Catinka Kersten in Beelden aan Zee – één jaar na academie

Museum Beelden aan Zee plaatste eind maart een betonnen sculptuur van de 26-jarige kunstenares Catinka Kersten op de patio: ‘En iedereen hield de adem in tijdens die fractie van eeuwen’. Het bestaat uit vijf op elkaar gestapelde betonnen mensfiguren, die op het oog van stof lijken te zijn. Kersten rondde in 2013 haar studie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag af met een serie jachtdieren in gips en katoen. Het museum, met bijbehorend wetenschappelijk instituut en gipsotheek, geldt als een van de boegbeelden van beeldhouwkunst in Nederland. Hoe komt dit museum tot de keuze voor een zo jonge kunstenaar en wat betekent opname in de collectie voor haar?
Beelden aan Zee kocht het werk tijdens de slotveiling van een openluchttentoonstelling, ‘Beelden in Leiden 2014’, samen met een beeld van Marleen Hartjes. Waarom deze twee?

Word lid en lees alles met 1 keer inloggen

Met de lees verder-knop hieronder word je geen lid, maar koop je alleen dit ene stuk met een tegoed bij onze partner Feather.
Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).

Al lid? Top! Log hieronder in


Dick van Broekhuizen,  Hoofd Collecties en Publicaties van Beelden aan Zee: ‘De keuze is van onze directeur Jan Teeuwisse uitgegaan. Hij was ook betrokken bij Beelden in Leiden. We hebben tegen onze collega gezegd: ga naar de veiling en bied. Voordeel is ook dat de prijzen er niet zo hoog zijn…’

Kersten: ‘Daar heb ik nog wel om gevochten! Als je het gaat omrekenen, heb ik voor 90 eurocent per uur gewerkt, maar ik wilde toch een minimumprijs vastleggen. Er zijn er die hun werk voor 300 euro verkochten! Die dachten: ik neem dat ding niet meer mee naar huis. Maar ik dacht: ik blijf achter mijn werk staan, en moet het mee terug, dan moet dat maar!’

Van Broekhuizen: ‘Die verkoop is lastig. Veel kunstenaars maken kleine werken, maar voor zo’n expositie kan dat niet. Je moet best iets neerzetten. En wie wil na afloop zoiets groots hebben?’

'En iedereen hield de adem in tijdens die fractie van eeuwen' in Leiden, 2014 (foto auteur)
‘En iedereen hield de adem in tijdens die fractie van eeuwen’ in Leiden, 2014 (foto auteur)

Geen discuswerper, maar hunebed

Dit succesverhaal begon dus eigenlijk in Leiden. Hoe kwam curator Feico Hoekstra ertoe jou uit te nodigen?

Kersten: ‘Feico weet helaas niet meer hoe hij aan mij kwam. Dat is frustrerende toevalligheid in het succes, je hebt er geen controle over.’

Van Broekhuizen: ‘Deels natuurlijk wél, want je werk is aantrekkelijk. Wij kopen alleen werk dat we echt willen laten zien, en je ziet nu wat een proces het is om een groot beeld te plaatsen. Catinka’s werk sluit aan bij onze collectie, waarin de menselijke figuur centraal staat, maar het heeft ook een aparte uitstraling, er zit iets abstracts in. Abstractie trekt ons aan de laatste tijd. We hebben bijvoorbeeld ook een beeld van Anthony Caro aangekocht, dat is weliswaar abstract, maar herinnert aan de ronde mensfiguren van Henry Moore. We hebben in het museum ontzettend veel benen, armen, borsten en hoofden, maar zulk werk hadden we nog niet veel. Catinka’s beeld bestaat uit menselijke figuren maar het is ook een “rare stapel”.’

Kersten: ‘Een soort totempaal.’

Van Broekhuizen: ‘Het is menselijk én abstract en dat maakt het interessant.’

Kersten: ‘Mijn beeld bestaat uit mensen, maar het ging me om de vorm, niet om de losse figuren. De onderdelen lagen op de Hooglandse Kerkgracht in Leiden eerst naast elkaar en ik hoorde van mensen dat ze ze zacht vonden, bijna knuffelbaar. Sommigen vonden het jammer dat ze gestapeld werden, omdat het beeld daardoor minder open werd.’

Van Broekhuizen: ‘Natuurlijk is het minder open. Het is inert, er zit weinig beweging in en dat is bijzonder. Het lijkt in zijn eigen gewicht te zakken en dan is de uitdaging dat het geen suf beeld wordt. Wat het dus absoluut niet is geworden! We hebben hier in de gipsotheek voorstudies van de Dokwerker van Mari Andriessen. Als er één beeld standvastig is en in de aarde staat, is dit het. Maar zelfs daar zie je, als je goed kijkt, allerlei assen, constructielijnen, bewegingen naar het publiek toe en ervan af.’

Kersten: ‘De meeste beeldhouwers zoeken hun voorbeeld eerder in de discuswerper dan in een hunebed, en dit van mij is een hunebed! Onze docent aan de academie Geer Steyn riep altijd door het lokaal: “Het gaat om de ríchting in de rúimte!” Bij mij is die richting naar beneden. Mijn eerdere gipsen wilden al naar beneden, maar als ze gewoon liggen is het saai. Manipulatie, dat is waar je kunstenaar voor bent.’

