Naar theater gaan is al sinds de kunstvorm uitgevonden iets wat niet per se om de voorstelling alleen gaat. Wie vooral als toeschouwer theater bezoekt, doet dat voor het gebouw, de zaal, de mensen, de garderobe, en het gebeuren na afloop, dan wel het eten daarvoor. Dat kun je als aanbieder van kunst voor lief nemen, of je maakt het bewust onderdeel van je werk. Deze week maakte ik twee mooie voorbeelden mee.
Maak je een voorstelling mee in het jeugdtheater dan hoort daar soms een randprogramma bij. Bij MaasTD, het Rotterdamse kinder-, jeugd- en jongerentheater, is het een noodzakelijk onderdeel. Heel handig, als je als argeloze bezoeker naar een voorstelling gaat die je alles gaat vertellen over ongesteld worden, menstrueren en wat daar allemaal bij komt kijken.
Rommel in de buuk
Onder de passende titel ‘Lets Flow’ vloeit er inderdaad nogal wat rode vloeistof, maar wie daarbij denkt aan een smakeloze slasher-play voor de kleintjes komt bedrogen uit. Wat je wel krijgt is een door vijf performers uitgevoerde dans en spektakelshow op muziek die het best te omschrijven is als de rommel in de buuk na een maaltijd bonen. En ondertussen leert zelfs een boomer nog iets over wat iedere vrouw een groot deel van haar leven iedere maand meemaakt.
MaasTD doorbreekt een taboe, een ding uit het dagelijks leven van vrouwen dat omgeven wordt door eufemismen. Voor een publiek vanaf 10 jaar is het best confronterende kost, maar nuttig, want ongesteldheid is nog altijd met veel schaamte en ongemak (van mannelijke omstanders) omgeven.
Seizoenen
En dan is er dus een nagesprek, dat MaasTD verplicht heeft gemaakt. Een dik kwartiertje vertellen over wat je erbij voelde, vragen stellen. En dan doen tienjarigen net zo fanatiek mee als oma’s en moeders. Vaders waren een beetje stil, maar die hebben in die stilte best wel iets meegekregen. En de meiden zelf, die er mee te maken krijgen? Zoals de maker Sue Ann Bel, die eerder al opviel met Let’s Go Barbie: ze vertelt na afloop hoe ze dacht dat de pijn en schaamte die zij voelde iets unieks voor haar alleen was. Tot ze dankzij deze voorstelling ontdekte hoeveel andere vrouwen elk op hun eigen manier met de seizoenen in hun maand omgaan.
Een moeder maakte zich zorgen of het iet allemaal te heftig werd uitgebeeld, de pijn die sommige vrouwen voelen tijdens hun menstruatie. Het antwoord was mooi: “Juist door mijn eigen persoonlijke gevoel zo scherp uit te beelden ontstaat er een gesprek en ontdek je hoe verschillend iedereen het ervaart.”
Lava op de vloer
Die persoonlijke insteek is ook opvallend bij ‘Als vader vechten is’ van Het Nut. Hier gaat het over moeders en zonen, waarbij de vader de grote afwezige, en daardoor aanwezige is. De tekst is het persoonlijke verhaal van debuterend auteur Hendrick de Pecker. Hij zit op een schrijftafeltje naast het lege toneel waarop Ellen Goemans en Joep Hendrikx het rouwproces van de achterblijvers in pintereske dialogen voelbaar maken: kaal en omcirkelend, maar met helaas net iets te weinig lava op de vloer.
Wat in het zuiver gespeelde stuk een beetje miste: rauwe emotie, kreeg volop ruimte in het nagesprek. In in dat randgebeuren is Greg Nottrot, de grote man achter Het Nut en dit keer ook regisseur, de beste. Het geschreven en gespeelde stuk mag dan anderhalf uur duren, de avond begint al om half zes met een aperitief en voorgerecht.
Totaalbeleving
Het stuk is eigenlijk een entr’acte in de groepsmaaltijd waarmee je, als het laatste woord geklonken heeft, zomaar in hele open gesprekken met wildvreemden terecht kan komen. He toppunt van shared dining rond grote troggen met artisjok en rivierkreeft, met vóór het toetje nog een zeer mooi gesprek met iedere avond een andere vader die iets bijzonders te melden heeft.
Theater is een totaalbeleving. En juist daardoor levert het een ervaring op die veel meer is dan alleen het kunstwerk dat er onderdeel van is. In onze kunstbeschouwing hebben we dat een beetje naar de achtergrond laten verdwijnen. Critici hebben het er zelden over.
Dat zou best wat minder rigide kunnen.



