De nieuwe productie van L’Orfeo van De Nederlandse Reisopera en Opera2Day is een vorm van totaaltheater waarbij Wagner zijn vingers zou hebben afgelikt. In haar regie smeedt Monique Wagemakers zang, dans, muziek, kostuums en decor samen tot een onlosmakelijk geheel. De voorstelling is meeslepend, poëtisch en betoverend en sluit naadloos aan bij de gestileerde taal waarmee Monteverdi in 1607 het genre opera introduceerde. Bij de première in Theater Wilmink zaten wij ruim anderhalf uur lang aan onze stoel gekluisterd.

Thea Derks

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook vierhonderd jaar later is de kernvraag in het libretto van Alessandro Striggio nog altijd invoelbaar: hoe gaan wij om met verlies? Blijven we eindeloos zitten simmen of zetten we ons eroverheen en worden zo een ‘sadder, wiser person’, om Coleridge te parafraseren. Orfeo lukt dit laatste niet. Als zijn kersverse echtgenote Euridice overlijdt aan een slangenbeet beweegt hij – letterlijk – hemel en aarde om haar uit het dodenrijk terug te halen.

Omzien in wrok

Maar wanneer hij de goden eenmaal vermurwd heeft weet hij op het moment suprême zijn emoties niet in bedwang te houden. Met één blik achterom verliest hij zijn geliefde opnieuw, dit keer voorgoed. En ook dan verdrinkt hij in zelfbeklag. Zijn vader Apollo roept hem tot de orde: ‘Waarom blijf je hangen in wrok en verdriet, weet je dan nog altijd niet dat aards geluk nooit eindeloos duurt?’ Waarop ze samen ten hemel stijgen, waar Orfeo voor eeuwig Euridice tussen de sterren kan zien stralen.

Het toneel is leeg. Het enige attribuut is de installatie ‘Ego’ van Lonneke Gordijn van Studio Drift, een transparant driedimensionaal doek, handgeweven uit 16 kilometer ragfijne draden van fluorkoolstof. Met behulp van door de dirigent aangestuurde software neemt dit vliegensvlug andere vormen aan, die direct gerelateerd zijn aan de gevoelens van Orfeo. Zo representeert het kunstobject diens innerlijke wereld en wordt het tot een handelend personage.

Kunstobject als handelend personage

Veelal heeft het weefsel een kubusvorm, nu eens als een gevangenis waarin Orfeo opgesloten zit, dan weer als de doodskist waarin Euridice wordt weggedragen. Bij de aankondiging van haar overlijden ‘schrikt’ het doek en neemt razendsnel een diagonale vorm aan die zich angstig lijkt te verstoppen in de nok van het toneel.

Ook de dynamische choreografie van Nanine Linning en het lichtontwerp van Thomas C. Hase zijn wonderschoon; de kostuums van Marlou Breuls zijn mooi maar wat eenvormig. Bij de opening zien we een schaars-wit belichte, door elkaar krioelende kluwen mensen in vleeskleurige, geribbelde bodystockings. Hieruit stijgt La Musica als een Venus van Milo omhoog om het verhaal van Orfeo aan te kondigen. Dit is een glansrol van de mezzosopraan Luciana Mancini, die met haar warme, volle stem ook gestalte geeft aan de boodschapster en Proserpina.

Voor je verder leest...

Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word Lid!

‘Vierkant’ wereldbeeld

Orfeo draagt als enige een – eveneens vleeskleurige – zwierige jurk. Die houdt hij de hele voorstelling aan, terwijl de overige personages in de onderwereld hun kostuums verruilen voor donkerblauwe lange gewaden. Dit symboliseert mooi zijn onvermogen zich aan te passen aan de omstandigheden: hij zit gevangen in zijn eigen ‘vierkante’ wereldbeeld. De tenor Samuel Boden heeft een verzorgde dictie en zingt moeiteloos de soms lastige kronkelingen die Monteverdi hem in de mond legt. – Zelfs wanneer het koor hem ophijst en over het toneel draagt. Jammer genoeg is zijn stem iets te klein voor de grote zaal.

De betoverende eenheid van het regieconcept wordt nog eens extra onderstreept doordat er geen merkbaar onderscheid is tussen dansers en zangers. De vloeiende bewegingen met veel sierlijke sprongen, uitgestrekte armen en doorgebogen lichamen gaan gelijk op met loepzuiver gezongen koorpassages. Je gelooft haast je ogen en oren niet, hier is duidelijk lang en intensief aan gewerkt. Enig minpuntje is het slot van de tweede akte, wanneer zangers en dansers zich met luidruchtig gebrul in elkaars armen storten, als zijn wij getuige van een therapeutische sessie om liefdesverdriet te verwerken.

Subtiele chitarrones

De coördinatie tussen podium en orkest is voorbeeldig. Dirigent Hernán Schvartzman voert het barokensemble La Sfera Armoniosa met veel gevoel door de fijn geciseleerde taal van Monteverdi. Passages met subtiel getokkel van chitarrones (langhalsluiten) en warmbloedige orgelklanken worden afgewisseld met levendige sinfonias. Hierin nemen strijkers en blazers het voortouw en ontstaat een weldadig volle orkestklank, die gelijk opgaat met schitterende koorpartijen.

Bijzonder fraai is de snerpende, als een draailier klinkende ‘regale’, die de onverbiddelijke Caronte begeleidt wanneer hij Orfeo de overtocht naar Hades ontzegt. Alex Rosen is met zijn sonore bas de ideale veerman van de onderwereld en overtuigt bovendien als geest. Mooi is ook de sopraan Kristen Witmer die met haar pure, heldere stem zowel de rollen van Euridice, Hoop en Echo vertolkt. De bas-bariton Yannis François is een wat bescheiden Pluto, maar maakt indruk als herder en geest.

Kortom, deze prachtvoorstelling verdient het internationaal op tournee te gaan. Gaat dat zien, gaat dat horen!

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.