‘Spannend en toegankelijk, met een grote tragische lading en een onverwacht en aangrijpend einde’. Met die woorden kreeg schrijver Jan Vantoortelboom vorige week de Zeeuwse Boekenprijs uitgereikt. A Quattro Mani zocht hem op in Zeeuws-Vlaanderen en sprak met hem over zijn roman De man die haast had. ‘Ik ben gegroeid als schrijver.’

©Marc Brester/AQM

Schrijfhuis

‘Het Tortelnest’ prijkt er op het handgeschilderde bordje tegen het donker gebeitste houten huis op zijn erf. Naast de deur hangt een driehoekig kastje met twee jonge tortelduifjes erin, die dicht tegen elkaar aan nieuwsgierig naar buiten loeren met hun zwarte kraaloogjes. Dit ‘kot’ is het schrijfhuis van Jan Vantoortelboom (1975), die ons vriendelijk lachend op het erf van zijn huis in Zeeuws-Vlaanderen staat op te wachten. In vier jaar tijd schreef Vantoortelboom drie romans. In 2011 debuteerde hij met de roman De verzonken jongen (2011), die werd bekroond met de Bronzen Uil en de Prijs Letterkunde West-Vlaanderen 2012. Vorig jaar bereikte hij met zijn tweede roman Meester Mitraillette het grotere publiek, toen het boek tot boek van de maand werd uitgeroepen in het televisieprogramma De Wereld Draait Door.

Hier in Het Tortelnest werkte Vantoortelboom, tevens docent aan de Hogeschool Zeeland, aan zijn roman De man die haast had. Bijpassende muziek onder handbereik, zoals dat van 2Cellos, twee Kroatische cellovirtuozen die bekende nummers van bijvoorbeeld AC/DC en Nirvana tot nieuwe celloversies hebben bewerkt. ‘Voordat ik heftige scènes schrijf, beluister ik dat graag om in de juiste stemming te komen.’

Indringende scènes genoeg in De man die haast had, want het is een intens verhaal over een man, Leon, die na twee tragische gebeurtenissen als het ware buiten de tijd probeert te leven en geluk op afstand houdt. Als jongetje van zes ziet Leon zijn oppas Elsie van zolder vallen. Ze raakt daarbij zwaar gehandicapt en brengt haar verdere leven als een kasplantje door in Home Windekind, waar Leon haar elke week bezoekt. Een week na zijn twaalfde verjaardag sterft plotseling zijn moeder, en komt zijn jeugd definitief ten einde. Deze twee gebeurtenissen brengen het leven van Leon tot stilstand. Na zijn middelbare school verkiest hij boven een studie een baan als conciërge waarbij hij dagelijks de poort opent en de sleutels van de klaslokalen beheert. Hij brengt zijn leven door in eenzaamheid en stilte in een dijkhuisje aan de rand van zijn dorp. Kortstondig lijkt zijn inertie te worden doorbroken door zijn liefde voor Liliane, maar als hij haar kinderwens frustreert, gaat ze bij hem weg. Niet veel later neemt Leon een ingrijpende beslissing.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.
©Marc Brester/AQM
©Marc Brester/AQM

De man die haast had… Vanwaar die titel? Leon lijkt eerder iemand die liever blijft stilstaan in de tijd.

‘‘Dat klopt, hij wil bijna zijn zoals Elsie. Hoewel dat voor de buitenwereld niet zichtbaar is, is Leon vanbinnen zeer onrustig, zeer gehaast. Innerlijke onrust kan ertoe leiden dat mensen een grote mate van levensdrift hebben, maar anderen komen er juist door tot stilstand. Dat is er aan de hand met Leon. Als het leven leuk is en je amuseert je, gaat het sneller voorbij. Voor je het weet ben je twintig jaar verder. Leon denkt dat hij net zo jong zal doodgaan als zijn moeder en ziet dat eindpunt naderen. Door zich bewust te vervelen en compleet ambitieloos te zijn, vertraagt hij als het ware de tijd. Die onrust herken ik. De oorsprong van mijn schrijverschap is gelegen in dat gevoel van onrust, en in onvrede.’’

