Dat George Benjamin dit jaar hofcomponist is van het Holland Festival is volkomen logisch. En dat zeg ik als niet-kenner. Immers: de wijze waarop er vaak over hedendaagse klassieke muziek wordt geschreven en gesproken schrikt leken als mij af. Zou ik ooit over voldoende kennis beschikken om die fijnproeversklanken te kunnen waarderen? Zaterdagavond maakte ik voor het eerst live kennis met werk van de Britse componist en ik was om. Niet omdat ik plots heel veel bijgeleerd had, maar omdat de muziek me raakte.

Het was alweer een wat ouder werk: Sometime Voices stamt uit 1996. Als finalestuk van een programma rond zijn werk tijdens de Holland Festival Proms vormde het een mooie kroon op een uur orkestmuziek. Dat begon nog met een recenter stuk van Benjamin, ‘Dance Figures’, dat vooral heel veel was. Een klein leger aan pauken en bassen zorgde voor muzikaal onweer dat me aan dansende dino’s in Jurassic Park deden denken.

Later in het programma deed Benjamin iets met blazers in de fuga’s van Bach en die klonken daardoor opeens opvallend stevig. De spierballen van de componist bleven thuis bij het slot. Fijn subtiel, hier en daar breekbaar, en dus gewoon ontroerend. Ondanks dat er een heel koor kwam opdraven en er nog steeds een voltallig Radio Philharmonisch Orkest stond te toeteren.

Goed verhaal hè? We bieden het je gratis aan. Wil je een donatie doen? Dan kan dat via de blendle-knop onderaan. Of via de Patreon-knop. Nog beter.
(Wellicht ben je al lid en zien wij dat over het hoofd. Log dan hier nog een keer in, sorry: (ben je gelijk van die Blendle knop af), maar anders vinden wij het fijn als je lid wordt, of een vrije gift achterlaat”.)

Luchtalarm

De Proms waren zaterdag begonnen met een heel ander soort getoeter. Twaalf hoorns, om precies te zijn, die iets deden met de klankkasten van twaalf vleugels. Om drie uur ‘s middags mochten we ons op kleedjes in het midden van het Concertgebouw vlijen, terwijl de twaalf open piano’s om ons heen opgesteld stonden. De hoornblazers richtten hun toeters op de snaren van de vleugels, die zachtjes mee gingen trillen en een heel subtiele echo lieten klinken op het geschal.

De wereldpremière van dit stuk van de IJslandse componist Daniel Bjarnason maakte indruk, maar het trucje met de pianogalm was net te dun om het krappe uur dat het werk duurde overeind te blijven. Meditatief was het, maar op den duur vooral letterlijk eentonig. Dan het gaat op zeker moment in je hoofd eerder over misthoorns en luchtalarm. De titel ‘We Came in peace for All Mankind’ wordt dan een beetje ironisch.

Full Nerd Mode

Tijdens de oefening in de grote zaal was ondertussen in de kleine zaal iets anders aan de hand. Daar was Colin Benders, aka Kyteman, bezig om zijn modulaire, analoge synthesizer te verbergen onder een spaghetti van patch-kabeltjes. Dat zou het begin worden van een zoektocht naar een nieuw soort geluidservaring van synthesizermuziek. Op het toneel, achter het ‘beest’ waarvan Benders de knoppen bediende, stond een orkest van speakers opgesteld, die elk op een andere toon, een ander spectrum of een ander signaal uit de helse machine zouden reageren.

Het geluid was massief. Jean Michel Jarre in overdrive. Mooi was het vooral om de bevlogen Colin Benders in full nerd-mode aan de gang te zien. Zo zagen computers er in oude sciencefiction films uit. Zo zouden ze er nog steeds uit moeten zijn. Mysterieuze kasten waar een onnavolgbare dreiging van uit gaat. Volgende keer zou Colin Benders een blauwe stofjas aan moeten trekken. Past beter.

Stereo

Beneden was het Concertgebouw inmiddels volgestroomd met Marokkaanse bezoekers. Enkele mannen met baarden, maar vooral enorm veel vrouwen met en zonder hoofddoek waren afgekomen op Jalasat Rouhiya, een nog nooit eerder in de wereld vertoonde samenwerking tussen de mannen van het Amsterdams Andalusisch Orkest en Orchestre Temsamami uit Tetouan, rondom de Hadrazang van Ensemble Rhoum el Bakkali uit Chefchaouen. Dat zijn nogal wat monden vol en zo klonk het ook.

Nog nooit eerder hadden de orkesten op deze schaal samengewerkt en – het moet gezegd worden – dat was een beetje te merken. Zonder dirigent was iedereen een beetje een eigen ritme aan het volgen, waardoor je een grappig stereo-effect kreeg wanneer iemand links iets inzette wat pas een seconde later tot rechts doordrong. Dit moderne Argentijnse voetbal kwam helemaal goed bij de luide en snelle passages. Het publiek veerde op, de beweging kwam erin en het aanstekelijke enthousiasme golfde door de zaal. Werd het toch nog gezellig.

A Space Odyssee

Dagvoorzitter Maarten Heijmans, wiens grapjes voor de mensen die de hele dag meemaakten wel erg veel op elkaar begonnen te lijken, had ondertussen in de kleine zaal Colin Benders zover gekregen om al zijn honderden stekkertjes weer uit Het Beest te trekken, om helemaal vanaf nul te laten zien hoe de Synthesizer tot leven zou komen.

Benders gaf iets te snel toe, Heijmans zag een scene uit 2001, a Space Odyssee voor zich en daarna was het heel lang stil. Ik heb niet meer afgewacht hoe er uiteindelijk weer leven in de machine kwam: Benders moest al zijn zeilen bijzetten om weer een enigszins zinvol geluid te maken. Hoe fascinerend ook, de Grote zaal riep.

Blackstar

We zouden Bowie krijgen als grote afsluiter van de dag. Het Nederlandse Ensemble Stargaze, onder leiding van de Berlijnse dirigent André de Ridder, speelt een eigen visie op Bowie’s laatste, en vermoedelijk beste, album ‘Blackstar’. Het was al bekend van de BBC Proms, is op YouTube te vinden en viel live toch een beetje tegen. Niet dat het titelnummer verdienstelijk bewerkt was. Ook spannend om het te laten voortkomen uit het al even legendarische Bowie-nummer Warzawa. De andere bewerkingen leden toch wat onder de samenstelling van het orkest, dat wel een orgel, maar geen piano en geen tenorsax in zijn gelederen heeft. Vooral Lazarus was ernstig doodbewerkt en had de laatste levenskracht opgeofferd aan iets te veel violen.

Jherek Bischoff, verantwoordelijk voor de orkestbewerkingen, is geen wonder van subtiliteit. Dan heb je best een probleem als je je met Bowie wilt meten. Dat kwam allemaal overigens helemaal goed bij de allerlaatste toegift. Een versie van Lady Grinning Soul, die de kitsch van Bowie tot in het absurde uitvergrootte, waardoor het zo over the top ging dat het weer leuk werd. Konden we toch nog met een glimlach op ons gezicht de nacht in. Achter ons de sequencerlijnen van Colin Benders die met verzwaarde heftigheid uit de Kleine Zaal van Het Concertgebouw dreunden.

Goed om te weten Goed om te weten

Meegemaakt: Holland Festival Proms op zaterdag 23 juni 2018.

Fijn bericht? Gebruik de Blendle knop hierboven voor een kleine donatie. Of bepaal zelf hoe je Wijbrand Schaap een complimentje geeft met Patreon. (heel fijn systeem!)
Deel dit:

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.