Bussemaker investeert achttien miljoen in de kunst en een symfonieorkest voor pop en jazz erbij. Het lijkt te mooi om waar te zijn. En dat is het dus ook. Want tegenover dat ene extra orkest, staat het wegbezuinigen van twee andere orkesten. Althans, zo is de brief van de minister gemakkelijk te lezen. Zo las ik hem ook, tenminste.  Momenteel kent ons land immers negen symfonieorkesten in de culturele basisinfrastructuur. Maar dat lijkt te moeten veranderen. Bussemaker schrijft namelijk:

“De basisinfrastructuur biedt in de periode 2017-2020 ruimte aan 7 symfonieorkesten.”

Dan denk je even: er gaan er dus twee uit. Maar Bussemaker maakt een onderscheid tussen symfonie-orkesten en specialistische orkesten voor ballet- en operabegeleiding:

“De basisinfrastructuur biedt in de periode 2017-2020 ruimte aan 1 symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans en 1 symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten primair voor opera.”

Dat zijn respectievelijk Het Balletorkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Opvallend is hierbij het advies dat Bussemaker niet overneemt. Waar de Raad adviseerde de begeleiding van het Nederlands Dans Theater te beleggen bij het Residentieorkest, stelt de minister:

“Ik neem dit advies niet over: Het Balletorkest heeft gekozen voor een scherp, onderscheidend profiel en richt zich op een specialisme: de begeleiding van dansgezelschappen. Daarnaast kunnen instellingen zelf afspraken maken over begeleiding door andere orkesten.”

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Zeven, negen, tien?

Waar de minister schrijft dat de BIS ruimte biedt aan zeven orkesten, had eigenlijk moeten staan:

“De basisinfrastructuur biedt in de periode 2017-2020 ruimte aan 10 orkesten.”

Zeven ‘gewone’, een primair voor De Nationale Opera, een voor balletbegeleiding en het Metropole voor pop en jazz. Goed nieuws dus voor de orkesten waarvan iedereen al jaren weet dat ze vroeg of laten moeten gaan fuseren: HET Symfonieorkest van Overijssel en het Gelders Orkest aan de ene kant, en het Haagse Residentieorkest en het Rotterdams Philharmonisch aan de andere. Van de minister mogen ze ondanks tegenvallene resultaten, of zelfs dreigende faillissementen (Overijssel) gewoon zelfstandig doorgaan.

Of toch niet? Want de financiële problemen stapelen zich op en het is geen geheim dat al vanaf de jaren tachtig serieus wordt nagedacht over zeven orkesten voor heel Nederland, maar provinciale belangen daar steeds een stokje voor steken. Extra geld voor de orkesten komt er met een nieuwkomer zeker niet. De provincies hebben cultuur niet langer in hun primaire takenpakket en moeten bezuinigen. Kortom: doormodderen met minder geld, dat is het devies van Bussemaker. En dat zien we even later weer.

Reizende operagezelschappen

Een ander advies dat Bussemaker naast zich neerlegt betreft de twee reizende operagezelschappen, de Nederlandse Reisopera en Opera Zuid. “Zoek met lokale overheden extra budget voor reizend opera-aanbod of concentreer de middelen voor reizende opera bij één organisatie” adviseerde de Raad.

De minister voelt daar niets voor:

“Ik ben dan ook geen voorstander van opgelegde fusies of een keuze voor één van de twee instellingen op het gebied van reizend opera-aanbod. Ik zie veel meer in een steviger samenwerking tussen de beide reizende operagezelschappen en de hen begeleidende orkesten.”

Geen fusie dus. Maar ook geen extra geld, terwijl de Raad concludeerde dat “het huidige budget niet toereikend is en dat het te veel versnipperd is om het reizende opera-aanbod duurzaam en kwalitatief vorm te geven en te ontwikkelen.”

Addertje onder het gras

De minister noemt die ‘steviger samenwerking’ tussen de reizende operagezelschappen en orkesten een “oplossingsrichting” die “mij ook in het bestuurlijk overleg door de betrokken lokale en provinciale bestuurders aangedragen [is].”

Het is geen geheim dat Overijssel koste wat kost haar orkest wil behouden. Het is evenmin een geheim dat Harm Mannak, directeur van HET Symfonieorkest maar wat graag de Nederlandse Reisopera wil overnemen. Een blik op de deelnemerslijst van de hoorzitting over de brief van Bussemaker leert dat zowel Ank Bijleveld, commissaris van de Koning in Overijssel, als Harm Mannak daarbij spreektijd krijgen.

Toeval?

Het lijkt erop dat Bussemaker de bezuinigingen van Halbe Zijlstra slechts op een enkele plek probeert terug te draaien, maar verder geen keuzes durft te maken. Dat zij daarbij de adviezen van de Raad voor Cultuur met grote regelmaat naast zich neerlegt op advies van lokale en provinciale bestuurder stemt weinig hoopgevend voor de komende jaren. Maar, de Raad houdt hoop.

In een reactie op dit artikel verklaarde Daphne Wassink, secretaris podiumkunsten van de Raad: “Fusie niet noodzakelijk, maar altijd mogelijk.”

Het houdt voorlopig nog niet op.