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

'En iedereen hield de adem in tijdens die fractie van eeuwen' klaar voor plaatsing bij Beelden aan Zee (foto auteur)
‘En iedereen hield de adem in tijdens die fractie van eeuwen’ klaar voor plaatsing bij Beelden aan Zee (foto auteur)

Gipsen in de schellak

Van Broekhuizen: ‘En dan is dit nog in monumentale vorm. Bedenk eens hoe bijzonder dat eigenlijk is! Een beeld wordt voor een tentoonstelling gewoon gemáákt! Daar begonnen ze vroeger echt niet aan. Sonsbeek wilde eens ontwerpen van Andriessen hebben, toen heeft hij gewoon een van zijn gipsen in de schellak gezet en konden ze het drie maanden buiten zetten. Ruud Kuijer [van wie betonnen werk bij Beelden in Leiden te zien was, en nu nog bij Beelden aan Zee, red.] pakt het ook slim aan, die maakt van zijn beelden onderzoeksprojecten. Hij moet beton in één keer gieten zonder bellen of gaten. Dat kan alleen met speciale betonsamenstellingen. Dat vinden betonfabrikanten interessant en die leveren dan het materiaal.’

Kersten: ‘Zonder Ruud had ik dit niet kunnen maken, want ik gebruik het zelfde soort beton. Ik heb uiteindelijk vier maanden over de productie van dit beeld gedaan. Ik kreeg de vraag begin oktober.’

Je doet dus langer over het maken van het beeld dan dat het op de expo heeft gestaan?

Kersten: ‘Ja! Dat hoort erbij.’

Van Broekhuizen: ‘En kun je dan inschatten wat eruit komt?’

Kersten: ‘Helemaal niet. De helft van de dingen die ik maak mislukt faliekant. Dan ben ik niet tevreden en gaat het in de recycler. Voor mijn huidige expositie in A Gallery Named Sue heb ik veel dingen gemaakt die het niet gehaald hebben.’

Van Broekhuizen: ‘En hoe kom je dan tot iets wat het wél is? Besluit je op een bepaald moment: dit moet het maar zijn?’

Kersten: ‘Ik ben natuurlijk pas twee jaar autonoom kunstenaar. Het is net als op de academie: als je een beoordeling had, moest er gewoon wat zijn. Bij een tentoonstelling is de opening een vast moment. Tot nu toe is dat goed gegaan, maar er is wel een risico dat ik het een keer niet klaar heb.’

Materiaal plus iets in je hoofd

Doe je langer over het idee of over het maken?

Kersten: ‘Het duurt bij mij allebei heel lang. Ik moet tussendoor ook opladen en denken. De afgelopen tijd was ik alleen maar aan het rondzeulen met werk en ik heb een baantje. Daardoor heb ik te weinig meegemaakt, geen inspiratie opgedaan. Ik ben een saai persoon geworden!’

Van Broekhuizen: ‘Je wordt als kunstenaar op een gegeven moment je eigen verhuisbedrijf.’

Kersten: ‘Er gebeurde te weinig in mijn hoofd. Ik heb behoefte aan niet-nuttige onzin. Volgende week ga ik een tentoonstelling afbouwen, en dan heb ik tot en met begin oktober geen tentoonstellingen. Ik ga cursussen volgen – ik wil proberen met glas te werken –, lezen, tentoonstellingen zien. Voor veel mensen klinkt dat als recreëren, maar dat is het niet. Ik ga geen concrete werken maken, maar ik zal wel veel in mijn atelier zijn en gewoon klooien. Mijn gipsen beesten zijn ook ontstaan toen ik er doorheen zat en ging klieren met materiaal. Materiaal plus iets dat je bezighoudt in je hoofd, daaruit komt alles voort. Ik word in zo’n periode heel vervelend. Op feestjes kun je geen normaal gesprek met me voeren, ik bijt me dan helemaal vast in één ding.

Van Broekhuizen: ‘In kunst begint ontwikkeling altijd met bedenken dat je iets wilt. En als je iets wilt zegt iedereen: dat is onmogelijk! En dan ga je kijken of jij het wel kunt. Dat is het proces, en dáárom moet je gelegenheid hebben om te rommelen.’

Kersten: ‘En dan moet je de helderheid hebben om het goede idee eruit te plukken.’

Catinka Kersten exposeert eindexamenwerk 'Looks like I own you now" bij de KABK, 2013 (foto auteur)
Catinka Kersten exposeert eindexamenwerk ‘Looks like I own you now” bij de KABK, 2013 (foto auteur)

Hoe belangrijk is voor jou de stap van galeries naar een museum?

Kersten: ‘Heel belangrijk! Toen ik afstudeerde aan de KABK, had ik een lijstje met drie plekken waar ik graag binnen vijftien jaar een werk in de collectie wilde hebben. Ten eerste het Kröller-Müller museum, omdat ik daar als kind van hedendaagse kunst heb leren houden. Ten tweede  de Caldic collectie, omdat ik die zo mooi vind, zo vol van humor en verwondering. En ten derde museum Beelden aan Zee. Het is een van de weinige instituten die zich volledig op sculptuur richt. Alleen daarom al houd ik ervan .

