Het is, zo in zijn gewone kloffie, een vrolijke, spontane jongen die me tegemoet loopt in de hotellobby waar we hebben afgesproken. Jeremy Dutcher de Canadese zanger die dit jaar een van de hoofdgasten is van het Amsterdam Roots festival, vertoont nauwelijks sporen van de jetlag die hij ongetwijfeld moet hebben overgehouden aan zijn vlucht, die een paar uur eerder is aangekomen. Hij is energiek en gefocust.

Dit is de vertaling en transcriptie van het interview dat hier te beluisteren is:


Eenmaal in het restaurant van het Muziekgebouw aan het IJ geniet hij, zoals iedereen eigenlijk, van het uitzicht over Amsterdam. Ik besluit hem te verrassen met een begroeting in zijn eigen taal. Want Jeremy Dutcher mag dan Canadees zijn met een achternaam die afgeleid is van Deutscher, zijn moeder is van inheemse origine. Dutcher is half Wolastoqiyik en hij heeft zijn carrière in dienst gesteld van het doen herleven van die taal. Dus, daar ga ik:

Dan Kahk ula Kil, Jeremy!

‘Dan Kahk ula Kil! Het gaat heel goed met me. Eigenlijk vertaalt dit zich naar: Ik ben één met mijn geest’. Oké, dus zo zeggen we: ‘Hoe gaat het met je’. Zo zullen we vaak reageren: ‘Ik ben één met mezelf’. Ik zou dus ook dit zeggen: ‘Ik ben erg blij hier te zijn, de zon schijnt hier op de Amsterdamse pier, ik kijk naar het mooie water en praat met je. Ik vind het leuk om hier te zijn.’

Jeremy Dutcher, we hebben net onze eerste uitwisseling gehad in een taal die volgens sommigen bijna uitgestorven is.

Ja. We noemen onze taal ernstig bedreigd. Er zijn nog minder dan 100 goede sprekers over. Veel mensen in Canada, in de media in ieder geval, hebben het over een stervende taal, maar ik praat er niet zo over. Het is contraproductief. Juist in de afgelopen 20 jaar hebben we een enorme explosie van bronnen, boeken en platen, muziek gehad. We zijn nu onze eerste school aan het bouwen. Dus we doen veel werk om ervoor te zorgen dat onze taal wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Mijn werk en mijn muziek maken daar zeker deel van uit.

Dus laten we het over jou hebben. Je bent niet begonnen als moedertaalspreker.

Ik heb het altijd horen toen ik opgroeide. Mijn moeder en mijn oma mijn tantes aan die kant van de familie, spreken allemaal de taal, dus het was er thuis altijd, maar omdat ik en mijn vader dat niet deden, hij was Engelssprekend, kwam het  niet verder dan ‘Dank je wel’, ‘ga dat alsjeblieft halen’, ‘doe dit’. Het was pas zes of zeven jaar geleden dat ik besloot dat het voor mij belangrijk was om deze raak beter te kennen. Sindsdien heb ik er altijd aan gewerkt om dat getij van taalverlies om te keren, want dat kwam niet uit het niets.

Het is binnen één generatie gebeurd. 

Toen mijn moeder jong was sprak iedereen de taal. Binnen één generatie is dat 180 graden omgedraaid. Het is niet alleen raar. Het is opzettelijk. Het is heel bewust. Kinderen werden uit lokale scholen gehaald en op christelijke scholen gezet. De straf voor het spreken van je eigen taal in die scholen was niet een slecht cijfer of schorsing. Je kreeg lijfstraf..

Wij maar denken dat Canada een verlicht land is.

En in sommige opzichten zijn we dat ook. Ik denk dat als je ons met onze buren vergelijkt, we veel goede pers krijgen. Maar is dat hoe we onze goedheid willen meten, aan hoe slecht onze buren het doen? Of willen we meer bereiken? En ik denk dat ik daarom graag het ware verhaal van Canada wil vertellen. Veel mensen, vooral in de internationale gemeenschap, hebben een erg gekuiste kijk op onze geschiedenis. Ook in Canada komen veel Canadezen nog maar net dat inzicht.

Ik heb een persoonlijke reis gemaakt om die taal terug te nemen. Met mijn moeder kan ik nu spreken en we sms’en in onze eigen taal. We hebben nu een geschreven taal. Die hadden we niet. Vroeger gebruikten we deze pictogrammen. Ik laat alleen alle tatoeages op mijn lichaam zien die van het oude schrijfsysteem zijn. Zo zouden we onze verhalen vertellen.

