Het is een verademing dat de Duitse regisseur David Bösch het libretto van Le nozze di Figaro van Mozart geen postmoderne draai heeft gegeven, om zo nodig zijn eigen genialiteit te etaleren. Dit keer geen verslaafden, mannen in gevechtstenue of auto’s die met een rotvaart het podium opscheuren, maar gewoon een rechttoe rechtaan verteld verhaal. De plot van Lorenzo da Ponte is tenslotte al ingewikkeld genoeg. Na afloop van de première dinsdag 6 september in de Stopera, werden cast en productieteam dan ook dankbaar en langdurig toegejuicht.

Drie- en vierdubbele intriges

Terecht, want Bösch is erin geslaagd de vele verhaallijnen met drie en -vierdubbele intriges helder over het voetlicht te brengen. Op papier is Le nozze een bespottelijke draak, met een wirwar aan liefdesparen die het onderling ook nog eens met elkaar willen doen. Het duizelt je al snel vanwege al die jaloerse en overspelige minnaars.

Graaf Almaviva wil Susanna, de bruid van Figaro, voor zichzelf verschalken; de Gravin lijdt onder zijn overspel, dat zij via een verkleedpartij aan de kaak wil stellen; Marcellina heeft  een oogje op Figaro, maar blijkt diens moeder te zijn; haar secondant Bartolo ontpopt zich als diens vader; de nimfomane Cherubino heeft het voorzien op de Gravin, maar vormt uiteindelijk een paar met Barbarina. En zo zijn er nog wat verhaallijnen. – Bent u daar nog?

Jaren vijftig met geestige anachronismen

Dankzij de goed gekozen kostuums blijft duidelijk hoe de lijntjes lopen. Dienstmaagd Susanna (de sopraan Christiane Karg) draagt een wit schort over een zwarte jurk, huisknecht Figaro (de basbariton Alex Esposito) is gestoken in lichtblauw uniform, Gravin Almaviva (de sopraan Eleonora Buratto) schrijdt rond in zijden peignoir of schitterende baljurk, haar neefje Cherubino (de sopraan Marianne Crebassa) draagt een bellboy-pak. De Graaf (de bariton Stéphane de Gout) zit in trainingsbroek op een hometrainer, komt op in jachtkleding met een net geschoten haas, of draagt een gesoigneerd driedelig kostuum.

Le nozze di Figaro - september 2016
Christiane Karg (Susanna), Marianne Crebassa (Cherubino), foto Monika Rittershaus

De aankleding ademt de sfeer van de jaren vijftig. Geestige anachronismen zijn de in Mozartkostuum en dito pruik gestoken kamerdienaars, die perfect op de maat van de muziek de rekwisieten verplaatsen. Susanna opent en sluit met een afstandsbediening de vele kastdeuren waarachter nu eens de een, dan de ander zich verstopt. En als Bartolo (de bas Umberto Chiummo) en Marcellina (de mezzosopraan Katharine Goeldner) elkaar gelukzalig in de armen vallen, maken zij enthousiast selfies met hun zojuist hervonden zoon en diens verloofde.

Authentiek en verzorgd

De Britse dirigent Ivor Bolton was jarenlang chef-dirigent van het Mozarteumorchester in Salzburg en hoewel het Nederlands Kamerorkest speelt op moderne instrumenten, klinkt de uitvoering authentiek. Bolton voert zijn musici uiterst verzorgd en met een geweldig gevoel voor timing en dynamiek door Mozarts kleurrijke partituur. Hij heeft een goed oog voor de zangers en vertraagt waar nodig om hen adem te laten scheppen, maar houdt verder de vaart er goed in. Ook de solisten en het Koor van de Nationale Opera presteren zonder uitzondering op hoog niveau.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Thea Derks. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Thea Derks.

Maar afstandelijk

En toch wringt er iets. Is het de zeer navolgbare, maar ook ietwat oubollige benadering die de aandacht halverwege het derde bedrijf doet wegzakken? Ligt het aan de opera zelf? Dat er na het feestelijke dubbelhuwelijk in de derde akte nog een heel bedrijf komt, waarin de Gravin eindelijk een berouwvolle Graaf aan haar voeten krijgt, kunnen we niet op het conto van Bösch schrijven. Ligt het aan de uitvoering? Ik vermoed het laatste. Alle solisten zingen keurig en zuiver hun noten, maar hun personages komen nauwelijks tot leven.

Het wil maar niet vlammen tussen Figaro en Susanna en evenmin is Graaf Almaviva de snode oude bok die graag een groen blaadje lust. Daartegenover weet Eleonora Buratto als zijn bedrogen echtgenote gaandeweg de tragiek van haar personage meer invoelbaar te maken. De echte ster is echter Marianne Crebassa, die als Cherubino onze harten steelt. Zij zet een zeer herkenbare, slungelige puber neer, nog zo groen achter de oren dat hij op alle dames verliefd wordt, maar schutterig reageert zodra hij respons krijgt. Crebassa kreeg dan ook het meest hartgrondige applaus.

Misschien wortelt die afstandelijkheid in premièrezenuwen en groeien de zangers tijdens de komende acht voorstellingen  in hun rol. Als zij deze meer inleving weten te geven wordt Le nozze di Figaro alsnog een niet te missen topproductie.

Goed om te weten

Voor meer info en de speellijst klik hier.