A Quattro Mani’s pop-uprecente Afke Bohle gaat de uitdaging aan om met haar zoons een boek te lezen. Na goede ervaringen met Suzie Ruzie, De Groene Hand-serie van Susan van ‘t Hullenaar en Tori van Brian Elstak in samenwerking met schrijfster Karin Amatmoekrim. Dit keer storten ze zich op Lobke en het Lichtje, een voorleesboek met een missie.

Woorden vinden

‘Waar kunnen kinderen de woorden vinden die recht doen aan wat er in hen omgaat zodra ze voor het eerst naar school gaan?’

Mijn aandacht wordt getrokken door een bericht op Facebook. Ik lees over crowdfunding voor de realisatie van het boek Lobke en het Lichtje. De schrijvers, Christine Voncken-Rutten en haar zoon Erik Voncken, hebben een missie. Zij hopen dat Lobke en het lichtje kinderen – en hun ouders – helpt om in gesprek te gaan over wat hen dwarszit. Zodat we onze zwakheden op tafel durven te leggen en samen kunnen zoeken naar oplossingen.

Het boek is volgens de auteurs ‘een voorleesboek voor kinderen van 4 tot 134 jaar’. Het vertelt het verhaal van Lobke, een meisje van 4 jaar oud, dat voor het eerst naar school gaat. Ze komt in situaties terecht die nieuw voor haar zijn en allerlei gevoelens bij haar oproepen waar ze zich nog geen raad mee weet. Dan leert Lobke het lichtje kennen. Het helpt haar woorden te geven aan haar gevoelens.

Afke leest

‘Woorden vinden voor dat wat in je leeft en ze leren uitspreken’ – die missie spreekt mij wel aan. Zo herinner ik me het moment nog goed waarop ik als kind de buitenwereld in stapte en de hand van mijn ouders losliet. Ik was 5 jaar en huppelde de kleuterschool binnen, nieuwsgierig en blij. Ik vond een ander kind om samen mee op de wip te gaan. Zijn gezicht herinner ik me niet, wel dat we plezier hadden. Maar na een tijdje wilde ik iets anders en stapte ik van de wip af zonder iets te zeggen. Het jongetje aan de andere kant kletterde op de grond. Of hij er ernstig aan toe was, weet ik niet meer, maar de reactie van de juf kan ik nog steeds in mijn lichaam voelen. Ze keek erg boos, sprak mijn naam uit en vroeg of ik gek geworden was. Ik weet nog dat ik schrok en dat er iets kromp vanbinnen. Had ik toen maar een lichtje gehad om de juiste woorden te vinden.

Ik heb dus hoge verwachtingen van Lobke en het lichtje. Eindelijk erkenning voor dat wat vaak onuitgesproken blijft maar er wél is, denk ik. Als iedereen wat vaker naar binnen zou kijken en eerlijk zou durven vertellen wat ze daar aantreffen, dan zouden we onszelf en van daaruit de ander beter gaan begrijpen. Ik geloof dat daarmee de eerste stap naar een fijnere wereld wordt gezet, zonder dat je iets hoeft te veranderen aan wie je bent.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Afke leest met haar kinderen

Vandaag beginnen we aan het boek. De kinderen pakken het boek, wrijven er met hun handen over en kijken naar de afbeeldingen. Na afloop van het eerste verhaal vraagt mijn zoon van 9: ‘Hoe weet het boek dat ik mij zo voel?’ Mijn jongste zoon, 5 jaar oud, loopt na het tweede verhaal weg en gaat spelen met zijn auto’s. We lezen over Lobke die niet mee mag doen met een ander kind.

‘Heb jij dat ook weleens?’ vraag ik aan mijn zoon. ‘Ja,’ zegt hij. Ik vraag hem wat hij dan doet.

‘Gewoon, de juf halen,’ antwoordt hij, en hij haalt zijn schouders op.

Tandenpoetsen

In het volgende verhaal moet Lobke tandenpoetsen. Net als zij haat mijn jongste zoon tandenpoetsen. In het boek praat Lobke met het lichtje en neemt ze zich voor om te proberen haar tanden te poetsen zonder boos te zijn. Mijn jongste zoon knikt als ik hem vraag of hij dat herkent. We praten over de wijze advies van het lichtje, maar tot mijn teleurstelling trekt hij zich er niets van aan in en houdt zijn lippen stevig op elkaar bij de volgende poetsbeurt.

Terwijl ik zijn oudere broer zie nadenken over de tekst, wil mijn jongste zoon niet meer verder lezen. Ik vraag me af hoe dat komt. Lobke is jonger dan hij, maar gebruikt woorden die horen bij een ouder kind. Komt het daardoor? Of wil ik te graag en pikt hij dat op?