Dus dat ding op je arm?

Dit betekent ‘de vrouw van de oostelijke deur’ of ‘de dageraadvrouw’. Ik heb deze tatoeage genomen om een paar redenen, waarvan de minste is dat onze gemeenschap matriarchaal is. We hebben veel respect voor onze vrouwen. Mensen vergeten dat vaak. Vooral Engelssprekende mensen in de westerse wereld zijn daarvan vervreemd. De afgelopen duizend jaar patriarchale geschiedenis heeft de zaken veranderd, dus dit is mijn herinnering dat wij altijd anders zijn geweest.

We hebben wel een opperhoofd in de gemeenschap en veel buitenstaanders denken dat die de top is. Maar er is daarboven nog een heel ander bestuursniveau. Zij worden de clanmoeders genoemd. Zij beslissen. Het opperhoofd luistert alleen maar. Zijn enige taak is uit te voeren wat de clanmoeders willen.

Matriarchaat

Ik denk dat er nu een omslag moet komen en dat doen we in onze eigen gemeenschappen, dat wil zeggen: van de koloniale stijl van patriarchale regeringen teruggaan naar onze oude traditionele manier van doen, waarbij het altijd ging om de vrouwen die voorop liepen. Dit is slechts een klein voorbeeld van hoe anders het is.

We hebben nu een schrift. Mijn generatie is de eerste generatie die we geschreven taal heeft. We zijn een heel eind op weg om die taal te behouden en te beschermen. Dat is een groot deel van mijn reis geweest als kunstenaar en muzikant.

Laten we teruggaan naar het begin. Je bent opgegroeid in deze gemeenschap. Was het een grote stad?

Veel van onze inheemse gemeenschappen leven in wat we reservaten noemen. Ik ben ertussenin opgegroeid. Ik leefde in de stad. In New Brunswick. Dat is het oostelijke deel van wat het vandaag de dag Canada heet. Ik groeide op in zowel het reservaat en de stad. Ik ging altijd heen en weer, wat een interessant perspectief bood. Je krijgt beide te zien. Niet veel mensen hebben dat.

Waarom ging je heen en weer?

Vanwege mijn moeder. Daar kwam ze vandaan. Ook al wilden mijn ouders ons naar school brengen in de stad omdat er mogelijkheden zijn. Er is daar muziek, er is sport en theater. Alle buitenschoolse dingen bestonden niet op het reservaat. Mijn moeder wilde dat we onderwijs kregen in de stad, maar elke zomer gingen we terug omdat het voor haar heel belangrijk was dat we begrepen waar we vandaan kwamen en wie we zijn als inheemse bevolking.

Hoe ben je een klassieke zanger geworden?

Dat was een reis. Ik ben niet begonnen als een klassieke zanger. Ik wist niets van klassieke muziek totdat ik op de middelbare school zat. Ik was geïnteresseerd in theater. Ik ben de jongste van vier broers. De broer net boven me auditeerde voor de middelbare schoolmusical en hij kreeg een grote rol in de musical. Ik zag hem op het podium en ik dacht: ‘Dat zou leuk zijn. Dat wil ik proberen’.

Klassieke walging

Het jaar daarop auditeerde ik ook en werd aangenomen. Ik kreeg steeds grotere rollen en kreeg ook meer vertrouwen in mijn eigen stem. Ik nam zangles. Ik vroeg aan mijn lerares hoe ik dat naar een hoger niveau kon brengen. Ze zegt: ‘klassiek. Heb je aan klassieke muziek gedacht?’. Ik wist er niets van. Dus ik begon te studeren en ze bracht veel boeken en muziek voor me mee. Daarna ging ik naar de universiteit om voor operazanger door te leren. Daar kwam ik veel dingen tegen die ik heel mooi vond en veel dingen die ik walgelijk vond.

Zoals wat?

De manier waarop klassieke muziek muren om zich heen zet en zichzelf boven alle anderen stelt. ‘Doe je das om’. De manier waarop ik muziek wilde maken en de manier waarop ik muziek wilde ervaren, was juist als onderdeel van de collectiviteit die ik kende uit mijn jeugd met mijn tradities als inheems persoon. Muziek ging altijd over samenkomen en delen in de muzikale ervaring. Dus toen ik naar het conservatorium ging, was het alleen maar: je staat op, je zingt je lied, iemand gaat je iets vertellen over hoe je het niet helemaal goed deed en dan voel je je slecht. Ik wilde me niet slecht voelen over muziek omdat muziek voor mij de mooiste menselijke expressie is.

