Wat zou er gebeurd zijn als Barry Jenkins negen jaar geleden op die hotelkamer in Austin niet had besloten die e-mail te sturen aan alle programmeurs en andere filmbobo’s in zijn South by Southwest festivalcatalogus? Had hij dan ooit Moonlight kunnen maken? De ontdekking waar iedereen het over heeft? Het buitenbeentje dat acht Oscarnominaties heeft gekregen? Maar ik loop op de zaken vooruit.

We zijn in de bomvolle grote zaal van het vernieuwde KINO-theater in Rotterdam, waar op de eerste echte festivaldag van het IFFR eregast Barry Jenkins een masterclass geeft. Energiek stapt hij het podium op, lijkt zich dan af te vragen of gespreksleider Tessa Boerman niet te veel lofuitingen over hem uitstort, waarna hij een microfoonstoring aangrijpt om zelf even de regie ter hand te nemen.

Chop & screw

Jenkins is niet alleen een plotselinge beroemdheid, maar ook een filmmaker met een eigen stem, zoals Rotterdam dat graag ziet. Moonlight en Jenkins’ masterclass vormen een mooie aftrap van het themaprogramma Black Rebels, een overzicht van de zwarte cinema in Amerika, toen en nu. De kleurkwestie zelf komt overigens in het verhaal dat Jenkins hier houdt maar zeer zijdelings ter sprake. Deze masterclass gaat over filmmaken, over sparren met het materiaal, over de aan hiphop ontleende chop & screw-techniek en over de manier waarop je met compositie, kleur en focus in het hoofd kan kruipen van de hoofdpersoon, de eenzame zwarte Chiron in Miami.

Techniek, esthetiek en de passie om de belevingswereld van de hoofdpersoon open te stellen voor de kijker, de manier waarop Jenkins zich in het verhaal wil uitdrukken, dat blijkt allemaal naadloos in elkaar over te gaan. Een tegelijkertijd intuïtieve en helder analyserende manier van filmmaken waarmee Jenkins een heel eigen geluid laat horen.

Hardhandige start

Net als toneelschrijver Tarell McCraney, die de eerste tekst voor Moonlight leverde, groeide ook Barry Jenkins op in diezelfde zwarte wijk van Miami. Hij had, vertelt hij in KINO, geen idee dat hij filmmaker zou kunnen worden. Wel dat hij iets wilde bereiken. De Florida State University wordt door de overheid gefinancierd. Daardoor kon hij zich die opleiding als arme zoon van een drugsverslaafde moeder veroorloven. Eerst dacht hij er aan leraar Engels te worden. Daarna dacht hij aan creatief schrijven. Toen pas ontdekte hij dat er een filmopleiding was.

“Zo tuimelde ik in een creatieve draaikolk.”

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Leo Bankersen. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Leo Bankersen.

“Ik wist niets van film. Alleen dat het cool was. En ik kende het werk van Spike Lee.” Op de eerste dag kregen de aankomend filmmakers daar een Bolex 16mm camera in handen geduwd. Ga maar aan de slag. Maanden later snapte Jenkins er nog steeds helemaal niets van. Een hardhandige start. “Kreeg ik de techniek niet onder de knie, of kwam het omdat ik een arme zwarte jongen was en de anderen allemaal witte middenklassers”, vroeg hij zich af.

Een ‘weird-ass’ film

Hij ging er een jaar tussenuit om de zaken voor zichzelf op een rijtje te zetten. Hij besefte dat iedereen dezelfde films zag en daardoor ook dezelfde films ging maken. “Er is niets mis met Spielberg, maar dat wilde ik niet.” Dus besloot hij om andere films te gaan zien. De nieuwe golf uit Azië. De Franse Nouvelle Vague.

My Josephine

In 2003 draaide hij zijn eerste korte studentenfilm My Josephine, die zich afspeelt in een wasserij die na 9/11 gratis Amerikaanse vlaggen wast. Toen hij de opnamen voor het eerst zag dacht hij dat hij alles had verknoeid. Daarna leerde hij wat dat vreemd belichte materiaal hem te vertellen had en ontdekte hij hoe hij het gebruiken kom om die dromerige sfeer te scheppen, hoe hij in de wereld van de personages kon kruipen. Hij vindt het nog steeds een ‘weird-ass’ film.

