderzoek van de Atlas Nederlandse Gemeenten toonde aan dat de kosten van de bezuinigingen in geval van de podiumkunsten ongeveer twee keer zo hoog zijn als de opbrengst voor de schatkist. Dergelijke zakelijke argumenten waren echter aan dovemans oren gericht.

Regelmatig hebben pop-podia best zin in een commerciëlere programmering, mits de gemeente niet te moeilijk doet met vergunningen. “Maar voor je het weet heb je de lokale horeca op je nek die een gesubsidieerde instelling ziet die precies hetzelfde doet”, en dat geklaag was dan ook volop te horen.

Voor je verder leest...

Wij geloven in onderzoeksjournalistiek over cultuur. Het is geen onderwerp waar je enorm populair mee wordt. Reden waarom de meeste media alleen die paar sensationele berichten meenemen, maar niet verder kijken. Cultuurpers richt zich juist op die verhalen die voor de cultuurwereld belangrijk zijn, maar die de grote media te klein vinden. Dat kunnen we alleen volhouden als jij meedoet. Door ons tips te geven, maar ook als je lid wordt of ons steunt met een donatie. Houd de cultuurwereld scherp!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen. Geef 2,50, 10 euro of meer!

Provincies

Het Rijk kortte ook op het Provinciefonds. De vernieuwde provincie-besturen trokken zich deels terug op hun kerntaken (ruimtelijke inrichting, economie, natuur en recreatie en mobiliteit) en bezuinigden in meer of mindere mate op cultuur. Noords-Brabant: 33 %, Zeeland en Drenthe elk 5 %. Na bibliotheken werden cultuureducatie, amateurkunst, podiumkunsten en musea genoemd als posten waarop vooral wordt gekort.

De cultuur-educatie in Noord- & Zuid-Holland en Utrecht verloor haar provinciale ondersteuning grotendeels.

Veel provincies bezuinigden tevens op budgetten voor projectsubsidies. Eerder al gaf Noord-Brabant aan dat daarop vanaf volgend jaar 25 % zal worden gekort. Dat heeft direct effect op activiteiten in gemeenten: minder theatervoorstellingen, tentoonstellingen en minder muziekuitvoeringen.

De provincies investeerden wel degelijk, maar vooral in grote publiekstrekkers, zoals de futuristisch ogende uitbouw bovenop Museum de Fundatie of het door het Rijk gehalveerde Orkest van het Oosten. Maar Overijssel had zich als enige provincie vastgeled op een aantal grote investeringen in de cultuur.

Gemeentes

Ook de gemeentes bezuinigden fors op de cultuur-sector. Enerzijds door de bezuiniging op het Gemeentefonds, anderzijds door tegenvallende grond-exploitatie. Gemeentes noemen als oorzaak dat een aanzienlijk deel van het cultuurbudget ‘vrij geld’ is, waardoor bezuinigingen hier makkelijker kunnen worden doorgevoerd dan op andere terreinen. Gemeenten bezuinigen vooral veel op de eigen organisatie. Culturele instellingen (vooral musea, archieven en podia) die onderdeel zijn van die gemeentelijke organisatie zien daarom vaak een forse bezuinigingstaakstelling op zich afkomen. De interne bezuinigingen raken ook de afdelingen cultuur en monumenten & archeologie.

City-marketing werd het nieuwe toverwoord voor lokale bestuurders, voor culturele instellingen werd het ‘samenwerking’. Gezamelijke front- of back-office werden gemeengoed.

Media

Hoe het de lokale radio en tv verging, laat zich raden. Hier een voorbeeld uit Amsterdam. “De make-up afdeling was gesloten – verwarming kapot, geen mensen meer – dus moest de burgemeester linea recta naar de studio komen. Omdat er niemand was om hem op te vangen – producer geschrapt – stond ie per ongeluk voor deur van de bezemkast …” Voor veel lokale omroep-organsiaties werd het extra moeilijk omdat gemeentes regelmatig niet hun wettelijke vergoeding volledig uitkeren.

Bibliotheken

Gemeenten subsidiëren voor 90 % de bibliotheken in Nederland. Het kabinet adviseerde weliswaar bibliotheken te ontzien in bezuinigingsplannen, maar dat advies wordt door veel gemeenten niet opgevolgd. Volgens de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) worden van de ruim duizend vestigingen in Nederland ruim driehonderd gesloten. Vooral de kleine kernen worden getroffen, al maakt men vaak een uitzondering voor een verkleinde bieb op scholen.

Muziekscholen

De CNV Kunstenbond telde dat dit jaar 25 muziekscholen hun deuren moeten sluiten. Volgend jaar zou dat het dubbele aantal zijn, en daarna nog eens 75 scholen. In Nederland zijn zo’n 200 muziekscholen en centra voor cultuur die afhankelijk zijn van subsidie. Conclusie: over drie jaar bestaat een groot deel daarvan niet meer. Want “als de muziekschool de kostprijs moet rekenen, krijgen leerlingen te maken met astronomisch hoge bedragen.”

En dat bevestigt de algehele trend: de grote instellingen weten zich te redden, de kleinere gaan een schamel bestaan tegemoet, terwijl de meerderheid van de allerkleinsten, de zg. éénpitters alleen maar inkomsten-derving mogen verwachten.