Alles kunnen

Mijn oudste zoon herinnert mij eraan dat we Lobke en het Lichtje niet moeten vergeten. We lezen het verhaal waarin het lichtje Lobke leert dat ze niet alles al hoeft te kunnen voordat ze heeft geoefend. Mijn oudste zoon luistert aandachtig. Een paar dagen later moeten we het verhaal nog eens lezen. Hij wil er niet over praten. Ik weet dat hij met hetzelfde worstelt, maar laat het voor wat het is. Op een avond wil hij een aantal hoofdstukken overslaan en beginnen met het verhaal over het donkere stemmetje. Hij is verbaasd dat iedereen een donker stemmetje heeft. Het lijkt voor hem niet uit te maken dat de beschreven situaties zich afspelen in de wereld van groep 1 in plaats van in zijn eigen belevingswereld, iets wat ik zelf soms jammer vind.

Door de dagen heen merk ik dat de metafoor van het lichtje het makkelijker maakt om te praten over de dingen die gebeurd zijn op school. Zelfs mij helpt het om eraan te denken op momenten dat mijn zoon boos wordt mijn lichtje groot te houden; zo blijf ik rustig. Bovendien komen we na afloop van een ruzie sneller tot de kern zonder in ellenlange discussies te verzanden.

Mijn kinderen luisteren graag naar mijn eigen ervaringen als kind, die gaan over boosheid, dingen doen die niet mogen en lukken en bang zijn.  ‘Huilen grote mensen ook weleens?; vragen ze mij op een dag. Verbaasd kijk ik ze aan en realiseer me dat mijn partner en ik in onze rol als ouders onze gevoelens veel meer mogen laten zien en uitspreken.

Aanrader

Als ik mijn 9-jarige vraag of hij het boek zou aanraden aan zijn vrienden, zegt hij ja. ‘Omdat erin staat hoe je je kunt voelen en wat je dan kan doen.’ Ik vraag hem of hij ook een lichtje heeft en merk bij mezelf dat ik hoop dat hij ‘ja’ zegt.

‘Nee,’ antwoordt hij. ‘Ik zie geen lichtje. Ik doe dat op mijn eigen manier.’

‘Wat vond je het mooiste aan het boek?’

‘Dat ze een plekje heeft waar ze naartoe kan gaan.’

‘Lichtje?’ vraagt mijn jongste zoon en hij stopt zijn duim in zijn mond. ‘Wat eten we vanavond?’

Afke leest als therapeut

Het lichtje bleek een goede metafoor om met mijn oudste kind in gesprek te gaan over zijn gevoelens. Waar ik zelf wat moeite mee heb, is dat het lichtje uit is bij mensen die verdrietig zijn, zoals het lichtje in het boek zegt. In mijn werk als lichaamsgerichte therapeut ontmoet ik regelmatig mensen bij wie pijn uit de kindertijd opgeslagen ligt in hun lichaam. Als die pijn wordt aangeraakt, willen veel mensen het gevoelde begrijpen en het liefst zo snel mogelijk oplossen. Onbewust gaan ze zo weg van wat ze voelen.

Het lichtje zou een mooi hulpmiddel kunnen zijn om bij het gevoel te blijven in plaats van verstrikt te raken in de analyses van het hoofd. In mijn praktijk laat ik mensen ervaren dat zij hun emoties en gevoelens niet helemaal zijn. Zo worden ze de waarnemer van die emoties en gevoelens in plaats van dat ze erin verdrinken of blijven hangen.

Verschillende emoties en gevoelens kunnen in die zin naast elkaar bestaan en worden bevrijd van labels als ‘goed’ en ‘fout’. In het boek is er bij boosheid, verdriet en angst sprake van een klein lichtje. Als Lobkes lichtje aan is, voelt ze zich fijn. Ik ben van mening dat het de kunst is om met zulke gevoelens te leren omgaan, omdat je je nou eenmaal niet altijd fijn kunt voelen in het leven. Indirect lijkt het boek de boodschap te geven dat je daar wel naar moet streven. Ik ben benieuwd hoe de schrijvers daarover denken.

Niet zomaar een voorleesboek

Lobke en het lichtje is niet zomaar een voorleesboek voor kinderen. Het boek biedt kinderen en volwassenen een eenvoudige (en daarmee krachtige) metafoor in de vorm van het lichtje. Een houvast tijdens alle onbekende en onvoorspelbare momenten die voorbij komen in een mensenleven en die verwarrende en complexe gevoelens kunnen oproepen. Het boek laat je door de ogen van een kind kijken. Daardoor wordt je je bewust van de grote hoeveelheid (vaak nieuwe) gevoelens die een kind ervaart door de dag heen. Het nodigt je uit om je bewust te worden van je eigen gevoelswereld, de regie daarover te nemen en er woorden aan te geven. Van daaruit kun je het gesprek aangaan met elkaar. Ook voor mij is het lichtje is een prettige metafoor, beeldend, alsof ik een aan-en-uit-knopje in mijn lichaam heb gekregen waar ik zelf de regie over heb.

Lobke en het lichtjewas voor ons als gezin een boek om te lezen, weer weg te leggen, zijn werk te laten doen en dan nog eens een stuk terug te lezen. Totdat op een dag, wanneer er tijd, bereidheid en ruimte voor is, de boodschap ergens landt in je binnenste. Dan besef je dat wat er ook gebeurt, er altijd één constante factor is: dat jijzelf aanwezig bent en dat dat uiteindelijk alles is wat je nodig hebt. Iets waardevollers kunnen we onze (innerlijke) kinderen denk ik niet meegeven.

