Annelies van Parys: ‘Geen mooier symbool voor de liefde dan een bloem’

Songs of Love and War - Neue Vocalsolisten (c) Martin Sigmund

In 2014 componeerde Annelies van Parys (1975) haar eerste opera, Private View, voor Asko|Schönberg en Neue Vocalsolisten Stuttgart. Deze werd kort daarna onderscheiden met de FEDORA – Rolf Liebermann Prize for Opera. De Stuttgarter zangers vroegen haar subiet een nieuw stuk voor hen te componeren. Songs of Love and War/An Archive of Love gaat 20 mei in première tijdens Operadagen Rotterdam.

Voor deze avondvullende productie van Muziektheater Transparant werkte Van Parys samen met de Vlaamse auteur Gaea Schoeters en Het Geluid Maastricht. Afgelopen seizoen maakten zij al de veelgeprezen voorstelling Het Kanaal over burgers die een transgender en een vluchteling willen lynchen. Was die geïnspireerd op een teruggevonden tekst van Shakespeare, nu gaat Van Parys in dialoog met dode en levende collega’s. Naast haar eigen muziek klinkt werk van Claudio Monteverdi, Claude Vivier en José Maria Sánchez-Verdú.

Geen oorlog maar liefde

‘Met oorlog heeft ons stuk weinig van doen’, zegt Van Parys in een Skype-gesprek. ‘Oorspronkelijk wilde ik een complete cyclus Songs of Love & War componeren, maar omdat ik werk aan een nieuwe opera heb ik die even op de plank gelegd. Daarom stelde ik voor mijn eigen Ah, cette fable te bewerken. Dat stuk schreef ik in 2017 voor sopraan en saxofoon, op een tekst van Gaea. Vandaaruit kwamen we op het idee iets te doen met een soort archief. Dat verklaart het tweede deel van de titel, An Archive of Love. Het eerste verwijst naar de Madrigali Guerrieri et Amorosi van Monteverdi waaruit we enkele delen gebruiken.’

Gevallen engel

Schoeters baseerde haar libretto op een gedicht van Gérard de Nerval, dat ontsproot aan een van zijn dromen/psychoses. Hij beschrijft hierin een imposante gevleugelde figuur, gevangen op een kleine binnenplaats. Daarnaast putte Schoeters uit een hierop geïnspireerde vertelling van Jeannette Winterson, The Gap of Time. 

Van Parys: ‘Winterson geeft de engel menselijke trekjes. Hij is niet gevangengenomen, maar uit liefde neergedoken naar de aarde. Daar zit hij een beetje te verpieteren. Als hij wegvliegt zal hij het gebouw en zijn geliefde vernietigen, als hij blijft zitten sterft hij zelf. Want een engel die niet vliegt gaat teloor. Gaea geeft hem daarbij het ultieme menselijke kenmerk: de vrije wil. Welke keuze hij ook maakt, de uitkomst is noodlottig, hij staat voor een duivels dilemma.’

Annelies van Parys (l) + Gaea Schoeters, foto Trui Hanoulle

Van Parys bewerkte Ah, cette fable voor de zes zangers van Neue Vocalsolisten, Schoeters koos de overige muziek. ‘Het is een ingenieuze puzzel geworden, waarbij mijn stuk fungeert als leidraad. Gaea koos zeer uiteenlopende composities, die ze op een uiterst associatieve manier aan elkaar heeft gekoppeld. Ze zet dingen achter elkaar die geen zinnig mens in zo’n volgorde zou plaatsen. Maar hoewel zij geen muziekachtergrond heeft, sluiten ze wonderwel op elkaar aan. Ik vreesde dat ik veel lassen zou moeten componeren, maar dat bleek helemaal niet het geval.’

Van eerste liefdesvonk tot uitgedoofde relatie

De voorstelling opent met een integrale uitvoering van Love Songs van Claude Vivier. ‘Zij vormen de opmaat naar het eigenlijke archief van de liefde. Dat hebben we onderverdeeld in vijf thema’s, die grofweg de evolutie van een liefde volgen. Spark gaat over het overspringen van de eerste vonk, de pijl van Cupido zo je wilt. Het tweede hoofdstuk is Courting, het hof maken, het spel van verleiding.’

Het derde deel, Love, beschrijft de voltooiing, het bereiken van de liefde. ‘Beetje cynisch misschien’, lacht Van Parys, ‘maar dit is het kortste deel van allemaal. In Rupture gaat het vervolgens over verval en wanhoop, de teloorgang van de liefde. Maar we eindigen niet enkel negatief, want hierop volgt Repeat, waarin ruimte is voor het koesteren van herinneringen. Dan komt bovendien het besef dat alles cyclisch is en dat zich ooit weer een nieuwe liefde zal aandienen.’

Claude Vivier en Pointer Sisters

Het eerste stuk in het ‘archief’ zijn voornoemde Madrigali Guerrieri et Amorosi van Monteverdi. ‘Ik moest ze enigszins bewerken omdat er oorspronkelijk instrumenten bij zaten. Verder horen we een paar deeltjes uit Scriptura Antiqua van Sánchez-Verdú en echo’s uit Love Songs van Vivier. Daar heb ik geen noot aan veranderd. Het geheel wordt verlevendigd met associatieve citaten uit bekende liefdesaria’s en songs.’

Desgevraagd geeft  Van Parys een paar voorbeelden. ‘Als in Vivier de tekst “Tristan, Tristan” klinkt, hoor je een flard Romeo & Juliette van de Pointer Sisters. In Rupture zetten we twee aria’s uit Mozarts Don Giovanni naast elkaar. De “catalogusaria” van Leporello en “Ah, fuggi il traditor!” van Donna Elvira, in totaal verschillende toonsoorten. Dat botst enorm. We zetten in dit deel verder “Un di felice” uit La Traviata van Verdi naast “Ah, je vieux vivre” uit Roméo et Juliette van Gounod. Dat clasht ook heerlijk!’

Geen traditioneel toneeltje

Het theatrale aspect van Songs of Love and War/An Archive of Love zit hem vooral in de interactie met de concertgangers. ‘Gaea en ik waren er op gebrand dat het geen traditioneel toneeltje zou worden, het is meer abstract. Er zijn telkens andere formaties van zangers, die soms in, soms achter, soms rond het publiek staan. Hierdoor krijg je steeds andere benaderingen van de muziekbeleving en spreek je de luisteraar rechtstreeks aan.’

Naast deze ruimtelijke opstelling wordt gewerkt met bloemen. ‘Bloemen kunnen heel veel liefdeszaken representeren. Als je iemand het hof maakt, geef je hem of haar bloemen. Wanneer iets stuk gaat, kan dit gesymboliseerd worden door een geknakte steel of een verwelkende bloem. Het bijzondere van bloemen is bovendien dat ze altijd fraai zijn. Er bestaat geen mooier symbool voor de liefde dan de bloem.’

Meer info en kaarten hier.

Goed geschreven? Met een ´like´ betaal je Facebook. Ik zou het prachtig vinden als je Cultuurpers een donatie deed.

help mee

Bedrag
Persoonlijke informatie