Waaruit bestond die onvrede?

‘‘Mijn moeder is overleden toen ze tweeënveertig was. Ik was zestien. Tot die tijd leefde ik in een prachtige wereld, speelde ik met vriendjes en stond er lekker eten op tafel als ik thuiskwam. Na haar dood was mijn vader vooral aan het werk, zat mijn broer op kamers in Gent en was ik veel alleen thuis of hing ik rond op straat.

De illusie van veiligheid was uiteengespat. Mijn vrienden, die nog niks hadden meegemaakt, gingen studeren en waren bezig met wat ze allemaal met hun leven wilden gaan doen, met de leuke baan die ze zouden gaan krijgen en waar ze veel geld mee zouden verdienen. Die geestdrift en plannen had ik niet meer.

Als de tijd zo kort kan zijn, dan ga ik doen wat ik graag doe, dacht ik. Redelijk eigenzinnig en koppig ging ik literatuurwetenschap studeren, omdat ik graag las. Daarna kwam ik in een impasse terecht, vanuit een soort angst die ik bijna nooit bewust voelde, maar die blijkbaar wel in mijn lijf zat. Beroepsmatig rommelde ik maar wat aan; ik was leraar maar haalde daar geen bevrediging uit, terwijl ik in mijn achterhoofd altijd al het gevoel had dat ik iets met boeken wilde doen. Mijn schrijverschap is begonnen vanuit die onvrede. Er was een prachtige jeugd, er was een breekpunt en het soort mens dat ik daarna geworden was, een melancholische man. Dat wilde ik op een rijtje zetten. Mijn moeders dood is in zekere zin het begin geweest van mijn schrijverschap.’’

Denk je dat je geen schrijver was geworden als zij niet was gestorven?

‘‘Er is een kans dat mijn moeders ziekte erfelijk is, dus ik heb sinds haar dood een gevoel van haast gehad. Het heeft me doen beseffen dat als het leven zo kort kan zijn, het betekenis moet hebben wat ik hier doe. Ik kon mij gewoon niet meer voorstellen dat ik bij een bedrijf zou werken dat plastic onderdeeltjes maakt voor een tv. Veel banen zijn vooral tijdverdrijf, die raken niet aan de essentie van dingen. Met schrijven raak ik aan de essentie van mezelf, mijn eigen gevoelens en daarmee aan iets universeels. Dat ervaar ik als zinvol. Elke schrijver begint denk ik in eerste instantie voor zichzelf met schrijven, maar het is voor mij een eyeopener geweest dat wat ik schrijf ook anderen kan beroeren. Ik had nooit verwacht dat ik dat zou bereiken.’’

©Marc Brester/AQM
©Marc Brester/AQM

Je drie romans vertonen een sterke verwantschap. Steeds draait het om een gebeurtenis die een breuk teweegbrengt in het leven van de hoofdpersoon en hem, symbolisch gezegd, uit het paradijs verstoot, terwijl het de vraag is in hoeverre hij wel of geen schuld aan die gebeurtenis draagt. Ook Leon voelt zich schuldig, of in elk geval verantwoordelijk voor de situatie van Elsie.

‘‘Ik heb in het midden gelaten of Leon schuld heeft. Komt het doordat Leon roept dat zij achterovervalt of valt zij terwijl hij roept? Of hij schuld heeft of niet, hij vóélt zich in elk geval schuldig.

Door deze gebeurtenis en de dood van zijn moeder raakt hij zijn onschuld kwijt. Als over bepaalde dingen niet wordt gepraat, kunnen ze iemand z’n leven lang blijven achtervolgen. Vanaf het moment dat Leons moeder is overleden, wordt er met geen woord meer over haar gerept. In dorpsgemeenschappen zoals in Zeeuws- en West-Vlaanderen gebeurt dat niet. Nooit heeft iemand mij even apart genomen na de dood van mijn moeder. Mijn vader en tantes hebben nooit meer over haar gesproken. Voor mij was ze er echter altijd. Overal. In het keukenkastje, in de taart, in de boeken die ze had gelezen. Haar schort heeft jarenlang nog op dezelfde plek gehangen, achter de deur.

