Erik Voermans (1958) is zo iemand die opschrijft wat je zelf denkt, maar nooit publiekelijk zou ventileren. De muziekredacteur van Het Parool poseert graag als je argeloze buurjongen, die met verbazing naar de muziekwereld kijkt. Neem het fenomeen opera: ‘Dat is als iemand met een mes in zijn taas een half uur loopt te zingen dat hij doodgaat.’ Als hij de beroemde avant-gardist Pierre Boulez mag interviewen, vermeldt hij trouwhartig hoe opgewonden hij hierover is. En passant bekent hij diens naam jarenlang te hebben uitgesproken als ‘Boulée’, terwijl het toch echt ‘Boulèzuh’ moet zijn. Afgelopen donderdag 4 februari presenteerde hij Van Andriessen tot Zappa, een bundel met 129 artikelen uit de afgelopen vijfentwintig jaar.

Zijn aardse doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg imago ten spijt, is Voermans een man met kennis van zaken. Hij studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht, waar hij zelf vier jaar lang doceerde over hedendaagse muziek. Vanaf 1989 schrijft hij voor Het Parool. Als hij niet voor de krant onderweg is, speelt hij gitaar of componeert hij aan de computer, wat tot nu toe vier cd’s heeft opgeleverd. ‘Lovende recensies op aanvraag verkrijgbaar’, schrijft hij met typerende zelfspot achterin zijn boek.

Erik Voermans (tekening Paul van der Steen)
Erik Voermans (tekening Paul van der Steen)

In zijn inleiding windt de auteur er geen doekjes om: zijn muzikale liefde ligt bij het modernisme, dat hij rond zijn zeventiende ontdekte. Zijn grote held Frank Zappa zette hem op het spoor van vernieuwers als Stravinsky, Varèse en Webern, en dankzij een buurjongen (!) leerde hij ook Karlheinz Stockhausen kennen en waarderen. Hij is deze modernistische grondhouding altijd trouw gebleven, ‘want je kunt niet met je rug naar je eigen tijd gaan staan en altijd maar terugkijken’. Hij ziet met lede ogen aan hoe het modernisme inmiddels op zijn retour is: ‘Het dédain waarmee soms over modernistische componisten wordt gesproken is mij een gruwel.’

Hepie en Hepie

Voermans erkent dat componisten als Berio, Boulez, Xenakis, Carter c.s. ons geen licht verteerbare kost voorschotelen, maar dat gold ook voor Josquin des Prez en Ludwig van Beethoven. ‘Wie liever naar iets gezelligers luistert, kan altijd nog die grijsgedraaide single van Hepie en Hepie uit de kast halen.’ Het is juist een pre dat componisten ons uitdagen nieuwe klankwerelden te betreden en nieuwe ervaringen op te doen. Met instemming citeert hij Stockhausen: ‘Iets horen wat je nog nooit hebt gehoord. Durven dromen. De geest laten waaien.’ Daarom moet levende kunst ondersteund worden – zoals ook Beethoven zijn meesterwerken nooit had kunnen componeren zonder geldschieters.

Als muziekjournalist  heeft het overigens zo zijn voordelen de muziek uit eigen tijd te koesteren, ‘omdat levende componisten zich nu eenmaal makkelijker laten interviewen dan dode’. Nadelen zijn er ook, want de criticus die openhartig zijn niet al te enthousiaste oordeel velt, maakt makkelijk vijanden. Zo zegde Louis Andriessen zijn abonnement op na een hem onwelgevallige kritiek, leek Theo Loevendie hem na een ongunstige bespreking op zijn gezicht te willen timmeren en ‘ontvolgde’ Michel van der Aa hem op Twitter na een weinig positief oordeel over zijn Vioolconcert.

Veelal slijt het ongenoegen, maar soms leidt een overmaat aan eerlijkheid tot een voorgoed verstoorde relatie. Zoals bijvoorbeeld met Reinbert de Leeuw. Woedend over de publicatie van zijn biografie deed hij niet alleen ondergetekende als auteur in de ban, maar ook Voermans, die gewaagd had te schrijven dat De Leeuw zich in al zijn ophef ‘enorm [had] aangesteld’.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Thea Derks. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Thea Derks.

