Er was eens een beroemdheid (pianist, componist en dirigent Reinbert de Leeuw), een biografe (Thea Derks) en een rel. De Leeuw was tégen het uitkomen van zijn biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie en stak dat niet onder stoelen of banken. In het tv-programma Zomergasten veegde hij het proefschriftachtige standaardwerk zelfs als een bijna vertederend flutboekje van tafel.

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder. Hoe is dat jaar verlopen voor de biografe? Uitstekend, vindt ze zelf. “De recensies waren positief, het boek kreeg al na korte tijd een tweede druk en stond in de top 3 van best verkochte muziekboeken van 2014. Maar een bijna nog grotere opsteker was het aantal mails en telefoontjes dat ik kreeg van mensen die ik voor mijn biografie had geïnterviewd. Ze herkenden Reinbert, zichzelf én het tijdsbeeld helemaal in wat ik had geschreven. ‘Goed gedaan!’, hoorde ik steeds.”

De publicatie genereerde bovendien een mooie spin-off: ,”Ik geef lezingen door heel Nederland en sinds september presenteer ik elke maand het programma Panorama de Leeuw bij de Concertzender. Het wordt gevolgd door een trouwe schare luisteraars, waaronder enkele geïnterviewden met wie ik bevriend ben geraakt.”

Is ze inmiddels ook weer ‘on speaking terms’ met De Leeuw zelf? Dat valt tegen. “We hebben elkaar niet meer gesproken. Toen ik hem laatst vroeg mijn gast te zijn bij een inleiding op een door hem gedirigeerd concert, liet hij via het ensemble weten niet beschikbaar te zijn.”

Mythes

De ontvangst van het journaille mocht dan positief zijn, door de vele aandacht voor de controverse raakten wel wat zaken ondergesneeuwd. Derks constateert dat de door haar gecorrigeerde ‘mythes’ vaak toch weer klakkeloos worden opgelepeld. “Het begint er al mee dat Reinbert de muziek op zijn omgeving zou hebben moeten bevechten. In werkelijkheid komt hij uit een intellectueel nest, waar veel liefde was voor muziek. Zijn ouders hadden een aardige platencollectie en een abonnement op het Concertgebouw. Hij en zijn broers kregen als vanzelfsprekend pianoles. Ook in zijn familie speelde muziek een belangrijke rol; zo is de sopraan Eva-Maria Westbroek Reinberts achternicht.”

Derks prikt in haar boek wel meer mythes door. Zo wordt De Leeuw beschouwd als dé man die allerlei dingen voor elkaar heeft gekregen. Daarbij wordt de inbreng van anderen soms over het hoofd gezien. “Neem bijvoorbeeld het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Dat zou Reinbert in 1982 zo’n beetje eigenhandig uit de grond hebben gestampt. Mensen als Nico Schuyt, Misha Mengelberg en Rob du Bois zetten zich daar al vanaf de jaren zestig voor in. Hij gaf slechts het laatste zetje. Ik geef in mijn boek die anderen de eer die hen toekomt.”

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Krantenpapier

Ook de idee dat Nederland in de jaren ’50 wat betreft nieuwe muziek was ‘dichtgeplakt met krantenpapier’ wordt ontzenuwd. “De orkesten speelden destijds meer eigentijdse muziek dan nu en een pionier als Daniel Ruyneman haalde al vóór de Tweede Wereldoorlog componisten naar ons land, onder wie Stravinsky, Messiaen en Bartók. Reinbert was dus niet de eerste die de weg effende voor de nieuwe muziek, hij stond op de schouders van anderen. Een belangrijke voorloper was ook Elie Poslavsky, die in Nederland ontzettend veel premières bracht. Maar hoewel ik hem een aparte paragraaf heb gegeven, pakte bijna geen enkele journalist dat op. In mijn radioprogramma besteed ik veel aandacht aan deze vergeten pioniers.”

Meer mythes? “Om maar een greep te doen: Reinbert zou Satie, Ives, Kurtág, Vivier, Oestvolskaja en vele anderen hebben ontdekt. Ik toon aan dat al deze componisten hier te lande al werden uitgevoerd. De kracht van Reinbert is wel dat hij ze vervolgens met zijn onvoorwaardelijke inzet stevig op de kaart zette.”