Wasrollen

Dus besloot ik dat ik mijn eigen weg wilde gaan. Ik wilde mijn eigen inheemse persoon in de klassieke sfeer brengen. Ik bracht de dingen die ik op school leerde samen met de melodieën die ik van jongs af aan kende. We kennen allemaal die liedjes die we altijd zongen toen we opgroeiden. Toen vertelde een ouder lid van mijn gemeenschap me over de opnamen op wasrollen, veldopnames van 100 jaar geleden, die bij mijn voorouders werden verzameld. Geen van de mensen van mijn leeftijd en jonger wist daar iets over. Ze waren verloren, want 100 jaar geleden zijn ze opgeborgen in een museum, duizenden kilometers verderop. Hoe kunnen de mensen daar toegang toe krijgen? Hoe gaan we dat in stand houden? Dit hele project, het hele doel van mijn werk was om die archieven terug te brengen naar de mensen.

Het is een reis die ongeveer zes jaar geleden begon, toen ik voor het eerst naar het museum ging om onderzoek te doen en vervolgens muziek te componeren rond die melodieën. Het culmineerde in het album Wolastoqiyik Lintuwakonawa, dat betekent De liederen van de mensen van de schitterene rivier. Ik heb ze naar voren gehaald en de ontvangst bij mijn mensen, uit mijn gemeenschap is zó mooi geweest. Ze zijn zó opgewonden. Ze zien onze cultuur graag in de publieke media en in het publieke debat.

Verdomde Italianen

Het beeld is altijd al onauthentiek geweest. In die westerse films waren dat verdomde Italianen! Ze hebben niet eens onze mensen zover gekregen dat ze die verhalen konden vertellen. Wat er nu gebeurt in Canada en in Amerika is dat de inheemse bevolking, haar eigen verhalen vertelt. De mensen vinden het prachtig om onze muziek in onze taal te horen. Nu zijn er zelfs enkele films. Er is een echte golf van activiteit en van nieuw materiaal in de inheemse taal. Dit is echt geweldig. De mensen zijn daar echt enthousiast over.

Ik heb nooit gedacht dat een moderne beschaving erin slaagde om binnen de tijd van één generatie een bijna volledige beschaving uit te roeien.

Nee, ze hebben niets uitgeroeid. We zijn er nog steeds en we worden steeds sterker. We hebben onze eigen taal, we hebben een woordenboek. Er zijn boeken die in onze taal worden gemaakt en dus zijn we nu in een strijd verwikkeld.

Hoe reageert mainstream Canada hierop?

Dat kan me niet schelen. Ik maak me niet echt zorgen over hoe iemand buiten mijn gemeenschap over dit werk denkt. Er is een zin in mijn taal die altijd de leidraad was voor mijn werk: ‘Al mijn mensen, dit is voor jullie’. Dit was een leidraad voor mijn project. Iedereen hier buiten, iedereen in Canada, iedereen in Nederland, of iedereen over de hele wereld: ik nodig ze uit om getuige te zijn van dit gesprek dat ik heb met mijn gemeenschap. Maar uiteindelijk gaat het om dat gesprek. Je kunt het komen bekijken, maar ik praat alleen maar met mijn mensen.

De ontvangst is goed geweest.

Die aandacht die dit project heeft gekregen was nooit het doel. Ik ben echt gefocust op wat ik met deze muziek wilde doen, namelijk hem uit de archieven halen en teruggeven aan mijn mensen. Als het me uiteindelijk lukt, is dat een succes. Ik heb een paar dagen geleden nog een video gekregen van jonge dansers die een dans op mijn muziek hebben gechoreografeerd. Die muziek leefde ooit ver weg van de mensen, lag op de plank, en nu werkt hij. Dit is voor mij de enige maatstaf voor succes waar ik om geef.

