Het is donker. Bassen dreunen. Er hangt een bedwelmend zoet vrouwenparfum in de lucht, een kind huilt. AquaSonic is net begonnen, en ik wil nu al weg.

Wat bezielt een muzikant om kopje onder te gaan? Onze Deense correspondent ging het uitzoeken.

AquaSonic is een ode aan water, gespeeld door Between Music, een collectief van vijf Deense musici. Ze maken onderwatermuziek. Letterlijk: ze treden op in vijf aquaria met hun eigen instrumenten. De première van AquaSonic was vorig jaar in Nederland, tijdens de Operadagen in Rotterdam. Nu spelen ze een thuiswedstrijd: in Aarhus, in kunstcomplex Godsbanen, om de hoek bij het Jysk Konservatorium.

Eén voor één gaan de lichten aan in en om de aquaria. Een man speelt viool. Een man en een vrouw bespelen elk hun eigen verzameling gongen, gamelans en klankschalen. De haren van de percussioniste wuiven heen en weer in het water als zeewier. Een andere vrouw speelt de rotacorda, een soort draailier, en ten slotte stapt een zangeres in een flamboyante, rode zangeressenjurk in het vijfde aquarium – en gaat zingen. Onder water. Van contact met elkaar of met het publiek is geen sprake. Het vervreemdt, en dat stoot me af.

AquaSonic in uitvoering. V.l.n.r. Nanna Bech zang en rotacorda, Morten Poulsen percussie, Robert Karlsson viool en crystallofoon, Dea Marie Kjeldsen percussie en Laila Skovmand, zang en hydraulofoon. Foto: Katia Engel

Happen naar adem

Niets is vanzelfsprekend onder water. Ademhalen moet, maar buisjes of aqualong zijn hier niet aan de orde. Te onhandig of te lawaaierig, vanwege de luchtbellen. Dus komen de spelers regelmatig boven om naar adem te happen. Meestal doen ze dat zo onopvallend mogelijk, soms als onderdeel van de ’soundscape’ of muziek.

Die muziek doet denken aan dromerige filmmuziek, compleet met geborrel en gedruppel van water. Dat laatste neemt nog toe als de spelers alle instrumenten terzijde leggen en blazen in slangen, die verbonden zijn aan doorzichtige cilinders, gevuld met water. Een komisch muziekstuk volgt: wedstrijd voor vijf glazen ranja met een rietje. Zo heet het niet maar zo klinkt het. En op zulke momenten komt ook de gedachte op, dat dit meer spelen in de badkuip is dan muziek. Het ‘dat-kan-mijn-kleine-broertje-ook’-effect.

Muzieknerds op het randje van het mogelijke

Maar de meeste muziek van Between Music is dus langzaam, dromerig en weemoedig. Voor wie niet van hun muziek houdt (en dat doe ik niet, heb ik ontdekt) biedt het ensemble nog wat anders: nerdiness. De geluidswereld onder water kent vele uitdagingen en mogelijkheden, en Between Music wil ze allemaal uitproberen. Van zangtechniek tot geluidsversterking, van het uitvinden van nieuwe instrumenten tot het aanpassen van ’oude’ voor gebruik onder water.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Zo hebben ze in samenwerking met vioolbouwer Mezzo-Forte uit Duitsland een viool ontwikkeld van koolvezel, zodat het instrument niet al na drie dagen uit elkaar valt – zoals een houten viool. Maar de crystallofoon, de rotacorda en hydraulofoon zijn ook ontwikkeld met hulp van de spelers van Between Music.

Robert Karlsson speelt viool. Voor hem de crystallofoon. Foto: Jens-Peter Engedal

Andere technieken zijn minder ingenieur-achtig, maar ontstaan in de praktijk. Zo zie je vaak de slagwerkers met hun hand wapperen, van en naar een gong toe. Ze houden een microfoontje vast dat het verschil in geluidstrillingen opvangt. Op die manier ontstaat een soort wah-wah geluid.

Onderwaterzangeres Laila Skovmand heeft gaandeweg een zangtechniek ontwikkeld waarmee ze water in haar mondholte laat stromen tot aan de stembanden. En dan zingt ze, onder water – zonder luchtbellen te produceren. Want die overstemmen en anders het pure, ijle onderwatergeluid.

Laila Skovmand zingt. Voor haar de hydraulofoon. Foto: Morten Thun

De onzichtbare hand van de geluidstechnicus

Between Music telt vijf spelers, maar de geluidstechnicus speelt een minstens zo belangrijke rol. Ten eerste omdat de onderwatergeluiden niet zo ver reiken en versterking daarom noodzakelijk is. En ten tweede omdat de spelers elkaar, en het uiteindelijke resultaat van hun samenspel, niet kunnen horen. Via onderwaterspeakertjes in hun oren kunnen ze dat wèl.

En de spelers honoreren dat: met meer nadruk dan bij andere concerten gebruikelijk is, betrekken ze de geluidstechnicus in hun applaus. Druipnat en stralend staan ze voor hun publiek en wijzen enthousiast naar boven. Het applaus neemt toe. Eindelijk contact!

Wie AquaSonic live wil horen, moet vliegensvlug naar Perm, of wachten tot november. Dan zijn ze weer in Denemarken te horen, ditmaal in Grenaa. Vlak bij Aarhus. Bijna thuis.

Houd hun website in de gaten voor nieuwe optredens.