In 1988 kwam Calliope Tsoupaki (1963) vanuit Griekenland naar Nederland om compositie te studeren bij Louis Andriessen. Precies 30 jaar later werd ze aangesteld als ‘Componist des Vaderlands’. In die hoedanigheid componeerde ze al enkele hoogst actuele stukken. Toen op 15 april de Notre Dame de Paris in brand vloog klom Tsoupaki meteen in de pen. Vijf dagen daarna klonk de wereldpremière van Pour Notre Dame, uitgevoerd door Jan Hage op het orgel van de Dom in Utrecht. Dit jaar is ze festivalcomponist bij November Music. Hiervoor componeert ze het traditionele Bosch Requiem, dat op Allerzielen in première gaat.

In de afgelopen drie decennia is Tsoupaki uitgegroeid tot een van de belangrijkste componisten in ons land. In tegenstelling tot andere leerlingen van Louis Andriessen omarmde zij niet diens percussieve, op contrasterende muziekblokken gebaseerde stijl, die als ‘Haagse School’ furore maakte. In plaats van haar composities te kneden uit een amalgaam van minimalisme, jazz, populaire muziek en modern-klassiek, zoekt Tsoupaki inspiratie in haar persoonlijke achtergrond. Ze weeft een eigen stijl uit muzikale tradities van Griekenland en het Midden-Oosten én oude en nieuwe Europese muziek. Haar werk heeft een haast archaïsche, tijdloze schoonheid.

Dood als drempel

Ook qua thematiek verloochent Tsoupaki haar Griekse wortels niet. Al in 1993 gooide zij hoge ogen met Orphic Fields, later volgden succesvolle oratoria als Lucas Passie, Maria en Oidípous. Afgelopen oktober klonk in de NTRZaterdagMatinee de wereldpremière van Salto di Saffo voor panfluit, blokfluit en orkest. Dit dubbelconcert is rechtstreeks geïnspireerd op haar eigen leven. Toen ze in 1988 naar Nederland kwam voer haar boot langs de plek waar de vermaarde dichteres van de rotsen zou zijn gesprongen.  Zoals ook Tsoupaki zich in het diepe stortte door haar vaderland te verruilen voor een onbekende omgeving.

Voor het Bosch Requiem putte ze opnieuw uit haar Griekse achtergrond. ‘Ik wilde geen klaagzang maken in de traditie van de Latijnse Requiem Mis’ zegt ze hierover. ‘Daarin wordt de dood als iets onherroepelijks gezien, maar voor mij is hij meer een drempel, een overgang naar het onbekende. Daarom koos ik voor de titel Liknon, wat zoiets betekent als “schommelwieg”. Dat vind ik een mooi beeld van de ongrijpbare positie tussen leven en dood.’

Schoonheid in duisternis

Twee iconen waren leidend tijdens het componeren, vertelt Tsoupaki enthousiast. ‘Afgelopen zomer was ik op het Griekse eiland Kythira. Daar zag ik het icoon Panagia Myrtidiotissa, waarop het gezicht van Maria compleet is vervaagd tot een zwarte vlek. Volgens de mythe zou deze beeltenis gevonden zijn in brandende mirtestruiken, vandaar ook zijn naam, Madonna van de mirte.’

‘Ik vind het enorm ontroerend, alsof honderden jaren Mariaverering in dat zwarte gezicht zijn samengebald. Het heeft een ongekende diepte, je kunt er zoveel achter vermoeden, er je eigen gedachten, hoop en vrees op projecteren. Voor mij symboliseert het schoonheid in de duisternis.’

Daarnaast werd ze geïnspireerd door een icoon van Theofanis uit 1392 over de Hemelvaart van Maria. ‘Zij ligt op haar sterfbed, omringd door de 12 apostelen en haar zoon Jezus. Hij torent hoog boven haar uit en draagt zijn moeder als baby op de hand. Hiermee is de cirkel rond: leven en dood zijn eigenlijk één, een troostrijke gedachte.’

Countertenor als vleesgeworden ongrijpbaarheid

Misschien nog wel mooier vindt ze het icoon van El Greco uit de zestiende eeuw. ‘Dat heeft een aangrijpende gevoelsexpressie, die eigenlijk haaks staat op de traditie van iconen als neutraal geloofsobject. Maar het past wonderwel bij de Marialiederen van de Kretenzer monnik Agapios Landos (1580-1656), waaruit ik verzen gebruikt heb. In mijn compositie laveer ik ook tussen objectiviteit en hartstocht. Het is een muzikaal gebed aan moeder Maria in tijden van twijfel en nood.’

Tsoupaki schreef Liknon voor de tenor Marcel Beekman, de countertenor Maarten Engeltjes en diens barokensemble PRJCT Amsterdam. ‘Ik heb bewust gekozen voor twee hoge stemmen, vanwege hun engelachtige uitstraling. Bovendien is een countertenor de vleesgeworden ongrijpbaarheid: een ijle stem die je meevoert naar het hogere, hij beweegt zich op een drempel. Dat past precies bij wat ik met mijn stuk wil uitdrukken. Ook in de instrumentale begeleiding heb ik ernaar gestreefd die aarzeling, dat heen en weer bewegen te vangen.’

Vijfstemmig klank- en geurakkoord

Liknon is niet het enige stuk van Tsoupaki dat wordt uitgevoerd in November Music. Op 3 november klinkt een nieuwe versie van Narcissus, dat zij in 2013 in opdracht van het festival componeerde. ‘Het gaat over de jongeling die verliefd wordt op zijn eigen spiegeling in het water en daaraan uiteindelijk sterft. Op die plek ontsprong een bloem met een bedwelmende geur. Ik ontwierp het vijftonige Narcissusakkoord dat een contrapunt krijgt van een eveneens uit vijf lagen bestaand geurakkoord van Tania Deurloo. Samen dragen zij de hele compositie.’ Werden viool en piano – de twee ‘geliefden’ – in 2013 begeleid door alterego’s, nu opereren zij puur als duo.

In de pen zitten nog nieuwe solostukken voor de trompettist Eric Vloeimans en de blokfluitist Erik Bosgraaf. En, last but not least: als startschot voor het Bosch Requiem componeert Tsoupaki ook nog een nieuw ritueel koorwerk. Dit zal worden gezongen in de open lucht, door Bossche koren, bezoekers van het Requiem én alle aanwezigen op het plein van de Parade.

Tsoupaki: ‘Ik hoop dat we met zijn allen naar een andere wereld gaan glijden. – En natuurlijk ook weer terugkeren.’

Goed om te weten Goed om te weten
November Music, 1-10 November, Den Bosch
Meer info: https://novembermusic.net/
Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door een sponsor. De inhoud is onafhankelijk tot stand gekomen. De sponsor maakt die onafhankelijkheid mogelijk. Ook een verhaal sponsoren? Neem contact op!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.