Cultuurfilosoof Ad Verbrugge heeft nooit heel veel met David Bowie gehad. Dat vertelde hij aan het begin van zijn lezing, vrijdagavond 18 december, als speciale attractie van de David Bowie Late Night in het Groninger Museum. Dat was de eerste teleurstelling voor de verzamelde fans. Er zouden er meer volgen. Ad Verbrugge had zich namelijk niet helemaal goed voorbereid op zijn optreden. Hij had de tekst van een twee uur durend hoorcollege voor jonge studenten cultuurfilosofie aan de VU meegenomen, een tekst die vooral ging over Bob Dylan en zijn relatie tot de kunst- en literatuurgeschiedenis. En omdat beide namen een D en een B in zich hebben had hij die een beetje aangepast om hem ook over David Bowie te laten gaan. Dus noemde hij steeds David Bowie als hij Bob Dylan noemde. En citeerde hij op een heel dominee-achtige manier een enkel fragment uit het nummer ‘Time’ van Bowie.

Alsof het een psalm betrof.

Dat was natuurlijk zijn eerste vergissing: dat hij een tekst voor 20-jarige studenten meende te kunnen gebruiken voor een publiek van hardcore David Bowiefans, die voor het grootste deel speciaal voor de David Bowie Late Night naar Groningen waren afgereisd. Je moet van goeden huize komen om dat publiek iets nieuws te vertellen, en je moet al helemaal durven om die een hoorcollege voor te schotelen, ook al zijn de Nederlandse Bowiefans doorgaans wat hoger opgeleid dan zijn aanhang in Engeland, waar Bowie al veel langer een echte volksheld is. Iedereen die voor de late Night naar Groningen was gekomen hoopte eigenlijk stiekem op iets geheims, iets speciaals, waarvoor immers ook flink meer betaald moest worden dan de gewone kaartjes voor de tentoonstelling overdag. Misschien zou Hij wel in persoon verschijnen.

Maar nee dus. We moesten het doen met Ad Verbrugge die vertele dat hij alleen gedurende de jaren tachtig in Bowie had ‘geloofd’. Voor een publiek van echte fans behoor je dan tot de would-be popkleuters die Let’s Dance wel een tof nummer vonden, maar voor wie 1. Outside of Scary Monsters een tikje te heftig zijn. Enfin: na ruim een uur praten, waarin hij steeds aankondigde het over Bowie te zullen gaan hebben, maar dat niet deed, hield ruim de helft van het publiek het voor gezien, klokte de zeker niet onaardige Bowie Cocktail achterover en stortte zich op de expo ‘Bowie is’. Dat maakte de teleurstelling goed.

Wie het origineel in het Londense Victoria en Albert Museum heeft gezien, zal een klein beetje teleurgesteld zijn door de opstelling in Groningen. Dat museum mist de grote zalen en hoogte van die Londense kunsttempel. Het ruimtegebrek zorgt er ook voor dat dingen meer op elkaar staan, dat sommige onderdelen wel erg summier worden behandeld, maar een kniesoor die daar moeilijk over doet. Het effect van de expo blijft overdonderend.

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

Het is best wonderlijk hoe de samenstellers van de expositie over deze grootste rockster van na de oorlog erin zijn geslaagd om het verhaal op te tillen van een verzameling fanclubartikelen tot een groots kunstenaarsportret. Na twee zalen besef je dat je niet door het leven van een popster wandelt, maar dat je meemaakt hoe een rockster toegelaten wordt tot het kunstuniversum dat doorgaans alleen gereserveerd is voor mensen die kwast of beitel hanteerden. Picasso, Matisse of Rodin, en nu dus David Bowie, die eindelijk de erkenning krijgt als kunstenaar die op bijna alle kunstdisciplines invloed heeft uitgeoefend.

De laatste zaal van de expo is een orgastisch hoogtepunt. Omgeven door massieve schermen zie je al Bowie’s persona’s oplichten tussen metershoge video’s van live optredens. Die zaal, in de nok van het Groninger Museum, is prachtig, maar hier wreekt zich wel een beetje de schaal: de oppervlakte is voor het gevoel maar een kwart van de zaal in Londen, en dan werkt het toch minder. De liefde werd er niet minder om. De muziek even prachtig, het mysterie nog steeds onaangetast.

De manier waarop Bowie zelf zijn carrière heeft vormgegeven is de belangrijkste factor in de verering die hij bij meer mensen dan alleen zijn fans afdwingt. Bij de echte fans grenst die verering aan het religieuze. Er zijn mensen die serieus in hun achterhoofd houden dat de jongen uit Brixton eigenlijk van een andere planeet komt. Benieuwd of deze Bowie’s Getuigen ooit, over een eeuw of twintig, deel zijn van een nieuwe wereldgodsdienst. En misschien hebben ze dan dat hoorcollege van Ad Verbrugge, met zijn kerkelijke galm, wel tot apocrief testament verheven. Ad zou het vast fantastisch vinden.

Het kan, kortom, raar lopen.

De tentoonstelling ‘Bowie is’ in nog tot 13 maart 2016 te zien in het Groninger Museum. Op vrijdagavond zijn er dus speciale programma’s. Informeer vooraf bij het museum wat er te verwachten is.