Meteen naar de inhoud

Een animatiezomer met onverwacht rijke oogst – wat maakt dit genre zo veelzijdig?


Dit verhaal is gratis

Je kunt onderaan dit artikel een bijdrage geven aan de auteur. Zo maak je cultuurpers mogelijk!

Laat deze tekst voorlezen:

We moesten er even op wachten, corona zorgde voor vertraging, maar nu is een van de meest bijzondere Nederlandse producties van de laatste jaren dan toch in de bioscoop. Coppelia. Een expressionistisch romantisch sprookje over onschuldige liefde, de verleiding van een robotvrouw en de obsessie met uiterlijk. De oorsprong is een humoristisch ballet uit 1870, dat Het Nationale Ballet een paar jaar geleden weer opvoerde. Voor de film werkte regisseur Jeff Tudor samen met dansers van dit gezelschap en voegde daar animatie aan toe. Zo ontstaat een ongewone combinatie van elementen die wondermooi in elkaar overvloeien.

Coppelia werd vorig jaar al lovend ontvangen op het toonaangevende animatiefestival van Annecy. Nu is het de start van een zomer met veel, en vooral heel verschillende animatietitels. Die laten zien dat er veel meer in de wereld is dan de op Amerikaanse leest geschoeide 3D computeranimatie. Twee van zulke voorbeelden zagen we de afgelopen maand al. Het ruimte-avontuur Lightyear uit de Disney-Pixarstal en de nu al uiterst succesvolle Minions-vervolgfilm Minions: The Rise of Gru. Dit is het soort animatievertier dat vooral voor het grote bioscooppubliek de norm is geworden.

Knor

Dat het anders kan bewijst niet alleen Coppelia, maar ook het uiterst vermakelijke Knor van Mascha Halberstad. In deze eerste Nederlandse lange stop-motionanimatie met aangenaam dwarse trekjes wordt een gezin op stelten gezet door de komst van een lief maar ongehoorzaam varkentje. Naar een kinderboek van Tosca Menten, maar ook vol heerlijke knipogen voor volwassen kijkers.

Zoals ik al opmerkte, de zeven animatietitels die tussen nu en eind augustus verschijnen vormen een breed palet van animatiestijlen en mogelijkheden. Van heel persoonlijk, handgeschetst werk tot min of meer standaard-computeranimatie.

De invloed van de Pixar-figuren is bijvoorbeeld duidelijk te zien in het Duits-Oostenrijkse Moonbound. Een fantasie voor jonge kinderen waarin Peter zijn brutale zusje moet redden uit handen van de gemene Maanman. Het lijkt wel of de makers voor deze verfilming van een Duits kinderboek de software van Pixar hebben geleend en die vervolgens in een hogere versnelling hebben gezet. Een nogal chaotische en wild uit de bocht vliegende fantasie, fraai vormgegeven, maar qua verhaal toch ook vol stoplappen en clichés.

Kattenwereld

Ook het Brits-Chinees-Amerikaanse Paws of Fury: The Legend of Hank (De legende van Samoerai Henk) leunt sterk aan tegen het voorbeeld van Amerikaanse animatie-blockbusters. Maar deze zeer vrije bewerking van de hilarische westernkomedie Blazing Saddles (1974) is stijlvast en zelfverzekerd genoeg. Een energieke martial-artskomedie vol hardhandige slapstick, droge grappen en kleurrijke figuren. Een zachtaardige hond ziet zich gedwongen samoerai te worden in een kattenwereld die veel Japanse trekjes vertoont.

De grote verschillen tussen de titels in deze animatiezomer hebben niet alleen te maken met de doelgroep – kinderen, familie of volwassen kijkers – maar ook met de gebruikte techniek en met de verhouding tussen realisme en verbeelding. Al is realisme een heel betrekkelijk begrip. Getekende 2D-animatie kan realistischer zijn dan levensecht bewegende fantasiefiguren uit de computer.

Zo creëert ook het handwerk van stop-motion, zoals toegepast in Knor, een veel tastbaarder wereld dan de vaak nogal gepolijste computeranimaties. Zie die haren en snorren in Knor eens lekker wapperen. Tegelijk valt bij Knor, dat zich afspeelt in een zeer natuurgetrouw dorpsdecor, de soepele omgang met realiteit op. De van siliconen gemaakte poppen mogen dan op het eerste gezicht tamelijk glad en gestileerd lijken, ze blijken toch een verrassend herkenbare en aanstekelijke expressie te hebben. Je kijkt er naar alsof het echte acteurs zijn.

Surrealistisch

Aan de andere kant heeft de hedendaagse computeranimatie natuurlijk grote mogelijkheden voor het scheppen van fantastische werelden, zoals Moonbound en Samoerai Henk laten zien. Tot we een film zien met weer een heel andere dimensie van verbeelding. The Island van de onvolprezen Roemeense Anca Damian mengt diverse animatietechnieken, waaronder 3D, 2D en collages, voor een uitdagende surrealistische variatie op Robinson Crusoe. Een soort maatschappijkritische animatiemusical, even speels als wisselvallig en vol rare invallen en metaforen. Het lijkt wel alsof de soms dansende animatie een eigen wil heeft. In ieder geval betoverend om te zien. Geen kinderfilm.

