In John Appels nieuwe documentaire Wrong Time Wrong Place komen overlevenden aan het woord van de schietpartij op het Noorse eilandje Utoya en de voorafgaande bomaanslag, waarbij 77 mensen omkwamen.Naar verluidt heeft men bij IDFA nog wel even geaarzeld of zo’n zwaar onderwerp wel geschikt was als aftrap van de feestelijke 25ste editie van het documentairefestival. Men kan gerust zijn. Feestelijk is Wrong Time Wrong Place misschien niet, maar wel een indrukwekkende Nederlandse opening van een gerenommeerd internationaal festival.

Indrukwekkend, niet alleen vanwege het dramatische onderwerp, maar ook vanwege de simpele precisie waarmee Appel het nuchter en toch met gevoel voor ons uittekent. Met veel tegenwoordigheid van geest omzeilt hij het moeras van de traditionele reconstructie en tilt hij de film boven het ogenschijnlijke onderwerp uit. Wrong Time Wrong Place gaat helemaal niet over Utoya. Het had, zo heeft Appel inmiddels al vele malen uitgelegd, over iedere ramp kunnen gaan. Utoya is slechts een aanleiding, de dader Anders Breivik onbelangrijk. Zijn film gaat over het toeval of zo je wilt het noodlot, over de triviale dingen die het verschil tussen leven en dood kunnen uitmaken. Over het besef dat we altijd op de rand van de afgrond lopen.

Dat het juist Utoya werd laat zien dat de film zelf ook in hoge mate het resultaat van dat toeval is, en dat kan waarschijnlijk ook gezegd worden van de sublieme opening waarin we met base-jumpers van een hoge rots afspringen. Want er is natuurlijk wel een filmmaker met de visie en intuïtie van John Appel nodig om dat toeval op de juiste manier te omhelzen.

De documentaire als dans met het toeval. Er valt veel voor te zeggen dat dit het juist is dat de betere non-fictiefilm onderscheidt van de doorgaans tot in de puntjes voorbedachte speelfilm. En wie dat eens nader wil onderzoeken krijgt daarvoor op IDFA alle kans.

Neem om te beginnen de door IDFA warm gekoesterde Rus Victor Kossakovsky, die dit jaar zijn top tien mag presenteren. Ook hij mag zich in zijn eigen films – de belangrijkste zijn weer te zien – laten leiden door wat hem voor de voeten komt. Voor Tishe! (2002) filmde hij een jaar lang de straat vanuit het raam van zijn woning in Sint Petersburg, en monteerde dit tot een poëtische tragikomedie. Zijn betoverende ¡Vivan las antipodas! (2011) bestaat uit situaties die hij aantrof op vier recht tegenover elkaar gelegen plaatsen op aarde. Het toeval moet natuurlijk wel getemd worden door een idee of een concept dat de dreigende willekeur aan banden legt.

Toeval of niet, ook de nieuwe documentaire Wij van Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch, de filmmakers in focus van dit jaar, is niet van te voren bedacht. De Latasters componeerden deze zogenaamde found-footage-film uit beelden die ze in de archieven van Beeld en Geluid in Hilversum aantroffen. Morgen is de première.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Leo Bankersen. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Leo Bankersen.

Een ander, al heel lang lopend voorbeeld van een vruchtbaar verbond tussen sterk concept en ongewisse inhoud is de befaamde Up-serie waar Michael Apted al sinds 1964 bij betrokken is. De reeks legt de levensloop vast van een veertiental Britten uit verschillende sociale klassen, allen geboren in 1957. Iedere zeven jaar is er een nieuwe aflevering. Vrijdag vertoont IDFA 56Up. We zien er naar uit.