Bovendien is het een prachtig gebouw. Ik kan niet geloven dat ik twee doelen van mijn 15-jaarplan al gehaald heb binnen een jaar na afstuderen: een werk in Beelden aan Zee en één in de Caldic collectie. Voor een jonge kunstenaar betekent dit een erkenning van onschatbare waarde. Verder zijn mensen in een museum gelukkig niet geïnteresseerd in de vraag hoe leuk een beeld naast hun bank staat. Sommige kopers zien je werk als design zonder functie, daar was ik wel door geshockeerd. Het beeld hier in het museum is eigenlijk een wat ongemakkelijk ding, en dat mag. Hier kan ik ermee zeggen wat ik wil zeggen, in een huiskamer is dat moeilijker.’

Drenkeling

Kun je iets zeggen over de titel, ‘En iedereen hield de adem in tijdens die fractie van eeuwen’?

Kersten: ‘Die komt uit een verhaal van Gabriel García Márquez, “De mooiste drenkeling ter wereld”. Dat las ik terwijl ik aan het beeld werkte. Het speelt aan een woestijnige, stenen kust in de buurt van Lima, waar een drenkeling aanspoelt. De vrouwen van het dorp gaan hem klaarmaken voor de uitvaart. Tijdens het afleggen raken ze onder de indruk van zijn persoon. Ze vinden hem verschrikkelijk mooi, hoewel hij niet echt mooi is, eerder indrukwekkend.

Ze gaan hem allerlei eigenschappen toedichten, wat leidt tot zelfreflectie. Ze willen dat hij deel van hen is, een familielid, en ze gaan denken: wij zijn niet goed genoeg voor hem. Daaruit komt de wens voort beter te worden, en dáár is het mij om te doen. Aan het eind gooien ze hem van de klif weer in zee, want de grond is er te hard om mensen te begraven, maar zonder een steen aan de voeten, zoals ze bij andere doden doen. De vraag is: blijft na zo’n ervaring het besef dat je jezelf wilt beteren? Word je wakker of blijf je slapen? Dat is ook de oorsprong van religie denk ik. Mensen realiseren zich wel dat ze verantwoordelijkheid hebben, maar ze negeren die en wentelen hem af. Vroeger op een God, nu op… onverschilligheid, denk ik wel eens.’

Van Broekhuizen: ‘Het verhaal gaat eigenlijk ook over beeldhouwen. Zoals ze knutselen aan dat lijk…’

Kersten: ‘Ja. Ze zijn hem aan het “houwen”.’

Van Broekhuizen: ‘En het gaat over het aangaan van een relatie met een levenloos ding.’

Kersten: ‘Dat gebeurt onder andere wanneer ze hem een naam geven. Ze vinden na een tijdje dat hij echt een Esteban is. Eén vrouw is het daar eerst niet mee eens, maar later moet ze toegeven: het ís gewoon een Esteban! Dat je een levenloos ding als levend ziet, gebeurt ook met kunst. Kunst moet los van jou als toeschouwer kunnen bestaan en blijven bestaan.’

Van Broekhuizen: ‘In Leiden doet de universiteit studie naar de relatie van mensen met beelden. Mensen die bijvoorbeeld zoenen met beelden. Ze gaan een bepaalde relatie aan met een object, niet alleen seksueel. Er zijn mensen die een beeld als iets levends, iets magisch zien.’

Kersten: ‘Ik kan daarom ook meer met een beeld dan met een schilderij. Een schilderij blijft meer op afstand.’

Fijnstof en brandwonden

Van Broekhuizen: ‘Beeldhouwkunst is heel grofstoffelijk en aards, je werkt enorm veel met materialen, veel meer dan ik me tijdens mijn studie kunstgeschiedenis realiseerde.’

Kersten: ‘Ja, ik zie die kunsthistorici dan wel met witte handschoentjes een object bestuderen, terwijl ik werk met longen vol fijnstof, opengeschaafde handen, brandwonden…’

Van Broekhuizen: ‘Je hoort het, Catinka is ook een romantica die stervend nog net haar laatste interview geeft.’

Nu ja, Niki de St Phalle is toch bijvoorbeeld echt overleden aan het werken met kunststoffen.

Kersten: ‘Ik heb laatst een vloer opgeschuurd. Ik had het beste soort stofmaskertje gekocht, maar het stof zit overal in je ruimte. Ik heb drie dagen niet geslapen omdat ik niet kon ademhalen. Maar goed, dat hoort erbij.’

Van Broekhuizen: ‘Zelfs Leonardo da Vinci vond beeldhouwen de minst prettige kunstvorm, want hij zei: als je beeldhouwt zie je er altijd uit als een bakker.’

Kersten: ‘En dan wisten ze toen nog niet eens de echte gevolgen voor je longen van dat marmerstof!’

Meer informatie:

Foto boven: Catinka Kersten en Dick van Broekhuizen kijken toe bij de plaatsing (foto auteur)

[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]