Ik heb de toekomst van opera gezien.
Een werk van opmerkelijke arrogantie.
Slaapverwekkend.
De meest perfecte synthese van beeld en geluid.
Een irritante, vlakke ervaring.
Flatulente onzin.
Het predicaat opera onwaardig.

Zomaar een greep uit de recensies van Sunken Garden, de opera van Michel van der Aa en David Mitchell die afgelopen vrijdag in Londen de wereldpremière beleefde.

Opmerkelijk. Pijnlijk misschien. Maar voor wie?

Er zijn weinig nieuwe opera’s waarover op voorhand al zoveel geschreven was. Kwaliteitskrant The Guardian was mediapartner en plaatste niet alleen trailers op hun site, maar sprak vooraf met Van der Aa, Mitchell en dirigent André de Ridder. En de andere Britse kranten volgden. Begrijpelijk, want niet alleen won Van der Aa in korte tijd zowel de prestigieuze Grawemeyer Award en de Mauricio Kagel Music Prize, maar deze opera is ook de eerste met 3D-film én maakt gebruik van een libretto van Cloud Atlas-schrijver David Mitchell, de laatste maanden ook al alom in het nieuws door de op zijn zachts gezegd verdeeld ontvangen Hollywood-verfilming van dat boek. Zelfs The Daily Mail publiceerde een uitvoerige voorbeschouwing – al ging het daags na de première louter over de aanwezige Ashton Kutcher.

Die was niet opgemerkt door het premièrepubliek, althans, zij tweetten er niet over. Wel over de opera. Op een enkeling na zeer positief, met name over het gebruik van 3D-film. Ook festivaldirecteuren en programmeurs reageerden enthousiast. Enkelen klaagden over het ontbreken van boventiteling, waardoor de tekst moeilijk te volgen was.

Dat laatste maakt ironisch genoeg duidelijk hoezeer moderne techniek vast onderdeel van opera is geworden: een van de doelstellingen van English National Opera was ooit opera in het Engels te brengen, zodat iedereen de handeling kon begrijpen zonder kennis van Duits of Italiaans.Van boventiteling had toen nog niemand gehoord.

Moderne techniek is echter veel meer dan een onderdeel in de muziektheaterwerken van Michel van der Aa, naast componist ook regisseur en filmmaker. Net zoals in After life en het celloconcert Up-close is in Sunken garden het gefilmde deel onlosmakelijk verbonden met muziek en handeling.

Het technische vernuft van deze nieuwe opera werd aanvankelijk ook unaniem geroemd in de Britse pers. Over de partituur verschilden de meningen, waarbij de ene criticus stelt dat Van der Aa uitzonderlijk goed voor de menselijke stem schrijft, de ander meent dat daar juist veel aan verbeterd kan worden. Jammer van het cryptische libretto, sombert de een. Een in wezen klassiek operalibretto, constateert de ander.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Verschillende opinies, drie sterren van de vijf.

Niks geks, gebeurt vaker.

Maar opmerkelijk genoeg werden de besprekingen die daar weer op volgden steeds negatiever. En snel ook. De toon veranderde eveneens. Zelfs al werd in de tekst nog positief gesproken over sommige aspecten van de opera, de koppen werden grimmiger. En al snel werden ook de technische hoogstandjes afgedaan als gemakkelijk effectbejag of nu al achterhaald. Andrew Clark in Financial Times was het dodelijkst: “Als het novelty element 3D-film maar werkt, is alles goed, niet?”

Maar tegen wie heeft Clark het hier nou eigenlijk?

Tegen Michel van der Aa natuurlijk. Toch?

Wat opvalt in de besprekingen is dat steeds vaker gesproken wordt over de toekomst van de opera. En dat Sunken garden dat niet is.

‘De toekomst van de opera’ komt echter niet uit voorpublicaties, maar uit de allereerste reactie, geschreven door Norman Lebrecht.

Alarmbellen rinkelen.

Norman Lebrecht schreef vele boeken over klassieke muziek, waarin hij onder andere genadeloos het grote geld en de opgeblazen ego’s achter de schermen beschreef. Niet altijd op controleerbare feiten gebaseerd, hetgeen hem op rechtszaken kwam te staan en hem tot een van meest gehate muziekjournalisten van Engeland maakte, daar hij ook collega’s met naam en toenaam noemde.

En uitgerekend die eerste reactie van Lebrecht gebruikte English National Opera in een mailing. Dat die eerste reactie gebaseerd was op een bezoek aan de generale repetitie hielp evenmin; het is ook in Engeland een ongeschreven wet dat een journalist louter beschrijft wat daar gebeurt, niet daarop een oordeel baseert, zelfs al is het op een eigen blog – een genre dat Lebrecht overigens lang verafschuwde.

Uiteraard las Lebrecht ook alle steeds negatiever wordende recensies, en het kan niet anders dat ook hem opviel dat die meer en meer ook een reactie leken op zijn juichende quote.

Hij reageerde zelf met een opmerkelijke nieuwe blogpost, getiteld Kritiek op de critici: wie heeft gelijk over Sunken garden.

Een om vele redenen bizar stuk, waarin hij ten onrechte stelt dat alle andere critici het eens zijn dat Sunken garden veel is, maar geen opera, en dat misschien alleen hij – en voormalig operadirecteur Brian Dickie – het goed hebben gezien.

Bizar, omdat hij niet alleen de negatieve besprekingen niet goed heeft gelezen, maar de wel degelijk positieve recensies, zoals in ‘vakblad’ Opera Britanica, voor zijn eigen argument negeert. Wel noemt hij in een update de ook zeer lovende bespreking in de New York Times.

Bizar, omdat hij niet alleen de negatieve besprekingen niet goed heeft gelezen, maar de wel degelijk positieve recensies, zoals in ‘vakblad’ Opera Britanica, voor zijn eigen argument negeert. Wel noemt hij in een update de ook zeer lovende bespreking in de New York Times.

Bizar, omdat hij niet alleen de negatieve besprekingen niet goed heeft gelezen, maar de wel degelijk positieve recensies, zoals in ‘vakblad’ Opera Britanica, voor zijn eigen argument negeert. Wel noemt hij in een update de ook zeer lovende bespreking in de New York Times.

Bizar, omdat hij zich afvraagt of recensies in serieuze kranten nog iets te zeggen hebben als het publiek een andere mening heeft en stemt door massaal kaarten te kopen – de voorstellingen in het Holland Festival zijn meer dan uitverkocht, maar Lebrechts redenering volgend zouden we Justin Bieber het grootste muzikale talent ooit moeten noemen.

Wordt hier een vete tussen Britse muziekjournalisten uitgevochten? Tussen oude en nieuwe media? Het zou kunnen. Op twitter en facebook laait inmiddels de discussie hoog op en English National Opera zelf maakte een heuse storify aan waarin zowel de positieve als negatieve reacties van pers en publiek opgenomen worden. Als dat geen opera 2.0 is…

En Michel van der Aa zelf? Die reageert uiteraard via twitter:

 

 

En denkt waarschijnlijk: een rel, een operarel! Ze vinden het helemaal niks of ze vinden het geweldig. Ze vliegen elkaar nog net niet letterlijk in de haren. Ik doe iets goed.

Ik ga het zelf maar eens zien, tijdens het komende Holland Festival.

Comments are closed.