Ronkend kondigen programmeurs nieuwe composities aan: ‘Wereldpremière!’ jubelen de posters. Schitterend, maar in de hedendaagse muziekpraktijk is die oer-uitvoering vaak meteen de laatste. De partituur gaat een archiefmap in. De noten verstommen; het geronk zwijgt. Het Weeshuis ontfermt zich over die vergeten werken.

Context

David Dramm ontrukt dergelijke stukken aan de vergetelheid en presenteert ze met context in het Weeshuis van de Nederlandse Muziek. Om het 70-jarig jubileum van het Holland Festival luister bij te zetten, delft hij de geduldige noten uit de archieven waar de rijke festivalgeschiedenis rust.

Eerst blanco

In het Weeshuis klinken op de eerste avond Serie per sei strumenti van Jan van Vlijmen en Mischa Mengelberg’s Omtrent een componistenactie. Tweemaal hoor je de stukken; eerst onvoorbereid en dus blanco – koud van de warme straat. Na een kort gesprek tussen Dramm en Wim Laman komen beide werken nogmaals voorbij.

Explosief

Van Vlijmen’s harde rationaliteit ketst explosief door de intieme zaal van Splendor. Een logische opeenvolging van frasen is ver te zoeken. Ook lijkt een lineair tijdverloop niet de belangrijkste focus van Van Vlijmen. Dartel spat de baanbrekende compositie voor klein ensemble als schel klinkende indoor fireworks uiteen.

Strikt

Daarin laat Van Vlijmen de volledige controle niet los. Voor frivoliteiten is evenmin ruimte. De componist lost muzikale problemen op en of dat lollig is of om aan te horen is van minder belang. Dat het werk desondanks zeer genietbaar is, ligt besloten in de kraakheldere inherente logica. Die lijkt op de strikte beeldtaal die Donald Judd voerde. Wat je hoort, is wat je krijgt. Er hoeft niet per se meer dan probleem-naar-oplossing te zijn. Het is evenwel een zekere eenvoud in klare muzikale taal die rust brengt.

Geanimeerd

Voor Misha Mengelberg lag de Grote Sprong voorwaarts qua toekomstmuziek juist in de vrijheid. Zijn stuk uit 1966 hinkstapspringt van de hak op de tak. Geanimeerd blazen de ensembleleden op speelgoedfluitjes of alleen hun mondstuk. Ook geeft Mengelberg ze de vrije hand te kwebbelen en kibbelen; hardop sprekend inderdaad. En dan wordt ook nog een ordner met jaarcijfers op de vloer gesmeten.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Gebbetje

Breken met traditie van een stijf, frontaal en over-serieus concertorkest betekent bij Mengelberg openheid en loslaten – een viering van de vrijheid. De losbandigheid toont raakvlakken met Fluxus, maar is niet totaal ongeleid. Daarvoor houdt de componist het ensemble net genoeg bij de ritmische les. En je meent toch werkelijk een Beethoven-citaatje te horen langskomen, bij wijze van gebbetje, vast.

Rebellenclub

In een kort gesprek gaan Dramm en Laman in op de context van beide stukken. Natuurlijk komt de vaderlandse rebellenclub aan bod. Daarin vinden we naast Van Vlijmen en Mengelberg ook Peter Schat, Reinbert de Leeuw en Louis Andriessen. Zoveel namen, zoveel smaken en meningen. Laman verhaalt over hun radicale pogingen te komen tot een nieuwe concertpraktijk. Aangestipt wordt hoe Van Vlijmen de academische flank vertegenwoordigde; bedachtzaam, ook. En Mengelberg was juist de provocateur en stoorzender; meer Fluxus, misschien ietwat Dada bovendien.

Soniek

Laman schetst in fraaie couleur locale hoe ook in de jaren zestig al de – ietwat stuiptrekkende – kritiek klonk dat de heren “geen muziek, maar soniek” maakten. Precies dat verwijt wordt in de jaren daarna te pas en te onpas tegen nieuwe muziek gebruikt. Nog actueler wordt het verwijt andersom echter bewust ingezet als aanmoediging, waar componisten als Jacob Kirkegaard en Alvin Lucier voluit voor geluidkunst gaan.

Ontvangst

Jammer genoeg mist in het gesprek de receptiegeschiedenis. Juist in het kader van context is het interessant te horen hoe destijds tegen deze stukken werd aangekeken door pers en publiek. Braken er rellen uit? Werd met rotte eieren gegooid? Zat de zaal eigenlijk wel vol? En: werd toen net zo schuddebuikend gelachen om de Mengelberg als hier in Splendor?

Kakelende kantoortuin

De tweede uitvoering van Omtrent een componistenactie is – weinig verrassend – totaal anders dan de eerste. Dat Mengelberg de verhitte discussies van de componistengroep deels verklankte, zoals Laman vertelt, kun je niet ont-horen. Het stuk wordt met die wetenschap wat minder frank en vrij; meer uitbeelding dan verbeelding. De kolderieke elementen worden echter fiks uitvergroot, wat een kakelende kantoortuin anno nu in herinnering roept.

Toch een grinnik

De herneming van Van Vlijmen’s Serie is wederom strak en straf. Accenten vinden snerpend en knerpend hun plek in het gridstelsel van de dwingende compositie. Stiekem lijkt het toch alsof je in het spelplezier een grinnik bemerkt. Een glimlach waarin je denkt aan Sol LeWitt die zijn strenge mathematische systeemkunst ook niet met een uitgestreken gezicht aan de wereld presenteerde. Immers: het mag dan wel een Weeshuis zijn hier, maar het Dramm en co zijn alles behalve “zum Tode betrübt”.

Gezien: Weeshuis van het Holland Festival, donderdag 8 juni; met ander programma in het Holland Festival ook nog te zien op donderdag 15 en 22 juni.

Opnamen van deze avond (en meer uit de serie van het Weeshuis) zijn later deze week hier te bekijken en beluisteren.