Theaterfestival Boulevard is elk jaar weer een hoogtepunt van de festivalzomer. Omdat er geen drempels zijn en omdat het de ongedwongen sfeer van de stad in alle vezels met zich meedraagt. Maar het gaat zelfs nog een stapje verder. Hier mijn zeven leermomentjes:

1: Boulevard is toegankelijker dan de stad zelf

Sommige mensen vinden het op het hysterische af, maar ik kan er niet anders dan bewondering voor koesteren: Theaterfestival Boulevard is elk jaar voor meer ingewikkelde groepen toegankelijk. Begon het ooit met rolstoelhellingen bij zelfs de meest gecompliceerde installaties, nu zijn er doventolken, blindenexplicateurs en, de laatste aanvulling: een dag speciaal voor mensen die snel overprikkeld raken. Zo’n prikkelarme maandag mag dan voor hilarische gedachten zorgen (‘doe mij ook zo’n bordje dat ik niet tegen rijen kan’), het helpt ter plekke al voor meer begrip voor de hypergevoelige mens, en dat dat niet alleen maar aanstellers zijn.

Wel jammer dat er in het muziektentje die middag een meisje met gitaar zo ongehoord vals zong dat zelfs een tamelijk prikkelbestendig type als ik er iebel van werd.

2: Een festival is ook een plek voor debat

Den Bosch mist een debatcentrum, dus maakt Boulevard plek voor debat. Ik heb er niet heel veel van meegekregen, en de keren dat de stalen trap naar de eerste verdieping van het stervende Theater aan de Parade beklom werd er fluisterend gedebatteerd, maar toch. Alleen omdat er elke dag een andere prikkelende vraag werd opgehangen op het festivalplein, wist je: als ik iets kwijt wil, dan kan dat. Dit gaat komende edities zeker tot meer leiden.

3: Den Bosch is uniek, dus het festival ook

Buitenlandse theatergasten aan de maaltijd (Foto: Wijbrand Schaap)

Hoog bezoek van over de hele wereld. Vier dagen lang trok een bont gezelschap programmeurs en festivaldirecteuren langs de zalen en tentjes van Theaterfestival Boulevard. Ze waren daar om de internationale samenwerking tussen kleine en middelgrote festivals te versterken. Immers, de grote jongens en meisjes in festivalland, Avignon, Edinburgh, Wenen, hebben al zo’n gezamenlijk overleg waarmee ze ook grote internationale coproducties mogelijk maken, de kleintjes doen dat dus ook.

Ik sprak mensen uit Litouwen, Polen, Engeland, België, Frankrijk en China. Allemaal blij hier te zijn, al was de een meer onder de indruk van het programma dan de ander. Zoveel landen, zoveel smaken. Dat leek ook een beetje het probleem bij een groepsgesprek over diversiteit en hoe je daar in je festival mee omgaat: een vernieuwend theaterfestival in Polen heeft hele andere dingen aan het hoofd dan een collegafestival in Vlaanderen, en in China vinden ze dat ze zelf als voorbeeld kunnen dienen: onafhankelijke festivals worden daar juist door een heel jong en divers publiek bezocht.

Voor je verder leest...

Wij geloven in onderzoeksjournalistiek over cultuur. Het is geen onderwerp waar je enorm populair mee wordt. Reden waarom de meeste media alleen die paar sensationele berichten meenemen, maar niet verder kijken. Cultuurpers richt zich juist op die verhalen die voor de cultuurwereld belangrijk zijn, maar die de grote media te klein vinden. Dat kunnen we alleen volhouden als jij meedoet. Door ons tips te geven, maar ook als je lid wordt of ons steunt met een donatie. Houd de cultuurwereld scherp!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen. Geef 2,50, 10 euro of meer!

Waar ze het allemaal over eens waren: Theaterfestival Boulevard is uniek vanwege de plek in de stad. Het Paradeplein onder de Sint Jan, waar kunst en recreatie samengaan, de bijzondere locaties, Frits van de bussen. Mocht het getoonde aanbod de geesten soms verdelen, de stad herenigde die. Soms moet je met een buitenlander praten om dat in te zien.

We kunnen nu dus stellen dat de verschillende regionale festivals definitief hun eenheidsworstimago hebben afgeschud: Nooderzon, Karavaan, Zeeuws Nazomer en Boulevard zijn echt uniek en elk apart de moeite waard om te bezoeken, zonder déja vu. Dat kunnen we niet zeggen van de 150 grote stadstheaters in Nederland, die elk voor 90 procent putten uit hetzelfde aanbod, of dat nu gesubsidieerd is, of ‘vrij’.