Zoals de vogel vliegt

Onze woorden en onze taal komen voort uit het land. Dus het woord voor een vogel klinkt als hoe een vogel vliegt: Cizik. Daar zit beweging in. Hij is zo verbonden met het land. Er zou geen scheiding mogen bestaan tussen het land en de taal. Ze zijn zeer nauw met elkaar verbonden. Mijn album is goed ontvangen, maar voor mij maakt het niet zo veel uit. Het enige doel was dat mijn mensen het hoorden. Ik wil nooit iemand uitsluiten. Daar gaat mijn werk niet over. Ik nodig uit, maar wil ook direct zijn over met wie ik wil praten. Daarom heb ik dit album niet vertaald. Het is allemaal in mijn taal en er is geen vertaling bijgevoegd. Dit was de beste manier om ervoor te zorgen dat ze wisten dat het voor hen was en voor niemand anders.

OKÉ.

Ik hoop dat dat duidelijk is. We moeten terug naar de situatie waarin we geen muziek voor de markt maken. We maken geen muziek om geld te verdienen. Zodra je iedereen wilt aanspreken, ben je het kwijt. Ik ben graag heel direct over mijn intentie, voor wie het is wat ik doe. En daarom was die zin ‘O, mijn volk, dit is voor u’ zo’n belangrijke wegwijzer.

Wat zijn je inspiratiebronnen? Ik herkende een beetje van Anoni.

Als zanger ben ik geobsedeerd door de stem. Niet zoals de popstemmen die je op de radio hoort, maar een unieke stem. Dat is voor mij een verhaal. En dus mensen als Anoni, mensen als Jeff Buckley of Buffy Sainte-Marie, of Nina Simone.

Rufus Wainwright? 

Oh mijn God Rufus Wainwright. Ja. Al die ongelooflijke stemmen. Ik heb nooit geprobeerd om mezelf naar hen te modelleren, maar er zit een vrijheid in hun stem. Het zijn stemmen die ontketend zijn omdat er geen grenzen zijn aan hoe ze zich uitdrukken. En er zit zo’n bereik in: grote luide tonen, zachte en gevoelige tonen. Dat is wat ik wil horen en daar wil ik de woorden bij kwijt.

Vijf noten

Die popzangers die vijf noten zingen en dat is het dan? Het is als: wat vertel je me nu? Deze muziek is een beetje leeg. Ik ben nooit bang om de uiterste regionen van mijn stem te gebruiken, ook al klinkt dat niet leuk. Het kan me eigenlijk niet schelen, want dat is gewoon menselijk. Dat is de menselijke natuur. Ik zoek dat op. Opera leerde me hoe je moet ademen om die noten te kunnen zingen. Het is een heel bepaalde vorm van zingen, maar ik neem alle tijd om van die lessen klassieke muziek te nemen wat ik wil en ik vergeet de rest. Ik bedoel: het eigenbelang, die lange geschiedenis van muzikale kolonisatie die zich over de wereld heeft verspreid. Ik neem de schoonheid die ik zie, Hoe die melodieën zijn, en gooi datgene weg wat niet goed is.

De inheemse liederen hebben een utilitaire oorsprong. Een kanolied is een lied dat je zingt terwijl je roeit in een kano. 

De liederen hebben een doel, en het is allemaal verbonden met een actie. Dus als ik een kanolied zing, zing ik dat als ik de rivier af ga. En daarom is het uiteindelijk zo belangrijk om deze nummers terug te brengen, want als we de nummers terugbrengen, brengen we meer terug dan die muziek. We brengen een hele levensstijl terug, die verbonden is met ons land van herkomst. De overheid en de kerk en al deze mensen proberen ons al heel lang van dat land te halen. En wat muziek doet is: het dwingt ons om terug te gaan en te zeggen dat we hier al heel lang wonen. Canada mag dan 150 jaar oud zijn. Dat is schattig. Maar we hebben pijlpunten van 13000 jaar geleden in ons gebied ontdekt. Dus wat is 150 jaar? Onze liedjes weerklinken al duizenden en duizenden en duizenden en duizenden jaren in die vallei.

Hoe snel is het met het taalgedoe veranderd? 

Daarom ben ik zo serieus. Als we een taal verliezen, verliezen we niet alleen woorden. Taal is niet meer dan onze manier om ideeën over te brengen. Die ideeën zijn echt belangrijk. Als we door een straat lopen en we zien een stel bomen en je zegt: kijk, een boom. Dus je ziet misschien wel bomen. Wat ik zie is keqsimusiyik. Voor mij is dat een boom-wezen. Het is geen ding. Een boom is geen dood ding dat we gaan kappen. Het is een spiritueel wezen waarmee we een relatie hebben.

