Je kunt dit lezen, omdat onze 400+ leden dat mogelijk maken.
Goed hè?

Na het vonnis over het Fotomuseum begint de echte bestuursvraag

N

De rechtbank zette een streep door het ontslag van voormalig directeur Birgit Donker en was hard in  haar oordeel over de Raad van Toezicht van het Nederlands Fotomuseum. Daarmee eindigt een arbeidsrechtszaak, maar begint een veel bredere discussie over de kwaliteit van toezicht in de culturele sector.

Wie de uitspraak van de rechtbank in de zaak tussen voormalig directeur Birgit Donker en het Nederlands Fotomuseum uitsluitend leest als de ontknoping van een slepend arbeidsconflict, mist de kern. Natuurlijk draait de beschikking in de eerste plaats om een ontslag dat volgens de rechter geen redelijke grond kende. Maar tussen de regels door stelt de rechtbank een fundamentelere vraag aan de orde: wat gebeurt er wanneer niet het bestuur, maar juist het toezicht zelf tekortschiet?

Het antwoord reikt verder dan Rotterdam. In een sector waarin raden van toezicht de afgelopen twee decennia uitgroeiden tot het belangrijkste instrument om publieke instellingen onafhankelijk en professioneel te besturen, legt deze uitspraak een kwetsbaarheid bloot die zelden zo zichtbaar is geworden. Het systeem veronderstelt dat toezichthouders bestuurders corrigeren wanneer dat nodig is. Veel minder aandacht is er voor de vraag wie corrigeert wanneer het toezicht zelf ontspoort.

Daarmee krijgt deze zaak een betekenis die verder reikt dan de persoonlijke rehabilitatie van één bestuurder.

De rechtbank oordeelde dat voor het ontslag van Donker geen redelijke grond bestond, dat de Raad van Toezicht ernstig verwijtbaar had gehandeld, dat het museum een rectificatie moest publiceren en verspreiden en daarnaast een schadevergoeding van 400.000 euro moet betalen. De rechter vernietigde daarmee niet alleen de juridische basis onder het ontslag, maar plaatste ook vraagtekens bij het functioneren van het orgaan dat juist verantwoordelijk was voor zorgvuldig bestuur.

Voor Donker betekent de uitspraak vooral eerherstel. Na een jaar waarin haar functioneren publiekelijk onderwerp van discussie was, hielden de verwijten die tot haar vertrek hadden geleid juridisch geen stand. Na bekend worden van het vonnis bedankte zij de vele mensen die haar tijdens de procedure hadden gesteund. Daarmee sloot zij voor zichzelf een intensieve periode af.

Voor het museum begint de ingewikkeldste fase echter nu pas.

Meer dan een verloren rechtszaak

Het Nederlands Fotomuseum reageerde op de uitspraak door de beschikking “teleurstellend” te noemen, maar liet tegelijk weten zich neer te leggen bij het oordeel van de rechtbank “in het belang van de toekomst van het museum en het afsluiten van een dossier dat zwaar heeft gewogen op de organisatie en alle betrokkenen.”

Dat laatste is een begrijpelijke reactie van een partij die een procedure verliest. Tegelijkertijd roept juist die formulering vragen op. De rechtbank beperkte zich immers niet tot een andere afweging van een arbeidsrechtelijk geschil. Zij stelde expliciet vast dat de Raad van Toezicht ernstig verwijtbaar had gehandeld. Daarmee kreeg de uitspraak een bestuurlijke lading die aanzienlijk verder gaat dan een conflict tussen werkgever en werknemer.

Juist daarom ligt de vraag voor de hand hoe een instelling betekenis geeft aan zo’n oordeel. Juridisch kan een procedure worden afgesloten. Bestuurlijk begint zij vaak pas. Een rechterlijke uitspraak van deze omvang vraagt niet alleen om uitvoering van de opgelegde maatregelen, maar ook om een zichtbare reflectie op het eigen handelen.

Die reflectie bleef vooralsnog beperkt. De door de rechtbank opgelegde rectificatie werd gepubliceerd (als je heel goed kunt zoeken), waarmee formeel aan het vonnis is voldaan. Maar transparantie is meer dan juridische naleving. Bij publieke instellingen is openheid onderdeel van de maatschappelijke legitimiteit waarop zij functioneren. Wanneer een rechter zo fundamenteel oordeelt over het handelen van bestuur en toezicht, verwachten medewerkers, subsidiegevers en het publiek meer dan de constatering dat een dossier wordt afgesloten.