Waar dat schuld-boetethema precies vandaan komt, weet ik niet. Voel ik mij schuldig aan de dood van mijn moeder? Nee, ik geloof het niet. Ik heb niets te maken met het feit dat zij kanker heeft gekregen. Ik vermoed dat het vooral te wijten is aan de invloed van de katholieke kerk, die in het dorp waar ik opgroeide ook in de jaren tachtig nog voelbaar was. Wij hadden geen gemengde klassen. Als de priesters op school kwamen, moesten we recht staan en buigen. Voor de les gingen we naar de kerk en eens in de zoveel maanden moesten we in de biechtstoel verzinnen wat we allemaal verkeerd hadden gedaan om daarna de absolutie te verkrijgen.’’

©Marc Brester/AQM
©Marc Brester/AQM

Opvallend is dat je romans steeds minder Vlaams zijn geworden, soberder en ingetogener. Het bloemrijke Vlaams heeft plaatsgemaakt voor ingetogen, afgemeten zinnen waarmee je je hoofdpersoon heel precies uittekent.

‘‘Ik heb geen zin om te choqueren door bijvoorbeeld expliciete seks- of geweldsscènes te schrijven. Mijn werk is ingetogen en emotioneel beladen, en met weinig woorden kun je toch veel diepgang bereiken, misschien zelfs wel méér dan met zinnen vol bijwoorden en adjectieven. Met De man die haast had ben ik gegroeid als schrijver, vind ik. Ik heb geleerd mijn stijl af te stemmen op het thema. Als ik in dit boek zo bloemrijk en barok had geschreven als mijn eerste roman, had dat niet gepast bij Leon. Ik heb mijn taal en stijl aangepast aan de zwijgzaamheid van Leon en zijn stille, stugge omgeving.

De hoofdpersonen in de eerste drie boeken zijn eigenlijk Jan Vantoortelboom. Nu wordt het tijd om naar buiten te treden. Ik wil niet in het hokje terechtkomen dat Vantoortelboom altijd schrijft over algemene ellende en verdriet. In mijn volgende boek bewandel ik andere wegen. Er komt een beetje meer avontuur in, een beetje meer humor. Ik wil iets groters opzetten. Meer actie en reactie. De ruwe lijn staat al: het speelt zich af begin jaren twintig van de vorige eeuw en de hoofdpersoon is een man die de Red Star Line neemt van Antwerpen naar Amerika. Hij komt in Zuid-Ierland terecht, in de tijd dat de IRA opkomt, en raakt tegen wil en dank betrokken in een oorlogssituatie. Op de boot wordt hij overvallen. Dat is een gewelddadige scène. Bij het schrijven van zulke scènes luister ik naar ruigere muziek, Eminem bijvoorbeeld, om het gevoel van agressie en woede op te wekken. Ik werk intuïtief. Drijf mee op een golfbeweging en als het water weer stil is, stop ik. Het leidt er wel toe dat ik ook in het dagelijkse leven een beetje te veel in een roes leef. Daar moet ik voor oppassen.’’

Wat is daar het probleem van?

‘‘Ik zit te veel met mijn gedachten elders. Dan roepen mijn kinderen me al vijf minuten en hoor ik gewoon niks. Dat kan niet. Bij mijn eerste boek was het echt problematisch. Dan reed ik de school voorbij met de kinderen nog op de achterbank en moesten ze me aan mijn jasje trekken: papa, de school is daar! Of zat ik drie uur te vroeg bij de tandarts. Ik was obsessief met m’n boek bezig. Gelukkig is dat beter nu. Als ik de deur dichttrek van mijn schrijfhuis, dan is ie ook dicht. De haast is verdwenen. Soms voel ik nog: stel dat het niet afgeraakt voordat ik doodga. Maar zelfs daar kan ik me bij neerleggen. Ik heb drie romans gepubliceerd, gedaan wat ik wilde doen. Ik heb rust gevonden.’’

Jan Vantoortelboom – De man die haast had. AtlasContact, € 17,99

©Marc Brester/AQM
©Marc Brester/AQM