London Symphony Orchestra

De Russische dirigent Valeri Gergjev was even terug in Rotterdam, voor één concert. Hij voerde in de Doelen zijn eigen orkest aan, het London Symphony Orchestra (LSO).

Het beroemde orkest speelde repertoire dat we in ons land van haver tot gort kennen: Gustav Mahler’s 1e symfonie en het 1e pianoconcert van Dmitri Sjostakowitsj. Een inmiddels historische combinatie: omdat Nederland vergroeid lijkt te zijn met Mahler’s werk zorgde het chefdirigentschap van Gergjev bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest voor een goede introductie van deze muziek bij de maestro. En in omgekeerde richting zorgde Gergjev voor een goed beeld van de muziek van Sjostakowitsj in Nederland.

Beide componisten worden ook vaak met elkaar vergeleken; de invloed van Mahler op Sjostakowitsj zou groot zijn. In technische zin is dat ook wel zo, zeker in het symfonische werk van beide componisten is sprake van beïnvloeding. Maar zodra het gaat om het verhaal achter de noten houdt iedere vergelijking op. Waar Sjostakowitsj vooral dwars werd gezeten door zijn omgeving – hij had vooral ernstig te lijden van de Tweede Wereldoorlog en het aansluitende regime onder Stalin – had Mahler vooral met zichzelf te kampen. Waar Sjostakowitsj zichzelf en zijn muziek steeds wist te relativeren kon Mahler dat in het geheel niet.

Sjostakowitsj schreef zijn eerste pianoconcert, eigenlijk het concert voor piano, trompet en strijkorkest in 1933. Het was een tijdsgewricht waarin de maatschappelijk en politiek hoog oplopende spanning zich vertaalde in een nerveus vooruit gestuwd kunstklimaat met een ongekend aantal hoogtepunten tot gevolg. Hieraan refereert het concert van Sjostakowitsj vanaf de eerste noot. Het is een circusstuk waarin de noten en modulaties over elkaar buitelen. De piano krijgt steeds weerwoord van een trompet waarna er aan het slot een mini-duel tussen trompet en barpiano wordt uitgevochten. Toch is het lento, het langzame tweede deel, melancholiek, hoewel niet zwaar op de hand.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Yefim Bronfman was de fijnzinnig spelende pianist. De voormalig leerling van de legendarische Leon Fleischer liet de noten vloeien en buitelen zonder de boel in de soep te laten lopen. Een hele kunst, want het tempo was vaak aan de hoge kant. Hij kreeg prima tegenspel van trompettist Philip Cobb.

Mahler’s eerste symfonie kent net zoveel banaliteiten als het concert van Sjostakowitsj. Ze zijn echter platter, zonder dat spitse gevoel voor humor in het pianoconcert. Veel meer voor de hand liggend ook, simpeler. Vader Jacob in mineur was al eens eerder gedaan en het hoorngeschal in de Alpenwei is op de keper beschouwd helemaal niet zo vernieuwend, ook al werd dat destijds tijdens de eerste serie uitvoeringen anders ervaren. Gergjev deed het enige dat je kunt doen in zo’n soms oeverloos dooremmerend werk: de spanningsboog zover mogelijk oprekken. De Mravinsky opstelling van het orkest (contrabassen linksachter, eerste violen tegenover de tweede en alten en celli omgewisseld) zorgde voor een uitmuntende klankbalans; Gergjev had het LSO aan een touwtje. En toch was het, ondanks de torenhoge kwaliteit, geen echt verrassend concert. Daarvoor heeft het Rotterdamse publiek de dirigent te goed leren kennen.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Grote zaal de Doelen, Rotterdam: London Symphony Orchestra o.l.v. Valeri Gergjev m.m.v. Yefim Bronfman-piano en Philip Cobb-trompet. Werken van Sjostakowitsj en Mahler. Bijgewoond: vrijdagavond 13 mei.