Catastrofe

Als inheemse mensen hebben we ons altijd op een andere manier door de wereld bewogen. Een die elk levend wezen respecteert en de mens niet boven welk ander mens dan ook stelt. We zijn allemaal verbonden. Daarom is het zo belangrijk om ervoor te zorgen dat onze talen zich blijven ontwikkelen. Het is het tegengif voor elk probleem dat we nu hebben, met de ecologische catastrofe om de hoek. Wij zijn de mensen van de aarde, de inheemse bevolking die de weg vooruit zou moeten wijzen, omdat wij  al heel lang naar het land hebben geluisterd. Het is het antwoord op de milieucatastrofe, het is het antwoord op al deze verschillende problemen die we in onze samenleving zien. Ik denk dat er een antwoord ligt in de inheemse manier van leven. We maken er nu grapjes over. We bagatelliseren het, omdat we allemaal zo bang zijn als de pest. Maar dan is het te laat.

Een van de voorwaarden om een taal tot bloei te laten komen is dat hij zich kan aanpassen. Ontwikkelt jullie taal zich?

Absoluut. Taal evolueert altijd. Taal zit nooit vast in een moment en dus denk ik dat taal gewoon is wie we zijn. Het is onze manier van uitdrukken. Inheemse mensen zijn moderne mensen. Nee, we leven niet meer in tipi’s.

Maar de moderniteit kwam met Engels en dan moet je Engels spreken en kun je nieuwe woorden maken voor nieuwe dingen. Doe je dat ook in je eigen taal? 

Zeker. Maar het is nu wel cool, want we maken woorden voor zoiets als chips. We hebben nooit een woord gehad voor chips. Nu zeggen we: ‘Het is het ding dat uit de aarde komt dat je heel dun snijdt’. Dat is wat het betekent. Of we zeggen gewoon chips. We lenen woorden en combineren ze. Er zijn talloze woorden die we niet hebben, dus we lenen gewoon wat we nodig hebben en laten de rest liggen.

Zoals met je muziek. 

Precies, het is allemaal met elkaar verbonden.

Nu ben je een succes.

Nou en? Succes betekent dat je optreden betekent dat er veel mensen komen en dat het mijn broodwinning is. Je kunt je brood verdienen, het was misschien niet je doel, maar het is een realiteit.

Iets anders: ik was net in je hotel en ik vroeg een begeleider waar je zou zijn en ik kon het niet in het Nederlands vragen omdat de mensen allemaal Engels spraken.

Ze spraken geen Nederlands?

Nee. 

Hoe voel je je je als Nederlander op je eigen plek?

Vervelend.

Zo voel ik me elke dag weer. Ik ben in mijn eigen land en ik moet jouw taal spreken. En het is meestal Engels. Het is de geschiedenis van de kolonisatie. Het is de monocultuur die al die andere culturen in zich opneemt. Ik denk dat je dat gevoel heel goed begrijpt.

We kunnen er de hele dag gefrustreerd over zitten zijn, maar we kunnen nu ook in dezelfde taal over onze emoties praten. 

En toch is er nog steeds iets dat we nooit van elkaar zullen weten. Iets wat tussen het Nederlands en het Engels onuitsprekelijk is. Er zijn dingen die we nooit tegen elkaar kunnen zeggen. En daarom is het belangrijk om deze tradities levend te houden en te houden, omdat onze talen die representatie zijn van wie we zijn.

Dus wat ga je hierna doen?

Ik heb niet alle wasrollen uit het museum op deze plaat gebruikt. Ik heb een stuk of elf liedjes uitgezocht en mijn interpretatie van die liedjes gemaakt. Er zijn er nog steeds meer dan honderd over. Dus ik kan  nog drie albums maken op basis van het archief. Maar dat ga ik niet doen.  Ik denk dat het heel makkelijk zou zijn om me als ‘de archiefvormer’ in een hokje te laten plaatsen. Mijn toekomstige werk? Ik blijf de verhalen vertellen, want er zijn zo weinig inheemse mensen geweest die deze grote enge wereld zijn binnengedrongen en hebben gesproken over onze cultuur, onze taal, ons land.

Engels

Wij zijn de eerste generatie die een geschreven taal heeft. Ik werk aan boeken om bronmateriaal in mijn taal te creëren. Dingen buiten de muziek om. Maar ik werk ook aan een tweede album. Een deel ervan is in het Engels. Ik schrijf in het Engels en vertel verhalen aan een groter publiek. Maar ook nog wat materiaal in mijn taal. Er zijn zoveel verhalen waar nog niet over nagedacht is. Veel van de verhalen die wij als inheemse verhalen beschouwen, komen van buitenaf.  Het Duitse voorbeeld is zo klassiek.

