Qua verwachtingsmanagement had ik het beter kunnen doen, gisteravond bij de opening van het 79ste Holland Festival. Regenbuien zouden te trotseren zijn, en deden in ieder geval bijzondere dingen met het schoeisel van de kleine honderd bezoekers die zich, met mij, hadden verzameld in het Amsterdamse Wertheimpark: geen pump te zien. Daar, op het grasveld voor het Auschwitz-monument, stelden we de app in waarmee we een levend orkestwerk zouden gaan vormen, in een lange mars naar Koninklijk Theater Carré.
Het gaat dit Holland Festival over ’empathisch luisteren’, en daar was ik helemaal klaar voor. Onze telefoons tot het laatste nokje volgeladen met verse stroom, begon krek om half acht het zachte zoemen van afzonderlijke instrumenten op de tientallen telefoons in onze groep. Die klanken waren op zeven verschillende startpunten te horen in de omgeving van Carré. Noten, gecomponeerd door de Amerikaans-Chinese componist en performer Huang Ruo, die zouden gaan versmelten met het geluid van de stad. Op deze regenachtige dag leek het of de zon nog net even door de wolken brak. Mindful to the max, sloot ik me aan bij de mensen die op weg gingen naar Carré.
Beregezellig
Wat een stille tocht van het Auschwitz-monument door de historisch beladen Plantagebuurt had kunnen worden, begeleid door een gedragen muzikale drone, werd een beregezellige wandeling waar iedereen enthousiast de vrienden van de vorige opening weer zag, wat noodde tot een levendig gesprek over de laatste vakantie, de nieuwe baan, het verse kleinkind. Het werd zo luid dat alleen nog strak aan het oor je eigen instrument hoorbaar was.
Je kunt het natuurlijk niemand kwalijk nemen dat het weerzien met vrienden belangrijker was dan een mindful wandeling op sacrale muziek langs de honderden struikelstenen waarmee de route geplaveid is, maar het knaagde wel een beetje. Eenmaal in de rij voor de ingang van Carré hadden de meeste bezoekers hun telefoon al uitgezet.
Mogelijk dat het bij een reguliere uitvoering beter zou werken: festivalopeningen, waarvan ik er bij het Holland Festival inmiddels bijna dertig heb meegemaakt, zijn meestal niet de gelegenheden waar de mensen komen voor de inhoud. Veel gasten zijn er omdat ze er hun rol als genodigde kunnen spelen.
Surround
Het programma zelf, dat begon met de orkestrale uitvoering van het werk dat we tijdens de wandeling hadden kunnen horen, was mooi genoeg, om stilte af te dwingen. De opstelling van het orkest, niet alleen op het toneel van Carré, maar ook op een paar plekken op de tribune, zorgde voor een mooi surround-effect, dat op straat niet mogelijk was gebleken.
Het was op het dramatische hoogtepunt allemaal wel wat wollig en vol, meer een wall of sound dan floating sounds zullen we maar zeggen. De individuele instrumenten gingen onder in het geraas. Dus misschien was mijn ervaring van de wandeling gewoon de bedoeling geweest? Zou zomaar kunnen. Huang Ruo is tenslotte best een genie.
Dat bleek ook tijdens de finale, die bestond uit een knettergek stuk vol Aziatische klanken en een optreden van de componist zelf als een vrolijk harlekijntje met onverstaanbare tekst.
Laurie Anderson
De meest warme herinnering bewaar ik echter aan het piepkleine verrassingsoptreden van Laurie Anderson. Ze had voor haar entr’acte na de openingsspeech van Emily Ansenk maar een paar minuten de tijd, maar meer ook niet nodig om met haar elektronica en empathische humor de zaal aan zich te kluisteren. Zo helder, zo zuiver, zo luisterrijk, dat ik na nog even de gruwelijk luidruchtige openingsborrel te hebben doorstaan, via de metro naar de trein zweefde en vergat om tussendoor in te checken.
De conducteur luisterde empathisch.



