Het grote publiek kent haar als de keiharde advocate Claire uit Gooise Vrouwen. Toneelliefhebbers kennen haar al langer als die actrice met die markante stem. Een diplomatendochter, geboren in Afrika, later opgegroeid in Bussum. Tjitske Reidinga durft er nu wel voor uit te komen: ‘Ik ben gewoon een kakker. Dat probeer ik al heel lang te ontkennen, maar ik moet het gewoon toegeven. Ik ben een kakker.’

Deze zomer speelt Tjitske Reidinga de hoofdrol in ‘Het geheugen van water’, de eerste zomerproductie van het Amsterdamse Delamartheater. We waren erbij toen het plan werd gepresenteerd, en namen een camera mee.

Voor het Podiumkunstenvakblad TM interviewde Wijbrand Schaap Reidinga naar aanleiding van haar nominatie voor één van de grotere toneelprijzen. Hier kunt u dat interview lezen: 

Zichzelf relativeren kan ze als de beste. Dat ze nu tot de klasse van de BN-ers is toegetreden kan haar maar matig boeien. Sterrendom was ook nooit haar doel:

‘Welnee. Sterrendom dat was toen ik klein was iets voor mensen als Mary Dresselhuys of Ellen Vogel. Ik ben daar niet zo mee bezig.’

Voor haar was toneelspelen vanzelfsprekend.

‘Mijn eerste herinnering is dat ik op de lagere school op het toneel stond in een rood poezenpak. Er is nooit een bewust moment geweest dat ik dacht: ik moet aan het toneel. Het was gewoon zo. Dat is best een grote luxe. Nu ik zelf kinderen heb bedenk ik wel eens: wat is het toch een cadeau als je al zo vroeg weet wat je wilt gaan doen. Later kwam er wel een soort benauwdheid bij. Dan had ik momenten dat ik dacht: stel je voor dat het niet lukt, of zo. Maar ik was ook niet heel erg ambitieus. Dat ben ik nog steeds niet. Ik ben wel blij dat het enigszins gelukt is, anders had ik echt niet geweten wat ik zou moeten doen.’

Wist je ook al wat voor soort toneel je wilde maken?

‘Geen idee. Ik ben helemaal niet opgegroeid met toneel. Mijn ouders waren zeker cultureel maar de eerste jaren van mijn leven woonden wij in Afrika en daar was niet echt sprake van gesubsidieerd toneel. Het eerste toneelstuk dat ik gezien heb, was pas toen ik op school zat. Mijn ouders zaten veel meer in de muziek en de opera. En in boeken. Toneel kwam helemaal bij mij zelf vandaan.’

Na school heb je in wat kleinere, marginale voorstellingen gespeeld. Bij het ro theater, bij de Toneelschuur. Op je CV prijkt ook een Hedda Gabler. Zoek je speciaal naar dat soort uitersten, om veelzijdig te blijven?

‘Helemaal niet. Dat klinkt dan wel weer saai, maar nee. Ik was steeds weer verbaasd dat mensen mij voor rollen vroegen.’

De karakters die je speelt hebben wel altijd iets heel overtuigends en krachtigs in hun komieke aardsheid. Honey in Who’s afraid of Virginia Woolf was een van de krachtigste vertolkingen die ik van die kwezelrol zag.

‘Voor dat soort rollen heb ik wel een zwak. Ik speel graag de outsider. Dat is altijd zo geweest. Ik ben ook altijd het beste geweest in de bijrollen. Je moet mij maar een beetje laten begaan. In die bijrollen sta je niet in de schijnwerpers, dus dan kan je een beetje prutsen aan de zijkant. Dan kom ik het beste tot mijn recht. Zo’n Hedda Gabler… Ik zou het best wel weer eens willen doen, zo’n grote rol, maar toen was dat niet echt het goeie moment voor me. Het klinkt misschien een beetje raar uit de mond van een actrice, maar ik word het liefst een beetje met rust gelaten als ik aan het repeteren ben. Ik vind het heel fijn dat ik niet in het midden hoef te staan.’

Dan is de Colombina dus een terechte prijs.

‘Nee hoor. Ik vind het helemaal niet terecht, en ik moet je eerlijk zeggen: ik heb ook niet zoveel met prijzen. Ik vind dit hartstikke leuk en voel me zeer vereerd, maar ik ben er helemaal niet mee bezig als ik aan een rol begin. Acteren is voor mij ook niet een bevalling. Sommige actrices zie je echt lijden en zoeken en vechten met een soort persoonlijke missie. Dat heb ik allemaal niet. Ook niet met zo’n rol als deze. Die Ivy in Augustus Oklahoma, of Honey: als je mij een beetje laat gaan komt het over het algemeen wel goed.’

Hoe kom je aan die gemakkelijke houding?

Voor je verder leest...

Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word Lid!

