Kan een cineast die in West-Duitsland geboren en getogen is precies de juiste toon treffen in een film die in het voormalige Oost-Duitsland speelt? Ik had daar nog niet zo bij stil gestaan, maar de Berliner Zeitung wierp die vraag op naar aanleiding van Christian Petzolds Barbara, over een Berlijnse kinderarts die na een verzoek naar het westen te mogen reizen voor straf wordt gedegradeerd naar de provincie. Het dagblad met dagelijks maar liefst vier volle pagina’s Berlinale-verslaggeving komt tot de conclusie dat het kan en is zelfs zeer onder de indruk. En inderdaad, deze eerste Duitse titel in de competitie doet een kansrijke gooi naar de Gouden Beer.

Nina Hoss in Barbara (foto: Christian Schulz)

Zonder het verhaal heel spectaculair te maken of vol te stoppen met DDR-nostalgie weet Petzold met een uiterst precieze en vooral ingetogen regie het gevoel op te roepen hoe het is te leven in een land waar je altijd op je hoede moet zijn. Petzolds muze Nina Hoss, een groots actrice waarvoor het minimalistisch acteren lijkt te zijn uitgevonden, speelt de gedegradeerde arts met een subtiele mengeling van trots en waakzaamheid. Ze weet dat ze als Berlijnse niet alleen voor een kakmadam wordt aangezien, maar beseft ook dat iedereen haar kan verklikken. Dat nog los van de vernederende huiszoekingen die ze zich moet laten welgevallen. De rug kaarsrecht, houdt ze zich op een afstand omdat ook achter een aardig woord een andere bedoeling kan schuilgaan. Barbara schept niet alleen een indringend beeld van de DDR anno 1980 maar laat ook zien hoe vernietigend het is wanneer het vertrouwen tussen mensen wordt aangetast.

Toegegeven, Barbara is minder tot de verbeelding sprekend dan bijvoorbeeld Das Leben der Anderen, maar laten we hopen dat er desondanks een Nederlandse distributeur is die er zijn best voor gaat doen. Het mag toch ook in ons land eindelijk wel eens bekend worden dat Christian Petzold (Yella, Jerichow) een van de meest interessante regisseurs van de huidige Duitse generatie Duitse is.

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

Gisteren was ook de Eurpese première van het buiten competitie vertoonde prestigieuze Chinese oorlogsdrama The Flowers of War, en dat viel dan weer tegen. De in China hoog opgeklommen regisseur Zhang Yimou – filmhuisgangers van het eerste uur kennen Het rode korenveld nog wel – verfilmde een verhaal dat zich afspeelt tijdens de beruchte Japanse bezetting van Nangking in 1937. Een louter op geld beluste Amerikaanse avonturier ontpopt zich daarbij als redder van een groep schoolmeisjes en prostituees. Zwaar aangezette effecten en sentiment worden in The Flowers of War niet geschuwd en het doet daarbij sterk denken aan de geschiedenis van een andere westerse redder in Nangking, de Duitser John Rabe. Dat gegeven werd een paar jaar geleden al indrukwekkend verfilmd door Chuan Lu als City of Life and Death. Die film lag een beetje moeilijk, onder andere omdat de gebeurtenissen daarin deels vanuit het perspectief van een Japanse soldaat worden getoond. Zhang Yimou houdt het bij overzichtelijk heldendom, maar aan zijn voorganger kan hij niet tippen.

Leo Bankersen