Voordat Mark Rutte zich beroepshalve bezig ging houden met het onbeschermd bezichtigen van de endeldarm van Donald J. Trump, was hij de premier van Nederland die zeker wist dat er in Nederlandse theatertjes slechts 15 man op de eerste rij zat. Het was 2011 en het begin van een decennium vol woedende kunstenaars. Terwijl we nu serieus moeten terugverlangen naar juist die lege zaal.
De premier had in 2011 geen gelijk. Zalen zaten zeker in de Randstad goed vol. Misschien dat er in ‘de regio’ minder publiek was voor gesubsidieerd theater, maar het ging niet slecht. Sterker nog: sinds de meest succesvolle regeringspartij onverminderd aan de macht is, ging het alleen maar beter. Zalen zitten vol. festivals puilen uit. Ook op een relatief klein theaterfestival moet je van tevoren reserveren om nog iets te kunnen zien.
Maar is het nog onderscheidend? De bekende, en zeer succesvolle substack ‘Havermelkelite’, doorgaans niet wars van het mild-ironisch volgen van de massa naar de nieuwste hype in een wereld zonder vliegschaamte, interviewt dit keer een schrijver die er anders tegenaan kijkt, David Marx beschouwt in Blank Space de culturele ontwikkeling aan het begin van de 21ste eeuw. Hij constateert een toenemende eenvormigheid. Een skischans die onvermijdelijk naar het fascisme voert. (lees het interview hier)
Kleurloos
Wie om zich heen kijkt en luistert, kan niet anders dan hem gelijk geven. In de laatste 30 jaar is vrijwel alle kleur uit kleding en interieurs verdwenen. Kekke tentjes zien er overal ter wereld hetzelfde uit, hoe origineel lokaal ze ook zeggen te zijn.
En, het moet gezegd, in de kunst gebeurt een beetje hetzelfde. De podiumkunsten, die ik nog best goed volg, worden al best lang internationaal beheerst door makers die werk tonen dat overal kan staan, overal gemaakt kan zijn. Komt ook doordat internationaal opererende kunstenaars loeiduur zijn en producties met meer dan 4 medewerkers al gauw meerdere coproductiepartners met diepe zakken nodig hebben. Om over internationaal toonaangevende muziekensembles nog maar te zwijgen. Dan wordt ‘onderscheidend’ een keurmerk, maar niet meer dan dat.
Zeven zussen
Maar het is niet alleen die prijsontwikkeling, het is ook de smaak van het publiek die steeds eenvormiger wordt, steeds meer voldoet aan een soort internationaal gemiddelde dat het goed doet op Instagram en TikTok. Wie te raar doet, wordt hoogstens wereldwijd uitgelachen en kan daar mogelijk nog wat aan verdienen, maar doorgaans trekt de massa toe naar wat vertrouwd klinkt, er vertrouwd uitziet en schrijft over zeven zussen. De wereld is al verwarrend genoeg.
Mark Rutte’s VVD vindt in zijn cultuurbeleid dat kunst alleen bestaansrecht heeft als die zijn eigen broek kan ophouden. Alleen erfgoed verdient steun, volgens de liberalen.
Voor een klein taalgebied als het onze betekent dat: meegaan met de massa, zorgen dat je zalen vol zitten en niemand wordt buitengesloten. We creëren zo ons eigen analoge algoritme. Met het logische gevolg dat voorstellingen op elkaar gaan lijken. De zoveelste immersieve Van Gogh-experience is dan even istagrammable als de Renoir-experience, een jaar later. De aanklacht tegen de wereld van dit zaaltje wijkt marginaal af van die, twee theaterdeuren verder.
Onvindbaar op Google
Moeten we niet weer toe naar een kunstwereld waar de lege zaal de norm is? Waar kunst gemaakt wordt door mensen waar het grote publiek niks van snapt, maar ook subsidieadviescommissies geen soep van kunnen koken? Moeten we niet toe naar een subsidiesysteem waarin aanvragers zich niet van tevoren hoeven uit te leggen, maar carte blanche krijgen van een overheid die risico nemen als een deugd ziet?
Kunst op plekken die niet op Google Maps te vinden zijn. Ik teken ervoor. Wat kunnen we doen tegen algoritmes die ons steeds hetzelfde voorschotelen? Innovatie komt zelden uit grote fabrieken en zorgvuldig geselecteerde normvolgers. Innovatie komt van mensen die durven af te wijken van de norm. Alleen zo komen we vooruit.
Misschien is het een veeg teken dat zelfs de Havermelkelite zich begint te vervelen, dat een schrijver als David Marx nu serieus genomen wordt.
Het wordt tijd voor non-instagrammable kunst, alleen opgemerkt door toevallige bezoekers van een obscure galerie, of gekoesterd door een kleine groep van ingewijde vrienden. Op naar die zaaltjes met 15 man op rij 1. Gezellig. Telefoon uit.




