Klassieke muziek doet er weer toe. – Tenminste als we afgaan op de protesten tegen het Stockhausen-project en de felle polemieken over de ingrepen van operaregisseurs. Zo veroorzaakte La clemenza Di Tito van Teodor Currentzis en Peter Sellars nog vóór zijn Nederlandse première een controverse. Zij schrapten de ellenlange recitatieven en voegden muziek toe uit onder ander Mozarts Mis in c klein.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

‘Schande!’, riepen de operafundamentalisten, zonder nog maar één noot gehoord te hebben. Hun onverzoenlijke houding staat haaks op de boodschap van Mozart zelf: vergeef zelfs je eigen moordenaar. Deze coproductie van De Nationale Opera, Salzburger Festspiele en Deutsche Oper Berlin kreeg 7 mei een juichend onthaal in de Stopera.

Muziek biedt mededogen en hoop

‘Music can teach us to love, forgive, help, show pity and compassion, cherish hope’, had Currentzis me eerder verteld. Mozart heeft volgens hem oog voor onze menselijke zwakheden. Hij toont ons de ‘asymmetrical beauty of our lives’ en is daarom ‘a contemporary composer’. En gelijk heeft hij. Onze maatschappij heeft grote nood aan ruimhartigheid en vergevingsgezindheid.

Peter Sellers benadrukt de actualiteit van het door Caterino Mazzolà bewerkte libretto waarop Mozart zijn opera baseerde. De Romeinse keizer Tito geeft zijn rijkdommen weg aan slachtoffers van een natuurramp en een brand. Sellars vervangt hen door een groep haveloze immigranten. Vaak wordt hem verweten vergezochte verbanden met het heden te zoeken, maar deze enscenering is volstrekt raak.

Bij Mozart moet keizer Tito zijn geliefde Berenice opgeven omdat zij uit Judea komt. In Sellars’ regie is zij een Palestijnse. Hij voert Sesto en zijn zus Servilia op als twee vluchtelingen die door Tito worden uitnodigd in Rome een nieuw leven op te bouwen. Hij wijst de aristocrate Vitellia aan als hun gids en mentor.

Zelfmoordterrorist

Zij is echter ooit door de keizer afgewezen en zet Sesto aan hem te doden – als zelfmoordterrorist. Na een eindeloze reeks verwikkelingen en een mislukte aanslag op zijn leven vergeeft Tito zijn belagers. Anders dan bij Mozart sterft hij vervolgens, waarna de opera eindigt met diens Maurerische Trauermusik. Hoewel toepasselijk had ik hier liever het oorspronkelijke slot gehoord. De overige ingevoegde fragmenten zijn wel goed gekozen.

Zo klinkt het ‘Benedictus qui venit’ uit de Mis in c als Tito ruimhartig de asielzoekers verwelkomt. Het jubelende gezang past naadloos bij de feestelijke sfeer. Deze kantelt echter als de koorleden opeens de zaal binnenstromen. Een misschien weinig subtiele, maar treffende verwijzing naar de massa’s slachoffers van armoe en geweld die ons dreigen te overspoelen. Wanneer Servilia het huwelijksaanzoek van Tito afwijst en hij haar bedankt voor haar eerlijkheid, horen we het zinderende ‘Laudate’.

Opgefriste versie

Met dergelijke ingrepen maken Sellars en Currentzis het ingewikkelde verhaal invoelbaar. Het is mij een raadsel wat de criticasters hierop tegen hebben. Zelf vroeg Mozart zijn tekstschrijver immers drastisch te snoeien in het zestig jaar oude libretto van Pietro Metastasio. Mazzolà bracht de opera terug van drie naar twee bedrijven en verving solorecitatieven door duetten en terzetten. Waarom zouden uitvoerders ruim twee eeuwen later niet ook een opgefriste versie mogen maken?

