Reinbert de Leeuw werd afgelopen september vijfenzeventig, maar al in mei eerde de VPRO hem met drie avondvullende uitzendingen op Radio 4. Samen met Aad van Nieuwkerk maakte ik een selectie uit zijn mooiste opnames van o.a. KagelOestvolskaja en Louis Andriessen, waarover ik hem ook aan het woord liet. In september volgde een heus Reinbertfestival en een eigen magazine.

Het blad belichtte hem niet alleen als docent en inspirator, maar gaf ook een inkijkje in zijn grootste ergernissen (traag optrekkende automobilisten) en zijn eetgewoonten (boterham met hagelslag). In de NTR ZaterdagMatinee van 1 februari dirigeert De Leeuw het Radio Filharmonisch Orkest in de wereldpremière van zijn nieuwe orkestwerk Der nächtliche Wanderer. Op het programma staan verder de wereldpremière van Raving van Willem Boogman en Monumentum pro Gesualdo van Stravinsky.

Reinbert de Leeuw brak als pianist al in de jaren zestig een lans voor zulke uiteenlopende componisten als Charles IvesErik Satie en Karlheinz Stockhausen, maar ging gaandeweg ook dirigeren. Niet omdat hij zo nodig een Pultmeister wilde worden, maar vanuit de overtuiging dat reguliere orkesten de muziek van na 1900 veronachtzaamden. Directielessen nam hij nooit.

Toen hij in 1972 de Rondom-serie ging programmeren, nam hij geregeld zelf het dirigeerstokje ter hand, in ensemblestukken van bijvoorbeeld Ligeti, Stravinsky en Schönberg. Ook dirigeerde hij steeds vaker het Nederlands Blazersensemble en rond 1974 ontstond het Schönberg Ensemble, in 2009 opgegaan in het Asko|Schönberg. Zo werd De Leeuw de nestor van de vermaarde Nederlandse ensemblecultuur.

Aanvankelijk profileerde De Leeuw zich nadrukkelijk ook als componist, eerst in kamermuziekstukken als Music for Piano I en II en Drei Positionen per violino, later ook in ensemblestukken als Hymns and Chorals, de gezamenlijk met Louis Andriessen, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen gecomponeerde opera Reconstructie en het orkestwerk Abschied. Met dit groots opgezette stuk voor gigantisch orkest leek hij in 1974 definitief een punt te zetten achter zijn carrière als componist. Naar eigen zeggen was hij te veel een bewonderaar van andermans muziek om een eigen stem te ontwikkelen die voldeed aan zijn hoge eisen.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want hierna componeerde De Leeuw samen met Jan van Vlijmen nog de opera Axel, schreef hij een etude voor strijkkwartet en maakte hij bewerkingen van stukken van onder anderen Mahler, Zemlinsky en Janáček. In 2003 verblufte hij vriend en vijand met zijn op Schubert en Schumann geïnspireerde liederencyclus Im wunderschönen Monat Mai, opgedragen aan zijn muze Barbara Sukowa. Het was te verwachten dat hij hierna ook weer het orkest onder handen zou nemen.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Het lag al evenzeer voor de hand dat De Leeuw in zijn naar Hölderlin vernoemde Der nächtliche Wanderer de grenzen van het mogelijke zou opzoeken. Na zijn jarenlange samenwerking met grootheden als Goebaidoelina, Ligeti en Messiaen was hij het aan zijn eer verplicht iets te maken ‘wat er nog niet was’. Het stuk duurt bijna een uur en is gezet voor een honderdkoppig symfonieorkest, vraagt tevens om een Fernorchester achter het toneel en maakt bovendien gebruik van geluidsopnames van een strijkorkest, een accordeon en een recitant. Die laatste draagt het gelijknamige gedicht van Hölderlin voor.

Niet alleen ontleende De Leeuw zijn dichterlijke inspiratie aan de romantiek, ook muzikaal haakt hij aan bij het verleden: het laatste pianowerk van Richard Wagner loopt als een rode draad door zijn compositie. Dit wordt aan het slot vertolkt door een accordeon, het instrument dat hij eerder inzette voor een bewerking van de Pianosonate 1.X.1905 van Leoš Janáček. De vioolsonate van Galina Oestvolskaja is al even onderhuids aanwezig en wordt ook letterlijk door het orkest geciteerd.

Dat de noten van anderen prominent doorschemeren in bijna al zijn composities is een opvallende constante in het oeuvre van De Leeuw. In een niet gepubliceerd interview zei hij hierover: ‘Ik vind het nu een keer makkelijker me op iets bestaands te richten dan helemaal vanuit het niets te beginnen.’ Die instelling legt hem geen windeieren, getuige het internationale succes van zijn cyclus Im wunderschönen Monat Mai. Het is afwachten of ook Der nächtliche Wanderer na zijn eerste uitvoering aan een triomftocht langs de podia zal beginnen.

In maart 2014 verscheen mijn biografie ‘Reinbert de Leeuw, mens of melodie’, bij Leporello Uitgevers in Amstelveen. Als u het koopt via deze link, steunt u zonder extra kosten de Concertzender, waarvoor ik het maandelijkse programma Panorama de Leeuw maak.  Alle pers over het boek vindt u op mijn blogsite

Comments are closed.