“Je hebt niet alles in de hand. Er komt geluk en toeval bij kijken.”

Wij denken dan: Jenkins heeft wel precies de juiste feeling om dat toeval naar zijn hand te zetten. Uit wat in deze masterclass eerst nog een verzameling anekdotes lijkt, groeit geleidelijk het beeld van een organische manier van filmmaken.

13.000 dollar op een servetje

Zijn eerste lange film Medicine for Melancholy (2008) draaide hij nadat iemand hem op een servetje 13.000 dollar had toegezegd.

Medicine for Melancholy

Deze bespiegeling over liefde, hipstercultuur en zwart zijn in Amerika ging in 2008 in première op het South by Southwest Film Festival. Er waren drie voorstellingen. Bij de eerste twee was er nauwelijks publiek. Om de zaak te redden kwamen Jenkins en zijn makkers op hun hotelkamer in actie en stuurden e-mail aan alle programmeurs en andere filmprofessionals die achterin de festivalcatalogus stonden. Iemand van het Toronto filmfestival kwam kijken en haalde de film daarnaartoe. Toronto is een echt podium. Zo kwamen de zaken voor Jenkins aan het rollen.

“Geluk en toeval, maar je moet wel zelf actie ondernemen.”

Moonlight

Moonlight

De tekst van Tarell McCraney, over diens jeugd in Miami, kreeg Jenkins bij toeval onder ogen. Hoewel Jenkins in dezelfde buurt was opgegroeid aarzelde hij, want het was het verhaal van een homoseksuele jongen. Jenkins is straight. Maar McCraney schonk hem zijn vertrouwen. “Zo kon ik mijzelf ook in Chiron kwijt – op de seksuele kant na.”

Tijdens een verblijf in Brussen schreeft Jenkins het scenario voor Moonlight.

Twee producenten van Brad Pitt’s Plan B Entertainment waren inmiddels fan van Medicine for Melancholy en pakten Jenkins nieuwe project op. “Ik kon het precies maken zoals ik wilde. “Brad Pitt opende deuren voor mij en liet me mijn eigen ding doen.”

Waarbij Jenkins overigens niet nalaat om zijn medewerkers lof toe te zwaaien. De nu Oscargenomineerde editors Joi McMillon en Nat Sanders bijvoorbeeld. Of anderen die hem de ogen openden. Zoals de Schotse Lynn Ramsey (Ratcatcher), die hem liet zien hoe geweldig het kan zijn om met niet-professionele acteurs te werken, omdat die nog niet geleerd hebben op trucjes te vertrouwen.

Mensen zijn belangrijk

“Ik leerde ook meer van mijn medestudenten van van de docenten”, merkt hij nog op over zijn tijd op de filmschool in Florida. De mensen zijn belangrijk. Het zal geen toeval zijn dat hij veel met dezelfden is blijven werken. James Laxton, die de beelden voor My Josephine schoot, is ook de cameraman van Moonlight. En als een kunststudent hem vraagt hoe hij die intimiteit en authenticiteit bereikt antwoordt hij dat hij dat gevoel al op de set probeert te creëren. Jenkins blijkt er plezier in te hebben kunststudenten advies te geven. “Je bent jong, neem de tijd. En probeer iemand te vinden die snapt wat je wilt.”

Het zijn geluiden die weer optimistisch maken. Misschien zullen er na Moonlight in de Amerikaanse filmindustrie meer mensen zijn die denken: ‘Hey, het hoeft niet altijd volgens voorgebakken formules.’ Laten we dromen van nieuwe kansen voor Amerikaanse filmmakers met een eigen stem.

Moonlight draait nu in de bioscoop. Medicine for Melancholy draait zondag 29 januari nog in LantarenVenster. IFFR vertoont verschillende korte films van Jenkins en My Josephine is ook online te bekijken.