4: Inspiratie voor jonge makers, op zoek naar een verhaal

Foto: Jörg Baumann

Omar Radjeh uit Libanon deed me weer voelen wat dat is: theater gemaakt vanuit een enorme betrokkenheid bij een onderwerp. Dat levert voorstellingen op die je niet koud kunnen laten, al kun je ze te veel, te erg, of over de top vinden. Ola Mafaalani stelt die eisen ook aan zichzelf. Zulk theater heb ik verder weinig aangetroffen, de afgelopen dagen in Den Bosch, en soms kan je dan het gevoel krijgen dat alles wel erg vrijblijvend is. Vorig jaar miste ik schrijvers, dit jaar minder. Maar nu knaagt er iets anders: het grote verhaal.

Misschien is dat ook iets om klein mee te beginnen. Bijvoorbeeld door, als je een verhaal over je eigen sores schrijft en speelt, van jezelf een personage te maken. Die kunstmatige afstand zou wel eens grote dingen mogelijk kunnen maken.

5: Borsten hebben plaatsgemaakt voor orgasmes

Bij Julie Cafmeyers buitengewoon amusante stuk ‘Confessions of a White Girl’, inmiddels omgedoopt in ‘Bad Woman’, miste ik bijvoorbeeld dat grote verhaal. Cafmeyer vertelde bloemrijk over haar seksuele rijping als net geen fotomodel en het was aandoenlijk zoals Vlaamse vertellers aandoenlijk kunnen zijn. Ze heeft een huis vol planten, niet vanwege haar groene vingers, maar omdat ze voor iedere weggelopen minnaar een plant in de plaats zet. Hoe groot haar tuincentrum inmiddels is, blijft in het midden, maar ze laat ons weten dat ze nu gelukkig een steady vriend heeft met wie ze fantastische orgasmes beleeft.

Ze vertelt dit alles, gehuld in een badpak. Dat valt op, want nog niet zo lang geleden trad ze minder verhullend op. Voor het vertellen over orgasmes hoef je je alleen geestelijk bloot te geven, en Cafmeyer is daar een stuk beter in dan de journaliste die dat eerder op dit festival in een tentje deed.

In 2016 was Boulevard dus wel veel bloter. Ik verzuchtte daar destijds iets over, en nu is er iets veranderd. Dat ligt niet aan mij, natuurlijk, maar aan de veranderde tijdgeest, en zeker #metoo ´zal eraan hebben bijgedragen. Achttienjarige toneelschoolleerlingen leren niet meer dat het voor echte diepgang noodzakelijk is uit de kleren te gaan, en castingbureaus hebben het naakt auditeren ook aan banden gelegd. Het is dus een stuk minder vanzelfsprekend geworden om naakt voor een publiek te staan. Eigenlijk wel een prettig idee. Kunnen we het weer over de inhoud hebben, zonder vieze mannetjes op rij 1.

6: Meer braderie graag!

Braderietalk door Suzanne Brink

De deftigste krant van Nederland, NRC Handelsblad, bekloeg zich aan het begin van dit festival nog over de braderiesfeer op het festivalplein. Een opmerking die voortkomt uit een oud en tamelijk achterhaald twistpunt in de kunstsector: dat volks vermaak en grote kunst niet samengaan. Laat het nu juist al jaren een centraal punt van Theaterfestival Boulevard zijn, dat die twee dingen wel degelijk samengaan. Het heeft dus geleid tot een uniek festival, dat ook het hoge buitenlandse publiek kon bekoren. Zie punt 1.

Festivaldirecteur Viktorien van Hulst heeft wel gezorgd voor een verdere inperking van de commerciële horeca op het terrein. Alle eet- en drinkgelegenheden – iets minder dan voorheen – passen in het beeld, de wandelroute mixt kunst en gewoner amusement ongemerkt en er wordt nog steeds lekker gekookt. Misschien wel beter. Wie een bossche bol van monopolist Jan de Groot wil hebben, kan overal elders in de stad terecht.

Boulevard in Den Bosch is een festival waar Bosschenaren trots op zijn, en dus mogen de Bosschenaren ook trots zijn op zichzelf, want zij zijn het die hun eigen festival dat zuidelijke je ne sais quoi meegeven dat het ieder jaar weer de reis waard maakt. De beste kunstbraderie van Nederland.

7: Theater Artemis

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.