Cello Biënnale vol hoogtepunten: ‘Cellisten zijn nu eenmaal aardige mensen’

Het ronkt, zoemt, zingt, zaagt en gonst niet langer in het het Muziekgebouw aan ‘t IJ. De cellokaravaan is vertrokken. De zesde editie van de Cello Biënnale Amsterdam zit erop en laat bij de duizenden cello- en muziekfans een gevoel van leegte achter. Nergens anders speelt zich in tien dagen tijd zo’n geweldig cellofeest af, waar het publiek zich van ‘s ochtends vroeg tot diep in de nacht kan laven aan muziek en muziektheater in alle stijlen, uitgevoerd door topmusici uit de hele wereld.

In de woorden van artistiek directeur Maarten Mostert, zelf het prototype van een gemoedelijke cellist en altijd in voor relativerende grapjes: ‘Cellisten gaan steeds beter, sneller, harder en virtuozer spelen. En daar komen steeds meer mensen naar luisteren. Wie had ooit durven dromen dat we met deze editie opnieuw het record aantal bezoekers van 2014 zouden overtreffen!’

Liever een tekst zonder dit soort mededelingen?

Open mind

Ere wie ere toekomt. Zonder wijlen Jan Wolff, die de toen nog cello studerende Mostert in de tachtiger jaren op een idee bracht met zijn hoorn- en altvioolweken in de IJsbreker, had het Muziekgebouw aan ‘t IJ nooit bestaan. En zonder het Muziekgebouw aan ‘t IJ, waar Mostert tien jaar geleden voor het eerst groots uitpakte met zijn internationale muziekfeest, was de Cello Biënnale nooit zo’n daverend succes geworden. Lef, fantasie en een open mind typeren Mosterts benadering: zijn festival is bedoeld voor iedereen die van muziek en cello houdt. En zolang er maar met passie en vakmanschap gemusiceerd wordt zijn cellisten, componisten en andere musici uit alle windstreken en muzikale richtingen welkom op zijn biënnale, die het publiek ongehoorde muzikale variëteit biedt in een altijd verrassende programmering.

In de woorden van cellist Nicolas Altstaedt, die met zijn hypnotiserende uitvoering van Tout un Monde Lointain van Henri Dutilleux met het Rotterdams Philharmonisch orkest o.l.v. Joshua Weilerstein een verpletterende indruk maakte: ‘Het bijzondere aan dit festival is de ontmoeting met de artiesten. Er heerst een atmosfeer en een explosieve energie, die bij reguliere concerten ontbreekt. Daar kom je ‘s avonds spelen en dan vertrek je weer. Dat is best eenzaam en anoniem. Hier lijkt het wel alsof alle musici weer even kinderen worden. We zitten allemaal in dezelfde boot en cellisten zijn nu eenmaal aardige mensen.’

‘Op de Cello Biënnale gaat het niet over competitie. Alles draait om inspiratie en iedereen wil daar graag een bijdrage aan leveren. Dat verandert ook iets aan de interpretaties, op een hele positieve manier. Al die fantastische collega’s vinden elkaar in hun enthousiasme voor de muziek, ook al spelen ze nog zo verschillend. Dat is heel speciaal en het publiek voelt dat spontaan aan.’ Met zijn instinctieve en impulsieve benadering van Dutilleux veranderde Altstaedt zelf in een soort muzikale Gurdjieff, die de luisteraars mee zoog in een spirituele seance waarin de geest van Dutilleux op demonische wijze werd opgeroepen.

Leden lezen ongestoord

Winnaars Celloconcours

Toch bood de Cello Biënnale ook nu weer jonge cellisten de gelegenheid om met elkaar de competitiestrijd aan te gaan. Dat gebeurde tijdens het Nationaal Cello Concours 2016, dat werd gewonnen door Alexander Warenberg. Deze 18-jarige cellist kwam met zijn meesterlijke vertolking van het Celloconcert nr. 1 in Es, op. 107 van Shostakovitsj aan kop te liggen. Hij toonde indrukwekkende instrumentale beheersing, doorleefde muzikaliteit en hoorbare ervaring in het samenwerken met orkest. Dat leverde hem ook de Publieksprijs op.

Anastasia Feruleva, die in de voorrondes veel indruk had gemaakt met haar rijpe en volstrekt eigen muzikale persoonlijkheid, deed nauwelijks voor Warenberg onder. Zij won terecht de Tweede Prijs en daarnaast de Prijs voor de beste vertolking van de verplichte opdrachtcompositie van Rob Zuidam. De Derde Prijs ging naar de degelijk musicerende Jobine Siekman en ‘jonge hond’ Kalle de Bie kreeg zowel de Aanmoedigingsprijs als de Start in Splendor Prijs.