Interview met de makers

Kinderen leren zich uit te spreken over hun gevoelens, dat is wat Christine Voncken-Rutten en haar zoon Erik Voncken, die de illustraties maakte, hopen te bereiken met hun kinderboek Lobke en het lichtje.

Kinderen leren praten over hun gevoelens: waarom is dat zo belangrijk?

Christine Voncken: ‘In mijn coachingspraktijk tref ik geregeld mensen met klachten die hun oorsprong hebben in hun kindertijd. Ik wil mijn inzichten delen met kinderen om op die manier de latere gevolgen van ‘het je niet uitspreken’ zo klein mogelijk te maken. Via de kinderen bereik ik de ouders en opvoeders. Op deze manier, via verhaaltjes die uit het leven gegrepen zijn, gaan ook zij nadenken.’

Erik Voncken: ‘Kinderen kunnen zich in Lobke verplaatsen: haar gevoelens, emoties en gedachten zijn herkenbaar. Ze lezen hoe Lobke met hulp van haar lichtje haar problemen leert uitspreken en er hulp voor vindt. Dit geeft kinderen het vertrouwen dat er ook oplossingen zijn voor de problemen waar zij zelf mee rondlopen.’

Eerlijkheid

Christine Voncken: ‘Met je lichtje aan voel je je fijn.’

Dat lichtje, wat ís dat nou eigenlijk precies?

CV: ‘Het lichtje is een deel van jou dat liefde, eerlijkheid en oprechtheid in jezelf vertegenwoordigt. Als je bent wie je werkelijk bent, hoef je niets te verbergen. Dat gebeurt wel als jij jouw lichtje heel klein maakt, want dan wordt het donkerder in jezelf waardoor je dát kunt verbergen wat jij niet graag wilt dat anderen van jou zien. Met je lichtje aan voel je je fijn. Als je lichtje uit is, voelt dat als angst, verdriet of boosheid.’

Wat is daar eigenlijk erg aan? Iedereen is toch weleens boos of verdrietig?

EV: ‘Natuurlijk, ieders lichtje wordt weleens klein of gaat een tijdje uit. Er zijn ook mensen bij wie het bijna hun hele leven uit is. Ervaren ze dat als erg? Hele generaties voor ons konden, mochten of wilden hun emoties niet uiten, omdat dat de norm was. Daar leed de een meer onder dan de ander. Voor sommige mensen voelt het onveilig om voor persoonlijk leed uit te komen. Dat doet zoveel pijn dat ze daar ver van willen blijven. Is het dan ‘erg’ dat ze hun lichtje klein hebben?’

CV: ‘Zolang je er geen last van hebt, is het niet erg. Zoals Guido in het boek zegt: “Ik heb geen lichtje.” Maar als hij later ziet dat het lichtje Lobke helpt voor zichzelf op te komen, wil hij dat toch ook kunnen.’

Erik Voncken: ‘Je gunt het iedereen om zijn lichtje aan te hebben, zeker kinderen.’

EV: ‘Je gunt het iedereen zijn licht aan te hebben, zeker kinderen. Die moeten nog zoveel leren en ervaren, en het is zonde als zij zich afsluiten voor de buitenwereld, voor wat er allemaal mogelijk is.’

CV: ‘Ook ik kan het niet altijd groot houden – het is een illusie te denken dat je het volledig kan beheersen. Er zijn altijd omstandigheden waarin je geconfronteerd wordt met je donkere stemmetje. Het herkennen, erkennen en benoemen is vaak genoeg.’

Herkenbaar voor volwassenen

Wat vinden jullie lezers?

CV: ‘Dat wisselt. Een jongen van 6 belde me en zei: “Christine, de verhaaltjes zijn op.” Hij wil er elke dag over lezen. Hij zegt dat zijn lichtje altijd groot is en nooit uit. Hij ziet het wel bij andere kinderen als hun lichtje klein is en zou dat liever anders zien. Een verpleegkundige met drie kinderen kon er daarentegen niks mee. Ze zei: “Mijn kinderen vinden het maar rare verhalen.” Vreemd misschien, maar ik was wel blij dat ze dat zei. Het sluit bij je aan of niet.’

Ik merk dat het boek vooral enthousiast ontvangen wordt door ouderen. Ze zeggen: “Wij hebben niet geleerd woorden te geven aan dat wat wij voelden. In onze tijd was het mond houden en luisteren naar de volwassenen. Deed je dat niet, dan kreeg je straf.” Opa’s en oma’s kopen het boek voor hun kinderen en kleinkinderen, omdat ze hen willen geven wat ze zelf hebben gemist. Een van hen zei: “Ik koop het voor mezelf: ik moet het ook nog leren.” En een ander: “Is dit voor kinderen? Het is toch juist voor ons!” Die heeft het begrepen, dacht ik toen.’