Blackstar: Bowie geeft les in ouder worden

Bowie-Blackstar-vinylcover
Bowie-Blackstar-vinylcover

Technisch is hij natuurlijk al een keer opgestaan uit de dood. Immers, bij een open hartoperatie (2004) wordt je hart stilgelegd. Vroeger was je dan dood. Nu kom je met een nieuw leven terug uit narcose. Niet vreemd dus, dat het 69-jarige popcultuurfenomeen David Bowie zijn huidige leven aan Lazarus ophangt: een muziektheaterstuk, een song, genoemd naar de bijbelse zwerver die door Jezus uit de dood werd opgewekt. Een truc die doorgaans maar één keer werkt. Iets waar de bejaarde zanger zich rekenschap van geeft op het album Blackstar. Een album dat door de verzamelde wereldpers al is uitgeroepen tot het beste wat de popmuziek kon overkomen.

Er zijn mensen die vinden dat Bowie teveel aandacht krijgt. Ook hier bij Cultuurpers. Ik zal niet ontkennen dat ik  ‘fan’ ben van de man. Maar het verhaal van David Bowie’s carrière gaat over meer dan of je fan bent of niet, en gaat al helemaal niet over welk album, welk nummer, welke film je het beste vindt. Of Blackstar beter is dan Scary Monsters? Ik vind van wel, maar dat doet er dus eigenlijk helemaal niet toe. Wat er wel toe doet, is hoe Bowie ons leert om gracieus oud te worden. Niet echt een ‘poppy‘ ding, maar dat is eigenlijk ook het leuke.

Als achttienjarigen hadden we het onder vrienden weleens over hoe dat zou zijn, als Bowie even oud zou worden als Frank Sinatra destijds leek. Ik was bang dat we Bowie dan als een crooner terug zouden vinden in een casino in Las Vegas, niet meer bij machte om de hoge uithalen in ‘Heroes’ te halen, maar daar maalde de zaal vol dronken would-be miljonairs al lang niet meer om. Het was de tijd dat ‘Celine Dion’ als scheldwoord ingeburgerd raakte.

Als je jong bent spiegel je het ouder worden aan wat je aan andere mensen oud ziet worden. In de jaren zeventig en tachtig namen we erge drugs om te voorkomen dat we oud zouden worden. Live fast, die young, met hulp van een overdosis van het een of ander: genoeg garantie om over 40 jaar niet in een trenchcoat achter een rollator betrapt te worden. We waren er toen van overtuigd dat een mens maar een beperkte hoeveelheid creatieve energie heeft. Na je 35e is die wel zo’n beetje op. Dan rest slechts het langzaam herkauwen, het blijven spelen van dat ene hitje, het steeds opnieuw schrijven van dat ene boek. Na je 50e kun je niets meer bedenken, dachten we. Net zoals we toen dachten dat het na meno- en eventuele penopauze over en uit was met de lichamelijke genoegens.

Veel popsterren voldoen perfect aan dat beeld. Ze gaan door, maar vraag niet hoe. Zure oude mannen zijn het vaak, en ook al zijn het opvallend genoeg juist vrouwen als Patty Smith en Debbie Harry die een inwendige jeugd weten vast te houden, echt vernieuwend zijn ze al een tijdje niet meer.

Dat beeld van de stagnerende senior heeft Bowie al met zijn voorlaatste album aan diggelen geslagen. Met Blackstar doet hij er nog een schepje bovenop. Wat blijkt? Ouderdom maakt een heel nieuw soort creatieve energie vrij. Een energie die niet gedreven wordt door een heilig moeten of een gesublimeerde seksuele drive om het alfamannetje of -vrouwtje te worden van de lokale mestvaalt. De creatieve energie van de 69-jarige overlever is nergens nog verantwoording aan schuldig. Die kan vrij stromen. Daar kunnen we allemaal een voorbeeld aan nemen.

De enige drijfveer achter die energie is het bewustzijn dat je op geleende tijd leeft. Zeker als je al een keer dood bent geweest. Dat bewustzijn is de grote kracht van Blackstar, maar ook de grote doem die het album zo beklemmend maakt, zeker in de laatste twee nummers. Pak de teksten er maar eens bij.

Goed geschreven? Met een ´like´ betaal je Facebook. Ik zou het prachtig vinden als je Cultuurpers een donatie deed.

help mee

Bedrag
Persoonlijke informatie