Dynamische nuances

‘I only do what the composer wants’, zei Currentzis in bovengenoemd interview. Natuurlijk is dat zíjn visie, maar ik geloof hem. Het is puur genot te horen hoe trefzeker hij zijn op authentieke instrumenten spelende musicAeterna door Mozarts muziek loodst. Zij wekken de noten tot leven met een fluwelen klank en flonkerende accenten. Het klinkt tintelfris, alsof de inkt nog nat is.

Opvallend is de verzorgde dynamiek, die van nauw hoorbaar pianissimo in één klap kan omschakelen naar oorverdovend forte. Niet alleen de instrumentalisten blinken uit in subtiele dynamische nuances, maar ook de koorleden. Huiveringwekkend is het moment waarop zij in ‘Qui tollis peccata mundi’ plotseling gas terug nemen middenin het woord ‘mundi’.

Iedereen hangt aan Currentzis’ lip, ook de solisten. Vanaf rij vier zag ik hoe hij elke frase meemimet – of zelfs hoorbaar meezingt. Hij geeft de zangers alle ruimte, ademt letterlijk met hen mee en durft pauzes te laten vallen. Ook al zijn de tempi soms snel, van gejaagdheid is geen moment sprake, een enkele rafelige inzet daargelaten.

Paula Murrihy is de ware ster

De zangerscast is van wisselend niveau. De tenor Russell Thomas overtuigt noch qua stem noch als acteur als keizer Tito. Wanneer hij met zijn gevolg het toneel opkomt, kijk je automatisch naar Sir Willard White, die een veel nobeler uitstraling heeft. In zijn vijfentwintigste productie bij De Nationale Opera zingt de Jamaicaans-Britse basbariton echter de bescheiden rol van Publio. Ondanks een klein kikkertje in zijn keel overtuigt White met zijn ingeleefde vertolking.

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

De sopraan Ekaterina Scherbachenko is een geloofwaardige Vitellia, ook al is haar intonatie in het tweede bedrijf niet altijd even vlekkeloos. Roerend is de sopraan Janai Brugger in haar rol van kwetsbare Servilia. Haar geliefde Annio is een schitterende travestierol van Jeanine De Bique. Zij heeft een geweldige podiumprésence en zingt met bewonderenswaardige souplesse loepzuiver de moeilijkste coloraturen.

Maar de ware ster van de avond is de Ierse mezzosopraan Paula Murrihy als Sesto, eveneens in travestie. Meer dan Tito is hij/zij de hoofdpersoon van deze opera. Murrihy toont fenomenaal de ‘asymmetrical beauty of our lives’. Schutterig als verliefde jongeling die geen weerstand kan bieden aan de dubbelhartige Vitellia. Vastberaden wanneer zij eenmaal de bomgordel heeft omgegespt om Tito te doden en vol wroeging wanneer ze aan diens sterfbed staat.

Duet tussen klarinet en sopraan

Een hoogtepunt is haar duet met de klarinettist Florian Schuele in de aria ‘Parto’, waarin ze definitief besluit de door Vitellia beraamde aanslag te plegen. Als twee geliefden cirkelen Schuele en Murrihy om elkaar, de een nog virtuozer agerend dan de ander. Later presenteert Sellars een mooie spiegeling, als Schuele met bassethoorn de door schuldbesef gekwelde Vitellia belaagt. Ook Schuele levert een topprestatie: hij speelt zijn hondsmoeilijke partij uit zijn hoofd en beweegt als een ervaren acteur.

Sellars’ regie is diep menselijk, ook al zou je willen dat hij zijn liefde voor pathetische gebaren ietsje intoomde. Wanneer koor en solisten voor de zoveelste keer vertwijfeld hun armen ten hemel strekken of hun handen voor ogen of oren slaan, ebt de spanning weg. Als Tito in zijn ziekenhuisbed al zingend ligt te stuiptrekken werkt dit zelfs enigszins op de lachspieren.

Maar, beste operafundamentalisten: La clemenza di Tito is en blijft een prachtvoorstelling. Al was het alleen al door de verzengende vertolking van de muziek.

La clemenza di Tito is nog te zien t/m 24 mei. Meer info en speelllijst hier.

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]