Dat geldt des te sterker omdat het conflict zich gedurende ruim een jaar grotendeels in de openbaarheid afspeelde. De discussie beperkte zich allang niet meer tot de interne organisatie. Ook de culturele sector, financiers en overheden volgden de ontwikkelingen nauwgezet. Daarmee veranderde de zaak geleidelijk van een arbeidsconflict in een governance vraagstuk.

Wanneer toezicht zichzelf niet corrigeert

Juist daar ligt de bredere betekenis van deze uitspraak.

De Nederlandse governance van culturele instellingen is gebouwd op een helder uitgangspunt. Bestuurders voeren beleid, raden van toezicht controleren dat beleid op afstand. De gedachte is dat onafhankelijk toezicht voorkomt dat macht zich concentreert en dat fouten tijdig worden gecorrigeerd. Het systeem functioneert zolang beide rollen elkaar in evenwicht houden.

Maar wat gebeurt er wanneer juist binnen de Raad van Toezicht onvoldoende ruimte bestaat voor interne tegenspraak?

Die vraag wordt zelden expliciet gesteld. Niet omdat zij theoretisch is, maar omdat het governance model ervan uitgaat dat een raad als collectief in staat is zichzelf te corrigeren. De praktijk blijkt weerbarstiger. Ook binnen toezichthoudende organen kunnen groepsdenken, loyaliteit, tijdsdruk of een gebrek aan kritische afstand ertoe leiden dat afwijkende signalen onvoldoende doordringen.

Juist daarom behoort deze uitspraak tot de meest verstrekkende rechterlijke oordelen over het functioneren van een Raad van Toezicht binnen een Nederlandse culturele instelling. Niet omdat de rechter zich mengde in artistieke keuzes of beleidsvrijheid, maar omdat hij zich uitliet over de kwaliteit van het toezicht zelf.

Daarmee raakt de zaak aan een fundamentele bestuurskundige vraag. Goed toezicht bestaat niet alleen uit formele bevoegdheden of een juiste samenstelling van de raad. Het vraagt vooral om een cultuur waarin leden elkaar durven tegen te spreken, waarin twijfel niet wordt gezien als zwakte en waarin belangrijke besluiten voortdurend opnieuw worden getoetst. Juist dat corrigerend vermogen lijkt in deze zaak onvoldoende te hebben gefunctioneerd.

Verantwoordelijkheid eindigt niet met een vertrek

Die constatering roept onvermijdelijk vragen op over de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de betrokken toezichthouders. Anders dan in de politiek of het bedrijfsleven verdwijnt die verantwoordelijkheid niet automatisch wanneer een functie wordt neergelegd. Een rechterlijk oordeel strekt zich uit over de besluiten die zijn genomen, niet over de vraag of degenen die daarvoor verantwoordelijk waren op het moment van de uitspraak nog in functie zijn.

Dat geldt allereerst voor voormalig voorzitter Wanda van Kerkvoorden. Zij trad terug nadat de mondelinge behandeling van de zaak had plaatsgevonden op 18 mei, maar voordat de rechtbank uitspraak deed. Het museum presenteerde haar vertrek als een logisch moment om ruimte te maken voor een nieuwe voorzitter die de volgende fase van de organisatie zou begeleiden. Die uitleg is verdedigbaar, maar de timing zal onvermijdelijk onderwerp van discussie blijven. De voorzitter die leiding gaf aan de Raad van Toezicht gedurende de bestuurscrisis maakte het rechterlijk oordeel over dat handelen niet meer mee.

Ook andere voormalige toezichthouders blijven onderdeel van deze geschiedenis. Margot Scheltema geldt als een ervaren bestuurder en toezichthouder, juist op het terrein van governance. Dat maakt de vraag des te relevanter waarom binnen de Raad kennelijk onvoldoende tegenwicht ontstond toen het conflict escaleerde. Ervaring biedt geen garantie voor goed toezicht, maar schept wel verwachtingen over het organiseren van kritische reflectie.

Hetzelfde geldt voor Frits Bergsma, die binnen de Raad een belangrijke verbindende rol richting de organisatie vervulde. Zijn vertrek verandert niets aan de vraag hoe het interne toezicht in die periode functioneerde. Inmiddels is ook Shashi Baboeram Panday uit de Raad van Toezicht vertrokken, hoewel hij ten tijde van dit schrijven nog op de website van het museum stond vermeld. Daarmee resteert nog slechts een uiterst beperkt deel van de oorspronkelijke Raad die de besluiten nam waarover de rechtbank zich nu heeft uitgesproken.