Zoet als marsepein

Ondanks dergelijke ervaringen laat de gedreven publicist zich er niet van weerhouden zijn  – vaak ongezouten – mening te ventileren, een eigenschap die ik zeer in hem waardeer. Zo noemde hij de repetitieve, tonale muziek van Ludovico Einaudi onlangs in het radioprogramma Kunststof nog ‘zoet als marsepein’. Maar hoe ondermaats of nietszeggend hij het werk van een componist ook vindt, hij zal deze altijd met respect tegemoet treden, zoals ook blijkt uit een in zijn bundel opgenomen interview met de Italiaanse publiekslieveling. Knap hoe hij zijn kritische oordeel over de muziek weet los te koppelen van de componist als mens. Dat is niet iedereen gegeven.

De ruim honderd interviews, portretten en recensies vormen samen één vurig en enthousiasmerend pleidooi voor de meer complexe eigentijdse muziek. Voermans steekt zijn bewondering daarbij niet onder stoelen of banken. Ontroerend is zijn beschrijving van Edgard Varèse, wiens radicale muziek je het ergste doet vrezen voor de mens, maar die in een gefilmde documentaire spreekt ‘vol stil vuur’ en blijkt te beschikken over ‘lieve hamsterwangetjes’. Als de interviewer vraagt of er een scheiding is ontstaan tussen publiek en muziek en Varèse snedig riposteert dat er nooit een huwelijk is geweest, noteert Voermans tevreden: ‘Zo, die zit.’

Omdat hij zijn held en leermeester Frank Zappa nooit persoonlijk heeft mogen ontmoeten, analyseert hij diens muziek. Met groot inzicht ontleedt hij enkele stukken, waarbij hij verbanden legt met de ritmiek van Stravinsky, het denken in klankblokken van Varèse, de instrumentatiekunst van Boulez en het gevoel voor klankkleur van Webern. Zappa’s verwantschap met Varèse wordt treffend geïllustreerd door een tekening van Paul van der Steen: een met pistool, gitaar en synclavier gewapende Zappa rijdt paardje op de van inspanning gebogen rug van zijn Frans-Amerikaanse voorbeeld.

Fank Zappa en Edgard Varèse (tekening Paul van der Steen)
Fank Zappa en Edgard Varèse (tekening Paul van der Steen)

Ook de andere vijftien tekeningen zijn bijzonder raak: Louis Andriessen met Igor Stravinsky achterop de fiets; Boulez staand op een operahuis met Olivier Messiaen aan zijn voeten; John Cage zittend aan een paddenstoelen spugende piano, waarvan één duidelijke overeenkomsten vertoont met Arnold Schönberg; Stockhausen als kortgebroekt jongetje dat gelukzalig via een  PlayStation vier helikopters in de lucht houdt.

Jammer dat de meesterlijke illustraties niet door de teksten heen zijn gestrooid, maar achterin op een kluitje zijn gegooid. Het oog wil ook wat tenslotte, en het lezen van 129 interviews, portretten, beschouwingen en recensies is geen sinecure, hoe goed en humoristisch geschreven ze ook zijn. Het 656 pagina’s tellende boek is daarbij zó nauw gebonden dat ik tijdens het lezen van de eerste vijftig stukken kramp in mijn handen kreeg van het opendrukken van de rug.

Maar hierover verder niet gezeurd. Van Andriessen tot Zappa is een prachtige bundel, die een mooi tijdsbeeld geeft van de ontwikkelingen in de hedendaagse muziek. Dat er maar twee vrouwelijke componisten in zijn opgenomen zoals Voermans zelf opmerkt, beschouw ik als een uitnodiging. Hoog tijd dat ik mijn vele interviews met componerende dames ook eens bundel. En vooruit, daarin dan ook twee mannen.

Erik Voermans: Van Andriessen tot Zappa
Deuss Music
Prijs € 19,99
Afmetingen 140 x 220 cm
Hard Cover. Genaaid gebrocheerd.
650 bladzijdes. 18 illustraties in kleur.
ISBN 9789 0824 0890 4