Karl May?

Ja, ik durf eigenlijk niet naar Duitsland te gaan. Er zijn daar een heleboel mensen, ze noemen het hobbyisten en het zijn Duitse mensen, maar in het weekend kleden ze zich als indianen en doen ze pow-wows. Ik wil dat echt stoppen en tegen ze zeggen: je niet weet wie we zijn. Want Karl May is zelfs nooit naar Noord-Amerika geweest. Het was allemaal verzonnen en dit wordt het dominante idee van wie we zijn. Nee, dat is niet goed.

Boventitels

Mijn volgende project gaat over het vertellen van authentieke verhalen over wie we zijn en als dat betekent in onze taal dan is dat wat het gaat worden. Zoals bij opera, mensen verstaan de taal niet, maar toch raken ze ontroerd. Ze krijgen een verhaal te horen en ze lezen de ondertitels niet. Misschien vangen ze hier en daar een woord op, zodat ze de context kunnen snappen, maar er is iets in muziek dat de taal overstijgt. Het staat boven de taal omdat muziek mensen kan ontroeren zonder dat ze het begrijpen. En dit is iets wat ik overal ter wereld heb gemerkt. Ik zing dezelfde liederen en toch komen mensen in elke taal naar me toe en zeggen ze: ‘dank je wel’. Het ontroerde me. Zolang ik weet dat ik de intentie die ik aan de muziek geef en die ik er op de markt breng, zal het zich verbinden met mensen.

Ik maak me geen zorgen over toegankelijkheid en zorg ervoor dat ik in het Engels zing zodat ik te verstaan ben. Als ik in het Engels wil zingen, zal ik in het Engels zingen. En daar is een heel goede reden voor. Maar pas dan zal ik het doen. Bij deze laatste plaat zeiden sommige mensen: ‘Nou, vind je dat je er wat in het Engels moet doen? Als ik geroepen ben om het te doen, zal ik het ook doen. Ik maak hier niets van om op de radio te zetten of om succes te creëren.

Misschien is het aanstekelijk. Worden meer mensen nu zelfbewust?

Mijn werk maakt deel uit van een beweging waarin de inheemse bevolking terugneemt wat ons werd afgenomen: onze talen en onze liederen en onze verbondenheid met het land. De geschiedenis van de kolonisatie van Noord-Amerika is een korte geschiedenis. Ik kan hier zitten en ik kan Engels met je spreken en ik kan ook goed schrijven. Maar ik denk dat we ons realiseren dat hoe meer we dit soort West-Europese manieren van denken overnemen, hoe meer we iets opgeven.

Er zijn nu veel jonge mensen die zeggen dat we onze taal niet willen verliezen in onze liedjes. Dat is wie we zijn, en dat is wat we altijd al zijn geweest. Er zijn nu veel mensen die weer muziek maken in hun taal die ik echt mooi vind. En dan zullen we zien waar het heen gaat. Er zijn meer dan 250 volken in wat wij Canada noemen. Wat wij als inheemse muziek beschouwen, breidt zich steeds verder uit. Toen ik opgroeide kende ik één inheemse zangeres, Buffy St. Mary. Ze zingt voornamelijk in het Engels, maar die ene vertegenwoordiging stelde me in staat om te denken dat ik het misschien ook wel zou kunnen doen. Nu kijk ik naar alle andere jonge mensen, die het op hun eigen manier doen. Zoals hoe zit het met de generatie die zij op zullen voeden. Ik denk dat we in de komende generaties iets heel moois kunnen verwachten, terwijl we onze verhalen blijven vertellen en onze liedjes blijven zingen.

Jeremy Dutcher speelt op 10 juli in het BIMHuis. 

Met jouw bijdrage komen we ergens!

Cultuurpers doet het anders. Wij ontvangen geen subsidie, plaatsen geen rare advertenties, doen niet aan betaalmuren. Onze verhalen, die je nergens anders leest, zijn mogelijk dankzij gulle donaties van lezers (en onze leden). Laat je waardering ook blijken, en maak onafhankelijke cultuurjournalistiek mogelijk!
PS: Je kunt natuurlijk ook lid worden.
    (Je gift komt rechtstreeks ten goede aan de auteur.)
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.