De vraag die boven de zaak blijft hangen is daarom niet zozeer wie er vandaag nog aan tafel zit, maar hoe een toezichthoudend orgaan met zoveel bestuurlijke ervaring gezamenlijk tot een besluitvorming kon komen die uiteindelijk zo fundamenteel door de rechter is gecorrigeerd.

De huidige leiding staat voor een ongemakkelijke opgave

Daarmee verschuift de aandacht vanzelf naar de huidige bestuursstructuur.

Voor interim-bestuurder Roderick van der Lee is de situatie uitzonderlijk. Hij was als lid van de Raad van Toezicht betrokken bij de bestuursfase die uiteindelijk leidde tot het ontslag van Donker en vervult inmiddels de rol van bestuurder tijdens de afwikkeling van de gevolgen daarvan. Daarmee komen twee verantwoordelijkheden samen die normaal gesproken juist van elkaar zijn gescheiden en waarom in voorkomende gevallen voor een onafhankelijke externe interim bestuurder wordt aangesteld.

Dat betekent niet dat zijn functioneren daarmee automatisch ter discussie staat. Wel maakt het de bestuurlijke opgave ingewikkeld. Wie deel uitmaakte van het toezichthoudende orgaan dat onderwerp is van een vernietigend rechterlijk oordeel, moet als bestuurder vervolgens bepalen hoe de organisatie op datzelfde oordeel reageert. De noodzakelijke bestuurlijke distantie is in zo’n situatie moeilijk te organiseren.

Ook algemeen directeur Zippora Elders-Tahale bevindt zich in een complexe positie. Tijdens de procedure schaarde zij zich achter de koers van de Raad van Toezicht en het bestuur. Dat was vanuit haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet uitzonderlijk. Maar nu de rechtbank die koers op de belangrijkste onderdelen heeft verworpen, ontstaat de vraag hoe de huidige directie het vertrouwen kan herstellen zonder tegelijkertijd haar eigen eerdere positie ter discussie te stellen.

Het zijn precies dit soort dilemma’s waarvoor governance codes geen pasklaar antwoord bieden. Regels kunnen verantwoordelijkheden verdelen, maar zij lossen het probleem van institutionele onafhankelijkheid niet vanzelf op.

De verantwoordelijkheid verschuift naar financiers en overheid

Daarmee komt een volgende kring van betrokkenen nadrukkelijker in beeld: de financiers, subsidiegevers en andere stakeholders van het museum.

Gedurende het conflict baseerden zij zich op de informatie die vanuit bestuur en Raad van Toezicht werd verstrekt. Dat is niet ongebruikelijk. Gemeenten, ministeries en fondsen beschikken zelden over de mogelijkheid om zelfstandig onderzoek te doen naar interne bestuurlijke conflicten. Zij moeten kunnen vertrouwen op de kwaliteit van het interne toezicht.

Juist daarom verandert deze uitspraak ook hun positie. Niet omdat zij verantwoordelijk zijn voor de gebeurtenissen die tot het vonnis hebben geleid, maar omdat de rechter heeft vastgesteld dat het interne toezicht in dit geval onvoldoende functioneerde. Daarmee vervalt een deel van het vertrouwen waarop externe partijen hun eigen afwegingen noodgedwongen baseren.

Dat roept een logische vervolgvraag op. Kunnen financiers en subsidieverstrekkers volstaan met de constatering dat de procedure is afgerond, of vraagt een uitspraak van deze omvang om een onafhankelijke evaluatie van het bestuurlijk functioneren? Daarbij kan ook de vraag worden betrokken of aanleiding bestaat de mogelijke aansprakelijkheid van voormalige en huidige bestuurders en toezichthouders te onderzoeken. De rechtbank spreekt zich daar niet over uit. Wel creëert haar oordeel de omstandigheden waarin die discussie onvermijdelijk wordt.

De financiële gevolgen onderstrepen dat belang. De schadevergoeding van 400.000 euro vormt slechts één onderdeel van de rekening. Daar komen de kosten van langdurige juridische procedures, externe advisering, tijdelijke bestuursconstructies, reputatieschade en bestuurlijke stilstand nog bij. Uiteindelijk gaat het om publieke middelen die bedoeld waren voor de maatschappelijke opdracht van het museum.

