Toch zonde van die critici! 1 reden om de nieuwe Boekman aan te schaffen.

Is er een reden om het tijdschrift ‘Boekman 106’ aan te schaffen? Voor mij wel, al zou ik een tijdschrift dat beweert hét Nederlandse forum voor kunst, cultuur en beleid te zijn, direct in de vuilcontainer moeten werpen wegens getoonde arrogantie. Hoe kun je immers, met een oplage van slechts 1400 exemplaren, en vier keer per jaar verschijnend, jezelf zo’n pedant accentje op je ‘hét’ aanmeten, tenzij je echt geen idee hebt hoe groot je wereld eigenlijk is? Misschien is het juist wel dát wat intrigeert. ‘Nummer 106’ is gewijd aan de teloorgang van ‘dé’ kunstkritiek. Althans,

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

dat is wat uit het merendeel van de 12 afgedrukte artikelen spreekt: er mag dan wel van alles gebeuren ‘op internet’, de meeste auteurs vinden dat met het einde van de afgedrukte ‘longread‘ in krant of tijdschrift het genre begraven is. Het internet is voor de meeste auteurs, wier verleden diep in papier geworteld is, een plek voor snelle meningen, lijstjes, en – vooral – amateurs. Allemaal niet waar het om zou moeten draaien.

Vaste dienst

Auteur en onderzoeker Miriam Rasch vat het volgens mij goed samen. Zij stelt: ‘Als er al een crisis van de kritiek is, lijkt dat toch vooral die van de criticus van het (papieren) dag- of weekblad, die in vaste dienst diepgravende artikelen kan schrijven.’ De daarop volgende zin geeft precies aan waar de opgeheven vinger van de criticus zweert: ‘Geen divers gezelschap, waar nieuwkomers maar met moeite binnendringen.’

Het verlies van exclusiviteit is een probleem voor de criticus, die zich plots niet meer kan rekenen tot het exclusieve, veertig koppen grote gezelschap van gevreesde, en soms geliefde auteurs die hun ticket kunnen afhalen bij de speciale persbalie, die door een leeg museum mogen dwalen met 20 collega’s, en die hun boeken thuisgestuurd krijgen met een geparfumeerd briefje van de uitgever. Dit exclusieve gezelschap weet zich in toenemende mate geflankeerd door ‘hordes’ ‘jeugdige’ ‘bloggers’, afkomstig van blogs met onnavolgbare namen. Of zoals Miriam Rasch opmerkt: ‘Wat gebeurt er als dit wordt opengebroken door nieuwe publicatiemogelijkheden waar geld en diepgang niet vanzelfsprekend zijn, maar die wel onbeperkt ruimte en toegankelijkheid bieden ?’

Goeie vraag, met één probleem: in de papieren media waren geld en diepgang ook nimmer vanzelfsprekend. Die suggestie werd een enkele keer wellicht gewekt door de beperkte ruimte.

Hausse

Dat de oude media hun hegemonie verliezen is niet per definitie een slecht ding. Want ook al lijkt het internet een grote marketingmachine waar diepgang het slachtoffer is geworden van likes en shares, zo nieuw is dat niet. In het grote geheel van de uitgeefindustrie, die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zijn economische en invloedrijke hoogtepunt beleefde, ging het ook over likes en shares, alleen kwam er per dag zoveel geld binnen dat een luxe ding als een kunstpagina er wel af kon. Pas toen de conjunctuurcrisis in de uitgeverij aan het begin van de 21ste eeuw niet overging, en men voorzichtig begon te kijken naar dat internet, gingen de lezerscijfers van de kunstpagina’s meetellen voor de hoofdredactie. En die lezerscijfers bleken laag, zelfs bij hoogopgeleide media als NRC en Volkskrant.

Bedroevend is zo’n optimistische 0,03 procent lezersbereik voor een toneelrecensie in de NRC van 2002 natuurlijk alleen als je daarvoor dacht dat alle destijds 260.000 abonnees van de slijpsteen van de geest jouw stukken uitspelden. Wanneer je beseft dat een beschouwing op deze site door gemiddeld 400 mensen gelezen wordt (ze doen er ook nog eens 4 minuten over), dan snap je opeens dat dat rare internet met al die ruimte het helemaal zo slecht niet doet. We hebben de NRC allang ingehaald. Droevig volgens de een, blijmakend volgens de ander.

2,5 ster

In een summiere weergave van een onderzoek naar de rol van kunstkritiek voor de burger stipt onderzoeker Marc Verboord dit aan. In het onderzoek werd een relevante steekproef gevraagd naar de mate waarin zij bepaalde meningen over kunst maatgevend vonden. Men kon dat waarderen met 1 tot vijf sterren. Slechts 1 categorie mensen (internetgebruikers) wist één bepaalde categorie ‘gidsen’ met meer dan 2,5 ster te waarderen en dan ging het dus over een deelnemer in een boekenpanel op DWDD. De rest van de categorieën (krantenrecensent, ako-jurylid, literatuurprofessor, andere lezer, boekenwebsite) werden allemaal gewaardeerd met 1 tot 2 sterren. Dat is heel erg laag.

Nog triester voor het zelfbewustzijn van de traditionele criticus is het staatje met ‘algemene waardering’. Daaruit blijkt dat slechts, en slechts 0,2 procent van de lezers datzelfde heeft met een muziekrecensent.

[Tweet “1 procent van de boekenlezers hecht ‘heel veel waarde’ aan een boekenrecensent”]

Mensen hechten meer aan eigen waardeoordelen, blijkt. En zo vreemd is dat niet, natuurlijk.

Zelfmoord

Er zullen critici zijn die nu met zelfmoordplannen rondlopen. Ze hoeven niet te wanhopen. Er wordt immers enorm veel geschreven en gediscussieerd over kunst, alleen zijn we met zijn allen de weg een beetje kwijt over waar de echt relevante dingen worden gezegd. Het podium is gigantisch, en het is zoeken naar die plekken waar hét gebeurt. Dat wordt bepaald door welke relevant geachte massa zich op welke relevant geachte auteur stort.

En dan komt de kern van het hele tijdschrift naar voren, de reden waarom je met een beetje interesse in kunst en het vormen van meningen daarover, toch voorzichtig eens naar dit wereldtijdschrift kunt kijken. Middenin het blad staat een prachtig, goed geschreven en vooral goed gesproken interview met Arnold Heumakers, inmiddels grand old man van de ooit gezaghebbende NRC. Onderzoekster Esther Op de Beek tekent mooie woorden op, van een man die weet waar het om draait. Heumakers snapt dat al die grote voorbeelden uit Amerika (The New Yorker wordt vaak aangehaald) één belangrijk ding gemeen hebben: het zijn briljante auteurs, die met prachtig geschreven stukken een lezer weten te boeien. Aan eruditie heb je, kortom, weinig, als je dat niet op een prachtige manier kunt verwoorden.

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

We missen dus niet zozeer een goede en veelkleurige kunstkritiek, want iedereen schrijft en blogt zich een ongeluk. We hebben alleen nood aan goede auteurs, fantastische en uniek schrijvende mensen, rasvertellers die een groot, maar vooral relevant publiek aan zich weten te binden.

Boekman 106 is verkrijgbaar via: www.boekman.nl . Op 22 maart is er een bijeenkomst over dit onderwerp. Dit programma vindt plaats in het ‘OBA Theater’ van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, 7e etage (5 minuten lopen vanaf Centraal Station Amsterdam); Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam.

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]