Mea culpa en actie

‘Het gebeurt pas als je op je bek gaat.’ Dit citaat van kunstenaar Job Koelewijn in De Volkskrant hangt al jaren op de deur van mijn toilet. Eén van de grootste missers die je als journalist kunt maken is het niet checken van feiten. En OuiJAYes die fout heb ik dus gemaakt: deze schrijvend creatieveling heeft de feiten niet gecheckt.

Voor mijn eerste verhaal bij Cultuurpers werd ik geïnspireerd door een concertbezoek. De organisator van deze avond werd mijn kop van jut. Ik kreeg daarop een uitgebeide mail, met een helder verhaal over hun goede intenties en (grotendeels) vrijwillige inzet. Spijtig dat ik hen niet van tevoren gepolst had, dus bij deze een groot mea culpa: Stichting Jazz Leiden.

En dan ook maar direct een mea culpa naar andere concertorganisaties die zich onheus bejegend of onbegrepen voelen, want dat was en is juist niet mijn bedoeling. Professionele organisaties en programmeurs voelen zich óók in een hoek gedreven. Moeten op safe spelen en kunnen niet avontuurlijk programmeren (en artiesten betalen) zoals ze zouden willen.

Ik weet ook wel dat er dankzij de (vooral particuliere) podia wat speelplekken bijgekomen zijn. Dat er dankzij de vrijwilligers met hart voor kunst en cultuur nog het een en ander wél doorgaat. En ik weet (als ervaringsdeskundige én via mijn professionele creatieve vrienden, kennissen en collegae) bovendien dat er organisaties zijn waarbij (veel) geld gaat naar personeel, gebouw en pr in plaats van naar inhoud, maar laat het uitspitten daarvan over aan onderzoeksjournalisten.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Prikkelen

Organisaties bashen is niet mijn bedoeling. Wel wil ik woorden vinden om mijn onbestemde gevoelens over de (financiële) waardering van de kunsten naar buiten te brengen, daarmee soortgenoten te prikkelen hetzelfde te doen, zodat de wereld uiteindelijk de kunsten weer gaat waarderen, op welke manier dan ook.

Stap één is wat mij betreft dus open kaart spelen en de wereld laten zien dat je, bijvoorbeeld  als muzikant, niet klaar bent met  ‘instrument pakken, pakje aan en spelen maar’.

Dat je als muzikant niet blij bent met kleffe witte broodjes, maar ook niet met een aangeboden ‘mooi diner’ als (extra) vergoeding. Tenzij je dat op een ander moment kunt komen nuttigen, op je vrije dag bijvoorbeeld.

Dat je als muzikant overdag ook aan het (onbetaald) werken bent (studeren, repeteren, componeren, organiseren, acquireren) en niet graag extra vroeg of extra lang blijft hangen. Tenzij je het gewoon zelf wilt natuurlijk.

Dat je van je gage ook je verzekeringen, bondgenoten en allerlei afdrachten moet betalen.
Dat €250 dus echt geen mooi honorarium is. Zeker niet voor de groten der aarde.  Het geld is er nu niet (of heeft men er niet voor over). En daar zit het hem nu precies het probleem.

Hobby

Ik ben er dus van overtuigd dat veel mensen niet weten hoe het leven van creatievelingen in de kunsten er momenteel uitziet. Haal hier de woorden bij die al een tijdje rondwaren door politiek Nederland en doorsijpelen naar de rest van de wereld: ‘linkse hobby’, ‘nut en marktwerking  in de kunst’, ‘meetbare resultaten’ en je begint bijna te begrijpen dat de man van de straat het (spaarzame) geld liever uitgeeft aan een eigen hobby en af en toe (voor bijna niks) naar muziek gaat luisteren.

Handel

Je mond open doen dus als creatieveling. Zing, schrijf, praat, dans, verf, speel en fotografeer erover. Of deel dit artikel. Laat de wereld weten in welke spagaat je zit. NonNeinNee zeggen. Of MaybeVielleichtMisschien of OuiJaYes (maar dan wel even laten weten van die spagaat).

Grote hoeveelheden woorden en artistieke daden dringen vast door tot beleidsmakers en politici. Want dáár ligt de kern van het probleem: Nederland heeft geen goed kunst- en cultuurbeleid en er zijn uitspraken en daden van politici (en meelopers) die er voor zorgen dat creatievelingen zich op steeds minder gebieden gewaardeerd voelen. Daardoor speelt de lage financiële waardering ineens wél (veel meer) mee.

Op een ander moment, al of niet gevoed door reacties, ga ik graag al mijmerend schrijvend verder die denkpiste af. Ondertussen geniet ik van al het schoons dat er is en hou ik me vast aan de uitspraak van filosoof Hannah Arendt: ‘Woorden in de openbaarheid zijn een beetje daden’.
A suivre!