Een uitspraak die de sector raakt

Daarmee wordt duidelijk waarom deze zaak niet alleen van belang is voor het Nederlands Fotomuseum.

De afgelopen jaren investeerde de culturele sector fors in professionalisering van toezicht. Governance codes werden aangescherpt, raden van toezicht werden diverser samengesteld en thema’s als integriteit, transparantie en tegenkracht kregen een prominentere plaats. Toch laat deze uitspraak zien dat formele structuren slechts een deel van het verhaal vertellen.

Governance is uiteindelijk geen optelsom van regels, maar een cultuur van kritische reflectie. Zij staat of valt met de bereidheid van bestuurders én toezichthouders om elkaar tijdig tegen te spreken. Juist wanneer die bereidheid ontbreekt, verliezen codes en procedures een belangrijk deel van hun betekenis.

In dat licht krijgt ook de vernieuwde Governance Code Cultuur extra gewicht. De nadruk op onafhankelijkheid, aanspreekbaarheid en georganiseerde tegenspraak is geen theoretische exercitie, maar een poging om te voorkomen dat besluitvorming zich ontwikkelt tot een gesloten systeem waarin afwijkende signalen steeds moeilijker doordringen.

De zaak rond het Nederlands Fotomuseum maakt zichtbaar wat de gevolgen kunnen zijn wanneer dat corrigerend vermogen tekortschiet. Niet alleen voor de betrokken bestuurders en toezichthouders, maar ook voor medewerkers, bezoekers, financiers en uiteindelijk voor het publieke vertrouwen waarop culturele instellingen zijn gebouwd.  Juist daarom verdienen de aanbevelingen uit het SMC-rapport over toezicht, tegenkracht en bestuurlijke verantwoordelijkheid, serieuze opvolging.

 De bestuursvraag begint nu pas

Met de uitspraak heeft de rechtbank het juridische geschil beëindigd. Maar de bestuurlijke vragen zijn daarmee niet verdwenen. Integendeel.

De centrale vraag luidt niet langer of het ontslag van Birgit Donker rechtmatig was. Daarover heeft de rechter zich helder uitgesproken. De vraag is nu hoe een publieke instelling, haar toezichthouders, haar financiers en de overheid omgaan met een uitspraak die zo diep ingrijpt in het vertrouwen waarop goed bestuur is gebaseerd.

Misschien ligt daarin wel de belangrijkste betekenis van dit vonnis. Niet dat een voormalig bestuurder uiteindelijk door de rechter in het gelijk is gesteld, maar dat een rechter zichtbaar heeft gemaakt wat er kan gebeuren wanneer het systeem dat bestuur moet controleren zelf onvoldoende corrigerend vermogen ontwikkelt.

Die constatering reikt verder dan één museum in Rotterdam. Zij raakt iedere publieke en culturele instelling die vertrouwt op een Raad van Toezicht als sluitstuk van goed bestuur. Want uiteindelijk wordt de kwaliteit van governance niet gemeten op de momenten waarop alles goed gaat, maar juist wanneer een organisatie zichzelf moet corrigeren.

En precies daar laat deze uitspraak een vraag achter waarop de culturele sector de komende jaren een overtuigend antwoord zal moeten vinden: wie houdt toezicht op de toezichthouder?

 

Over deze auteur

Guido van Nispen

Guido van Nispen is CEO en medeoprichter van Insiber.com, het onafhankelijke one-stop SaaS-ondersteuningsplatform dat cyberveiligheid en verzekeringen voor het MKB mogelijk maakt.

Guido heeft vele jaren ervaring in uitvoerend management, advies en toezicht in de technologie-, financiële en mediasector.

Hij was onder meer CEO van het Nederlandse persbureau ANP, algemeen directeur van investeringsfondsen V-Ventures & Dutch Creative Industry Fund, uitgever van Future of Work foundation i4j en uitvoerend directeur bij British Telecom.

Zijn ervaring als adviseur en toezichthouder omvat doelgerichte commerciële en non-profitorganisaties, waaronder Triodos, World Press Photo, Cinekid, Amsterdam Crossmediaweek, IPAN, New Markets Venture Partners, People Centered Internet en AVROTROS.

MENSEN.WORK is een internationale holdingmaatschappij gevestigd in Amsterdam die zich bezighoudt met publicaties, advies en investeringen met betrekking tot het creëren van een optimale relatie tussen mensen en automatisering.

Reageer!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Populaire berichten

Recente uitgaven

Categorieën