Psychologie

Dat het anno 2016 niet aan cellotalenten ontbreekt viel te beluisteren tijdens de vele masterclasses, waarop ook voor andere muziekstudenten en amateurmusici veel te leren viel. Anner Bijlsma raakte niet uitgepraat over de psychologie van de op- en afstreek in de Cellosuites van Bach. Jelena Ocic maakte haar leerlingen moederlijk duidelijk dat een muzikale frase alleen maar overkomt wanneer je er zelf helemaal in gelooft. Altstaedt wees op het belang van intuïtie en inlevingsvermogen om aan te kunnen sluiten bij de flow van de muziek. Julian Steckel probeerde al vragend leerlingen tot meer verbeeldingskracht,  nieuwsgierigheid en inzicht in de partituur te prikkelen. Jean-Guihen Queyras analyseerde met humor en scherpzinnigheid wat er muzikaal en technisch ontbrak aan de uitvoeringen tijdens zijn masterclass.

Jelena Ocic geeft masterclass
Jelena Ocic geeft masterclass

Voor de toehoorders leverde dat steeds weer levenslessen op. Ook in de muziek draait alles om verhalen. Een partituur is als het skelet van een huis, waarvan de vorm, de stijl en de speelruimte tot op zekere hoogte bepaald zijn. Maar de kleuren en stoffen waarmee dat huis wordt ingericht getuigen uiteindelijk altijd ook van de smaak en unieke persoonlijkheid van de uitvoerende musicus. Die moet zijn verhaal tot in de kleinste details overdenken en doorleven om, op zijn of haar manier, een meesterverteller te worden.

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

Hemel en hel op de cello

Behalve het muzikale acteertalent van de cellisten stond in deze editie The Acting Cello (de cello als acteur) centraal in verschillende muziektheaterproducties. Des meest opmerkelijke was de briljante ‘vertaling’ van Boelgakovs meesterwerk De Meester en Margarita door van Dagmar Slagmolen en studenten van het Conservatorium Amsterdam, met de jonge toptalenten Kian Soltani en Maya Fridman in de cellospelende hoofdrol. In deze bijzondere voorstelling nam het kwaad bezit van de stad op klanken van uiteenlopende componisten als Gordon, Tanaka, Schnittke, Tavener, Apreleva, Giannakopoulou, Prokofjiev, Sjostakovitsj en vele anderen, aangevuld met theatraal angstaangende Live electronics van Leonardo Grimaudo en  Xavier Boot.

Ook voor ‘de cello als acteur’ zat de zaal steevast vol, zelfs voor een late-night concert in het Bimhuis als POE: The Tell-Tale Heart, waarin sopraan Claron McFadden, cellist Jörg Brinkmann en het Atvark Saxophone Quartet in een regie van Sjaron Minailo het publiek tot diep in de nacht kippenvel bezorgden met de onheilspellende geschiedenis van de traag en kil beraamde moord op een oude man.

Misschien wel het allermooiste concert van de Cello Biënnale was het programma Hemels Vuur, waarin 10 cello’s in schitterende samenspraak met Capella Amsterdam o.l.v. Daniel Reuss het Requiem van Fauré uitvoerden. Ze werden voorafgegaan door aangrijpende en uiterst sfeervolle vertolkingen van Grigorajeva’s Prayer voor cello en gemengd koor, Ratniece’s Fuco Celeste en Esenvalds In Paradisum waarbij vanaf het balkon ook het prachtige altvioolspel van Saeko Oguma op de cellofans neerdaalde met steeds weer een andere cellist in de hoofdrol. Daarmee werd nog eens onderstreept dat een kamerkoor met zoveel bijzondere kwaliteiten als Capella Amsterdam godsonmogelijk door dichtdraaien van de subsidiekraan van tafel mag worden geveegd.

Nomaden

De 12 cellisten van de Berliner Philharmoniker zetten met hun geoliede cellomachinerie de zaal in vuur en vlam in werken van Bach tot Meijering en Piazolla,  terwijl cellisten Alisa Weilerstein en Alexander Rudin tot de solistische verbeelding spraken in het Celloconcert van Walton en het Celloconcert nr. 2 in g, op. 126 van Sjotakovitsj met het Residentie Orkest o.l.v. Nicholas Collon. Spectaculair ook was de wereldpremière van Nomaden, door Joël Bons gecomponeerd voor cellist Jean-Guihen Queyras en het Atlas Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard, aangevuld met een keur van exotische instrumenten uit de hele wereld, virtuoos bespeeld door authetieke musici uit Azerbadjan, Turkije, India, Iran en China.

