Bij de grote januari schoonmaakactie in mijn privémuseum hervond ik het boek dat in 2007 werd uitgebracht, ter gelegenheid van het twee jaar daarvoor geopende Muziekgebouw aan het IJ. Ik was vergeten dat er een cd’tje bij zat met vier stukken erop. Het vierde stuk is een registratie van de openingsspeech die Jan Wolff [hints]voormalig directeur IJsbreker, meer dan twintig jaar enthousiast pleitbezorger voor een concertzaal voor nieuwe muziek én eerste directeur van het Muziekgebouw aan het IJ[/hints] hield, op 15 juni 2005.

Jan was een aimabel man om tegen te komen bij concerten. Twee herinneringen springen meteen uit de mist der tijden. Eens sprak ik hem op zijn kantoor over een samen op te zetten symposium over wereldmuziek. Het ging over de noodzaak voor de professionals om hier weer eens met een frisse blik naar te kijken. Naast het raam van zijn kamer hing een tijdschema met de aankomst- en afvaarttijden van de cruiseschepen van de buurman. Hoe hij hierover vertelde (en over zijn privéschip, een historisch geval van prachtig hout) brak meteen al ieder ijs. Die vriendelijke ambiance werd nog versterkt toen ik mijn voorstel uit de tas haalde.

Rode mapjes

In die tijd was ik nogal weg van gekleurde A4mapjes. Opgetogen prees Jan de kleurkeuze en zei iets in de trant van ‘dat het plan nu niet meer mis kan gaan’. Dat het er uiteindelijk niet van kwam lag aan het gebrek aan geld, niet aan hem.

Jaren later had ik zelf naast mijn journalistieke werk ook een deeltijdbaan als muziekprogrammeur bij Stichting Cultuur aan het IJ, de voorganger van de huidige Tolhuistuin. In de tuin programmeerden we met een klein, funky en slagvaardig team Zomer in de Tolhuistuin, in een beslist prettige ‘wij tegen de rest’ atmosfeer. Omdat ik van Jan eens een prachtige Braziliaanse chorinho-avond in Panama had bijgewoond (met het waarschijnlijk dikste programmaboekje dat Panama tot die tijd had gezien), besloot ik hem te bellen om te zeggen dat ik een prima chorinho en musette (!) groep van Brazilianen uit Parijs had geboekt: Orquestra do Fubá.

Voet

Toen ik hem aan de lijn had om uit te nodigen klonk Jan even monter als altijd. Maar wat hij zei was schokkend: terwijl ik met hem sprak lag hij in het ziekenhuis en was er even daarvoor een voet afgezet in zijn strijd tegen de kanker. Op onverstoorbare toon werd me dit medegedeeld, en accepteerde hij mijn uitnodiging voor het concert van Orquestra do Fubá. Wel vroeg hij nog even naar de rolstoelcondities van de Tolhuistuin, en of zijn lief ook op de gastenlijst mocht, ‘want die moest hem rijden’.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Het vaartijdschema, het rode mapje, het bizarre telefoongesprek voor Fubá – scherpe herinneringen, maar de scherpste is deze: Jan had ontdekt dat op het album van Orquestra do Fubá een Braziliaanse violist speelde met een groot talent, ook voor Bach. Maar op de middag in de Tolhuistuin bleek dat die musicus inmiddels was geremigreerd naar Brazilië. Ik had de line-up van de toerende groep niet gecheckt met de line-up van het album, zo blij als ik was toen ik een akkoord kreeg op de voorgestelde fee.

Muziekprogrammering is een ambacht, realiseerde ik me met een schok – maar Jan bracht het in het geheel niet triomfantelijk, eerder vriendelijk: ‘let daar op.’

Gedreven woorden

Bij het beluisteren van de openingsspeech van Jan komt het allemaal terug. Moet je voorstellen: meer dan twee decennia, onder diverse gemeentelijke en nationale cultuurpolitici, blijf je het ijs breken voor een passie die alleen jij scherp voor ogen ziet. En dan klinken daar ineens de eerste tonen! De woorden van Jan worden ‘gemorpht’ met een gelegenheidscompositie van Louis Andriessen, gespeeld door blazers van Orkest de Volharding en de toen nog niet verbonden ensembles Asko en Schönberg. De gedrevenheid van de woorden van Jan raakt me: hier staat niet iemand zijn tegenstanders uit te lachen dat die zaal er toch is na alle tegenwerking. Hier staat een gelovige in actuele muziek, die zijn passie wil overbrengen. Maar wel een geloof met een weldadige ironie.

https://soundcloud.com/jair-tchong/de-opening-premiere

Deze geluidsopname is van groot cultuurhistorisch belang: meer dan twintig jaar streed Jan voor een nieuwe zaal voor muziek van deze tijd, maar zeven jaar na de opening overleed de aimabele initiatiefnemer, en werd de door hem gedroomde hub van de internationaal spraakmakende Nederlandse hedendaagse muziek ensembles ernstig onder vuur genomen door jarenlange bezuinigingen. Erger nog: politiek dedain en kille desinteresse brachten een hele sector tot aan de rand van de afgrond.

Jan, de mapjes zijn inmiddels vervangen door ordners (een beter archiefsysteem). Maar jouw woorden en daden worden niet vergeten.