Ook nauwelijks opgepikt is de voortrekkersrol van Tilburgse studenten in de revolutionaire jaren zestig. Zij bezetten al vóór de Amsterdammers de gebouwen van hun hogeschool en conservatorium en dwongen met succes meer inspraak af. Derks: “De vermaarde Notenkrakersactie, waarbij Reinbert cum suis een concert van het Concertgebouworkest verstoorden, was geënt op een vergelijkbare actie in Tilburg. Die wordt in andere boeken hooguit in een bijzin aangestipt. Ik heb de betrokken studenten opgespoord en geïnterviewd.”

cover klein

‘Mens en melodie’ wordt ‘Mens of melodie’

Derks plaatst De Leeuw nadrukkelijk in de context van zijn tijd: “Ik zie hem als iemand die mede dankzij anderen kon excelleren.” Hiertoe putte zij uit contemporaine bronnen, waaronder het in 1946 opgerichte tijdschrift Mens en melodie. “Dat heeft in moderne muziekkringen de naam een verschrikkelijke spruitjeslucht uit te walmen, maar schreef van meet af aan met een onbevooroordeelde blik over eigentijdse muziek. Het wijdde bijvoorbeeld al begin jaren ‘50 een groot artikel aan de destijds geheel onbekende Charles Ives. Ook volgde het minutieus Reinberts eerste stapjes op het concertpodium. De ondertitel van mijn boek is trouwens aan dit blad ontleend: toen Reinbert eens wilde citeren uit Mens en melodie schreef hij abusievelijk mens of melodie.”

Ondanks dergelijke kanttekeningen bevat het boek veel lof ten aanzien van het onderwerp. Derks benadrukt zijn kwaliteiten als doortastend bestuurder, gedreven pedagoog, charismatische mediapersoonlijkheid en uiteraard als dirigent. Om de haverklap verklaren componisten dat hun werk pas tot leven komt zodra De Leeuw op de bok staat. “Zijn grote verdienste is dat hij zich voor meer dan honderd procent inzet voor de muziek. Zo ongeduldig als hij is met musici, zoveel begrip heeft hij voor notoir lastige componisten als Ligeti en Kurtág. Op die manier haalt hij het maximale uit elke partituur.”

Kunstpaus

Maar aangezien ‘niemand op een hagiografie zit te wachten’ noteerde Derks ook tegenstemmen. Zo lezen we onder het kopje ‘Kunstpaus’ hoe hij hoofdredacteuren belt om zich te beklagen over een kritische bespreking. Volgens sommigen zou hij tijdens dergelijke telefonades zelfs het ontslag van recensenten hebben geëist, maar daarvoor heeft Derks geen bewijs kunnen vinden.

Een terugkerend thema is de machtspositie die De Leeuw in de loop der jaren heeft opgebouwd. De rebel van weleer bevond zich uiteindelijk in een ‘old boys network’, schrijft Derks. Ze citeert slagwerker en bestuurder Renee Jonker: “Drie decennia lang werd er geen baantje vergeven zonder dat hij er mede achter zat.” De sopraan Anne Haenen voegt er aan toe: “Reinbert was heel machtig en als hij je niet mocht, kon je het als componist wel schudden.” Cellist Anner Bijlsma: “Als je niet goed lag bij Reinbert, kreeg je geen optredens en geen subsidie meer.”

De ironie wil, dat Derks hetzelfde overkwam. Uitgeverij De Bezige Bij was zeer onder de indruk van haar manuscript, maar liet haar meteen vallen toen Reinbert zijn ongenoegen uitte. Dankzij Leporello Uitgevers ligt Reinbert de Leeuw: mens of melodie nu toch al ruim een jaar in de winkels. Soms krijgt een cultuurpaus niet álles gedaan.

VOETNOOT: Thea Derks: Reinbert de Leeuw,  mens of melodie. Leporello Uitgevers 2014.
Koop bij bol.com