Nog eigenzinniger en vooral persoonlijker is de nadrukkelijk handgeschetste dooltocht door herinneringen en emoties van de Poolse kunstenaar Mariusz Wilczynski. Veertien jaar werkte hij aan Kill It and Leave This Town, een soort therapeutische terugkeer naar zijn jeugd en zijn overleden geliefden en familie. Een heel vrij en associatief getekende wereld, en eerder poëtisch dan realistisch. Oogt bijna als een bewegend schetsboek, en toch had hij de werkelijkheid van zijn beleving, zijn innerlijke wereld en de sfeer van de stad Lodz nauwelijks beter kunnen vangen. Het is surrealistisch, melancholiek, ontroerend en indrukwekkend.

Mount Everest

Naast dergelijke vrije werkstukken die dichter bij beeldende kunst dan bij traditionele film liggen zijn er ook animaties die qua opbouw en vertelstructuur tamelijk nauwkeurig het vertrouwde speelfilmstramien volgen. Knor is daar een mooi voorbeeld van. Dat daarvoor geen hyperrealistische computeranimatie nodig is laat het met een César bekroonde Le sommet des Dieux van Patrick Imbert zien. Een aangrijpend drama over een jonge fotoreporter, een fanatieke bergbeklimmer en de dodelijke aantrekkingskracht van de Mount Everest. Gerealiseerd als 2D-animatie met sober maar natuurgetrouw getekende figuren die zich precies zo gedragen als acteurs in een speelfilm.

Maar ook in getekende vorm zijn de berglandschappen majestueus, en de beklimmingen en soms levensgevaarlijke situaties huiveringwekkend. Zelfs bij het bekijken van de film op mijn computerscherm was ik een paar maal heftig geraakt. Ik herinner me in dit verband ook Flee (vorig jaar uitgebracht), het in vergelijkbare stijl getekende verhaal van een vluchteling. Dan blijkt een reconstructie in animatievorm net zo goed te werken als naspelen met acteurs. En je kan met toon en stijl net iets andere accenten leggen.

Rijkdom

Al die mogelijkheden overziend kan je gemakkelijk stellen dat in animatie minstens zo’n grote rijkdom schuilt als in speelfilm. Speelse kinderfilms naast bizarre droomwerelden, brutale komedies maar ook gedramatiseerde documentaires, uitbundige computeranimaties en de sobere maar expressieve kracht van de tekenpen. Toch is speelfilm de norm geworden. Niemand verbaast zich daarover, maar als je er even bij stilstaat is het toch opvallend dat bijvoorbeeld bij de graphic novel precies het omgekeerde het geval is. Daar staat het getekende verhaal voorop, niet de fotoroman. Er zullen ongetwijfeld economische redenen meespelen. Het maken van een animatiefilm is nu eenmaal arbeidsintensief, tijdrovend en kostbaar.

Nogmaals Coppelia

Hoe past Coppelia in dit alles? De kracht schuilt met name in het naadloze samenspel van acteurs, dans, muziek, tekeningen en 2D- en 3D-computeranimatie. Aan de ene kant beelden de acteurs de ontluikende verliefdheid van Zwaantje en Frans aandoenlijk herkenbaar uit. Ook voor jonge kijkers, waar het als familiefilm gepresenteerde dansfantasie ook op mikt.

Tegelijkertijd hebben Jeff Tudor en zijn co-regisseurs Steven De Beul en Ben Tesseur van Beast Animation er geen registratie van een dansvoorstelling van gemaakt. Het begint al met de geschilderde animatiedecors van het onschuldige stadje waar een nadrukkelijke feelgood-sfeer heerst. Waarna die aanvankelijk zoete fantasie plots science-fictiontrekken krijgt als de duivelse Dr Coppelius en diens vrouwelijke robot in het op een ruimteschip lijkende laboratorium neerstrijken. Waarmee Coppelia toch ook weer een ode aan de klassieke stomme film en Fritz Langs Metropolis is geworden. De kracht van animatie maakt die unieke bioscoopbeleving mogelijk.

Waardeer dit verhaal!

We maken je donatie rechtstreeks aan de auteur over.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Leo Bankersen

Leo Bankersen schrijft over film sinds Chinatown en Night of the Living Dead. Recenseerde als freelance filmjournalist lange tijd voor de GPD. Is nu, onder andere, een van de vaste bijdragers aan De Filmkrant. Breekt graag een lans voor kinderfilms, documentaires en films uit niet-westerse landen. Andere specialiteiten: digitale zaken en filmeducatie.Bekijk alle berichten van deze auteur