‘Ik ben geen intellectuele vrouw. Ik ben een rare eend in de bijt. Een beetje een volksvrouw. Ik volg mijn intuïtie. Ik heb het dus altijd ook moeilijk gevonden om over toneelspelen te praten. Ik ben daar te nuchter voor. Je moe het ook niet belangrijker maken dan het is. Je staat in feite gewoon weer met een leuk pakje heel goed te liegen. Vroeger werd ik helemaal onzeker als ik hoorde wat anderen allemaal te zegen hadden over toneelspelen. Ik weet nog dat ik op de toneelschool in de eerste klas moest vertellen waarom ik wilde spelen. We zaten met zijn allen rond te tafel en moesten om de beurt vertellen. Ik was als laatste aan de beurt, en het waren allemaal hele lange verhalen over waarom mensen zouden moeten spelen, en wat ze ermee wilden bereiken en wat ze zo mooi vonden aan toneel. En ik weet nog dat ik dacht: wat erg. Ik kom niet verder dan dat ik gewoon het leukste vind wat er is. O, wat ben ik dom.’

Maar ooit zal je toch eens diep moeten gaan. Zegt men. Maak je je daar zorgen om?

‘Natuurlijk maak ik me daar zorgen om. Op een gegeven moment weet iedereen het wel toch? Dan zeggen ze: heb je die vrouw met die lijzige stem weer. Natuurlijk denk ik daar wel eens aan. Maar aan de andere kant denk ik, hoe ouder ik wordt: ik sta er wel nog steeds.’

Ga je bewust om met de rollen die je nu aanneemt?

‘Het zou wel meer moeten, maar de praktijk is ook gewoon dat ik drie jongens heb die ik groot moet brengen. Er moet wel brood op de plank zijn. Maar nu zit ik wel een beetje in een fase dat ik een grote vinger in de pap heb over mijn carrière.’

‘Voor het komende seizoen heb ik dingen afgezegd. Voor het eerst van mijn leven ga ik het hele volgende jaar geen toneel spelen. Er kwam een rol die me niets nieuws bood, en daar heb ik nee tegen gezegd. Ik vind het wel heel jammer. Maar gelukkig kan ik daardoor nu wel het jaar daarna weer met Rieks Swarte aan het werk. Dat gun ik mezelf dan ook weer. Ik heb de laatste tijd natuurlijk vooral grotemensentoneel gedaan met echte actrices en grote stukken. Ik had weer een soort behoefte om terug te gaan naar mijn roots. Dat is toch dat Toneelschuurwerk. De middenzalen. Ik ben immers een soort tussen-kunst-en-kitsch-actrice. Ik ben niet van het hele commerciële, maar ook niet van het hele intellectuele. Ik zou heel graag repertoiredingen willen doen: Tsjechovs en wat ze bij Toneelgroep Amsterdam doen. Maar ik zit niet vast bij een gezelschap.’

Als Ivo van Hove je een vast contract zou aanbieden, zou je ja zeggen?

‘Een vast contract? Dat weet ik nog zo net niet. Maar ik zou het wel heel erg leuk vinden om met zoveel mogelijk verschillende mensen te werken. Ik hou er ook van om uitgedaagd te worden en te kijken wat zo iemand dan weer uit mij zou halen. Dus ik zou het zeker overwegen. Maar dat gaat helemaal niet gebeuren, joh. Ik heb wel nog even gedacht: zal ik zelf een brief schrijven. Omdat ik toen Jacob, mijn jongste, net geboren was goed heb nagedacht over wat ik zelf nou leuk vind. En hoe ik het voor me zag. Toen bedacht ik dat, maar dat gaat niet gebeuren.’

Waarom niet?

‘Ze zitten daar al met heel veel actrices. Zo simpel is het. Die moeten ze allemaal al aan het werk houden. Maar dat idee van die brief kwam ook in mij op omdat ze een stuk gaan doen dat ik heel graag had willen spelen: ‘Cat on a hot tin roof’. Dus ik dacht: zal ik voor het eerst van mijn leven gewoon een brief schrijven en vragen: mocht die en die actrice zwanger worden, of opeens bij de indianen in Nepal gaan wonen, mag ik het dan spelen? Maar ik heb het niet gedaan. Wat eigenlijk een beetje stom is, want ik vind eigenlijk dat je altijd alles moet proberen.’

Tennessee Williams is wel jouw ding.

‘Dat vind ik ook, maar Tennessee Williams zit heel vaak bij de vaste gezelschappen. Daar loop ik steeds vaker tegenaan: Dat er mooie stukken zijn, maar bij de vaste gezelschappen, en daar zit ik niet. Dat vind ik eerlijk gezegd wel jammer.’

Wat was die rol die je weigerde?

‘Ik zou oorspronkelijk Lady Macbeth spelen tegenover Mark Rietman. Dat werd toen afgezegd omdat Toneelgroep Amsterdam dat ook al doet. Vervolgens kwamen ze aanzetten met een ander stuk en daarvan dacht ik: daar heb ik niet veel zin in. Toen kwam ik dus met dat Tennessee Williams-idee en dat gaat Toneelgroep Amsterdam dus ook al doen. Toen was ik een beetje het haasje. Hartelijk bedankt, Toneelgroep Amsterdam. Ik wou zooo graag Lady Macbeth spelen. Maar dat blijft wel gewoon op mijn lijstje staan.’

 Het Geheugen van Water speelt vanaf 17 juni 2012 in het Delamar Theater