Koor en orkest schitteren in La forza del destino #DNO

Preziosilla (Veronica Simeoni), dansers en Koor van de Nationale Opera (c) Monika Rittershaus

Van de onheilspellende klaroenstoten aan het begin tot de in het niets wegstervende fluisterstrijkers aan het slot: alles klinkt als een klok. Toch dirigeert Michele Mariotti La forza del destino van Giuseppe Verdi voor het eerst. Hij maakt met deze zelden uitgevoerde opera zijn debuut bij De Nationale Opera. Mariotti kwam, zag en overwon. Hij lijkt een geboren Verdi-interpreet, van wie we nog veel gaan horen.

Met elegante, maar trefzekere gebaren tovert de Italiaanse dirigent elke nuance te voorschijn in Verdi’s kleurrijke, hoogst dramatische muziek. Het Nederlands Philharmonisch Orkest klonk zelden zo alert en ingeleefd, met prachtige soli van onder andere houtblazers en harp. Ook de interactie met het al even voortreffelijk zingende koor van DNO was voorbeeldig. Vier uur lang bleven hun inzetten spatgelijk, zelfs in ritmisch hondsmoeilijke passages als de opzwepende massascène ‘Rataplan’.

Onnavolgbaar libretto?

De Nationale Opera bracht La forza del destino nooit eerder op de planken. Velen wijten dit aan het onnavolgbare libretto van Francesco Piave. Maar zijn niet alle opera’s gebaseerd op een draak van een verhaal? In dat licht valt dit libretto best wel mee. Om te spreken met George Bernard Shaw: ‘Er is een tenor (Alvaro), die het aanlegt met een sopraan (Leonora) en een bariton (haar broer Carlo) die dit wil verhinderen.’

Helemaal zo simpel is het natuurlijk niet. Alvaro (Roberto Aronica) doodt per ongeluk Leonora’s vader (de bas James Creswell), waarop Carlo (Franco Vassallo) eerwraak zweert. Op het slagveld sluiten beiden – incognito – bloedbroederschap. Zodra Carlo diens ware identiteit onttrekt, besluit hij Alvaro en Leonora (Eva-Maria Westbroek) alsnog te doden. Uiteindelijk sterft hijzelf door het zwaard van haar geliefde, nadat hij zijn zus dodelijk heeft verwond.

Piëta

Regisseur Christoph Loy volgt het libretto op de voet, in een fraaie enscenering van Christian Schmidt. Tijdens de ouverture zien we de drie hoofdpersonen als kind; Leonora neemt als een piëta haar broer op schoot. Aan het slot draagt Alvaro de dode Leonora op zijn knieën. Een mooi beeldrijm: Alvaro blijft verweesd achter, speelbal van het noodlot als hij is.

De vele massascènes zijn spectaculair vormgegeven, met wervelende choreografieën van leather-boys in blote bast. Aanstekelijk is de sensuele buikdans van waarzegster Preziosilla. Deze wordt bijzonder wulps uitgevoerd door de mezzosopraan Veronica Simeoni, die ondertussen uitstekend zingt.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Thea Derks. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Thea Derks.

Er zijn ook minder overtuigende scènes. Bijvoorbeeld als Carlo en Alvaro elkaar te lijf willen gaan met plastic kinderzwaarden. En waarom wordt Leonora verkracht door de broeders bij wie zij haar toevlucht heeft gezocht? Zij is immers verkleed als man en de abt houdt haar angstvallig voor de blikken van zijn kloosterlingen verborgen.

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & op de stoel Il marchese (James Creswell) & Koor van de Nationale Opera (c) Monika Rittershaus

Melodramatische filmbeelden

Ronduit storend zijn de filmbeelden. Verdi maakt met zoetgevooisde soli, schrille dissonanten en onverhoedse trommelslagen de gemoedstoestand van de personages volledig invoelbaar. De emotionele, huizenhoog geprojecteerde gelaatsuitdrukkingen werken als verdubbeling, waardoor het geheel larmoyant en melodramatisch wordt.

Jammer ook dat er tussen Leonora en Alvaro maar geen vonk wil overspringen. Westbroek en Aronica delen schijnbaar enkel hun liefde voor ruimhartige vibrati. Bovendien overschreeuwen zij zichzelf, hebben zij moeite met hun intonatie en heeft beider stem een rafelrand. Gelukkig zijn de overige rollen beter bezet. Vassallo is fenomenaal als Carlo. Zijn warme bariton klinkt altijd beheerst, zelfs in razernij grijpt hij niet naar een turbovolume.

De ware ster is Verdi’s muziek

Een glansrol speelt de Oekraïense bas Vitalij Kowaljow als Padre Guardiano. Met zijn in alle registers egale stem bereikt hij moeiteloos alle hoeken van de Stopera, ook in zachtere passages. Waarom hij als abt van het klooster gekleed gaat als de dorpsdokter, is mij overigens een raadsel.

De bariton Alessandro Corbelli heeft als de knorrige Fra Melitone de lach aan zijn kont hangen. De sopraan Roberta Alexander maakt een ingeleefde miniatuur van haar kleine rol als huishoudster. Hopelijk mag zij in een volgende productie terugkeren.

Ook Michele Mariotti zie ik graag weer eens terug. Hij geeft de solozangers, de individuele musici en de koorleden alle ruimte om te schitteren. – De ware ster van deze productie is Verdi’s muziek.

Gehoord: 13-9-2017, Stopera Amsterdam
Aldaar nog te horen tot en met 1 oktober. Info en kaarten: http://www.operaballet.nl/nl/opera/2017-2018/voorstelling/la-forza-del-destino