In de woorden van Bons: ‘In feite heb je maar twee manieren om met grote problemen als het vluchtelingenvraagstuk om te gaan. Je kunt kiezen tussen uitsluiten of omarmen. Ik heb in deze muziek het laatste gedaan.’ Het zijn maar een paar voorbeelden uit een reeks van louter hoogtepunten, die gisteravond eindigde in een geestige ‘cello-potpourri’ op het slotconcert Cello Coupé.

Verbroedering

Als altijd was het cellofeest ook nu weer omkleed met een keur aan stokkenmakers,  instrumentenbouwers, muziekuitgevers en cd-verkopers in de hal van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. In de Glazen Cabine konden (amateur)cellisten nieuwe instrumenten uitproberen en cellist Gregor Horsch etaleerde in het programma Stokken hoe verschillende stokken aan een en hetzelfde instrument en met precies dezelfde noten een totaal andere klank kunnen ontlokken.

In de wandelgangen bespraken de festivalgangers veelvuldig hun mening over de beluisterde cellisten en concerten met ongekende betrokkenheid. Daarbij passeerden ook onderwerpen de revue als het verschil in de beenstanden van de optredende cellisten. Om een paar voorbeelden te geven: Antonio Meneses laat zijn rechterbeen zachtjes omhoogkruipen langs de rondingen van de cello op meest intense muzikale momenten, Nicolas Altstaedt beweegt tijdens het spelen niet alleen constant zijn benen maar ook zijn hele lijf alsof hij op onorthodoxe wijze een raspaard berijdt en Alisa Weilenstein vormt zo’n organische eenheid met haar cello dat er sprake lijkt te zijn van maar één lichaam.

Ook de totaal verschillende uitvoeringen van Bachs 6 Cellosuites – Gregor Horsch vertegenwoordigde de goede smaak en integriteit van het juiste midden, Julian Steckel bleek de meest inventieve en avontuurlijke onder de moderne Bachvertolkers- leverden dagelijks dankbare gespreksstof op. De meest fanatieke aanhangers van de barokinterpretatie bleken best bereid water bij de wijn te doen omwille van de meer romantische Bach-benaderingen. In tijden van knopjes, IPhones en computers denken mensen al gauw alles te weten en alles te kunnen, maar in de muziek liggen de zaken heel anders. Daar moet, zo werd de afgelopen tien dagen nog maar eens duidelijk in het Muziekgebouw aan ‘t IJ, keihard en levenslang gewerkt worden om de subtiele en universele taal van de muziek op het hoogste niveau te leren spreken. Zo draagt de tweejaarlijkse Cello Biënnale in alle opzichten bij tot communicatie, tot kennis van muziek als universele taal en vooral tot artistieke, morele en politieke verbroedering.

Goed om te weten Goed om te weten

Info: http://www.cellobiennale.nl & Biënnale TV op Youtube 

 

Help ons duurzaam mee en steun Wenneke Savenije als Patroon.
Deel dit:
Vorig artikelWaarom een stad zuinig moet zijn op haar kunstenaars
Volgend artikelStrijkkwartetten Mantovani & Schubert: ‘Schwingende Luft’
Wenneke Savenije studeerde Nederlands en altviool. Ze schrijft recensies en interviews voor NRC Handelsblad (1985-2012) en tal van muziekbladen, en reisreportages en andere verhalen voor magazines. Ze publiceerde 'Over Mozart Gesproken', een biografie over Felix Mendelssohn Bartholdy en een boekje over Jascha Heifetz. Samen met Elger Niels is ze hoofdredacteur van muziekblad De Nieuwe Muze. Met pianiste Marietta Petkova publiceerde ze Der Dichter spricht. In 2008 vertaalde ze Van Oost naar West, de autobiografie van het Chinese pianovirtuoos Lang Lang, en in 2011 Strijdlied van de Tijgermoeder van Amy Chua. Met pianiste Marietta Petkova publiceerde ze Der Dichter spricht. In 2008 vertaalde ze Van Oost naar West, de autobiografie van het Chinese pianovirtuoos Lang Lang.