EYE Filmmuseum laat het revolutionaire jaar 1968 herleven. Maar was de vernieuwingsgolf al niet veel eerder begonnen?

Parijs, 10 mei 1968. Protesterende studenten geven straatstenen aan elkaar door.

1968 was niet alleen het jaar van de vliegende Parijse straatstenen. Het was ook het jaar van gewelddadige rassenrellen in Amerika, van Russische tanks in Praag, van activistische filmmakers en Tsjechisch surrealisme. Die indringende beelden, plus de door The Silverfaces vertolkte onovertroffen rock van die tijd, kwamen voorbij op de veelbelovende openingsavond van 1968: You Say You Want a Revolution. Een prachtig en groot opgezet programma met films en talkshows waarmee EYE Filmmuseum een maand lang de vijftigste verjaardag van dat magische jaar viert. Het jaar dat op deze plaats al eerder werd aangestipt. Zie de Godard-biopic Le Redoutable en de documentaire Het is gezien over Reve, vrijheid en kunst.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Van 26 april tot en met 25 mei waait ’68 door EYE met een breed en divers pakket voorstellingen. Van kritisch activistische documentaires tot Truffauts liefdesverhaal Baisers volés en Romero’s baanbrekende zombiefilm Night of the Living Dead. Films uit en over 1968. Aangevuld met debatten over brandende kwesties. In hoeverre was er sprake van een revolutie? Waar ging het om en wat beklijft? En wat kunnen we in Trump-tijden leren van de cinema van protest, activisme en de strijd om gelijke rechten?

Woede en euforie

Protest tegen rassenscheiding. Beeld uit Selma. (foto Paramount Pictures)

Ja, het was een onstuimig jaar, en niet alleen in Parijs. Dat werd op de openingsavond nog eens onderstreept. Filip Bloem stipte de strijd met de Tsjechische censuur aan. De in Amerika opgegroeide Tracy Metz herinnerde zich hoe gevoelens van woede en euforie hand in hand gingen. De hoop dat alles nu anders zou worden. Dit naast de schaamte die de (bijna rechtstreekse) televisiebeelden van de oorlog in Vietnam teweeg brachten. Roel Jansen, schrijver van het boek 1968: You Say You Want a Revolution, vertelde een ander, weinig bekend verhaal. Hoe in Mexico City het protest tegen de daar te houden Olympische Spelen bloedig werd onderdrukt.

In een persbericht stelt EYE dat het de geest wil onderzoeken van 1968 en de internationale lichting dwarse filmmakers die toen opstond. Inderdaad, als je die illustere verzameling van titels ziet zou je denken dat 1968 het jaar was waarin alles begon. Het is begrijpelijk dat 1968 de geschiedenis is ingegaan als sleutelmoment, symbool van die tijd. Maar was het eigenlijk niet zo dat het dat hele decennium al onrustig was? Dat het moment waarop de straatstenen in Parijs door de lucht vlogen eerder een climax dan een startsein was? Dat ook de filmische nieuwlichters zich al geruime tijd roerden?

Nouvelle vague

Frankrijk was al enige tijd het toneel van politiek onrust. In Amerika kwam het protest tegen de Vietnam-oorlog rond 1965 tot een hoogtepunt. Kijken we naar de filmwereld dan zien we in Amerika de macht van de grote studio’s in de jaren vijftig en zestig langzaam afbrokkelen. Elders was de meest invloedrijke breuk met de traditionele cinema – de ‘cinéma de papa’ – de befaamde ‘nouvelle vague’ in Frankrijk.

Het was een beweging van filmcritici die besloten hadden zelf te gaan regisseren en te kiezen voor een persoonlijke manier van films maken. Weg met alle regels! Films als Truffaut’s Les quatre cents coups (1959) en Renais’ Hiroshima mon amour (1959) bewezen onmiddellijk de vitaliteit van die beweging. Jean-Luc Godard, de beeldenstormende filmmaker die zich zou omvormen tot ‘militant maoïst’, debuteerde met zijn zeer invloedrijke A bout de souffle (1960). Veel films uit die jaren waren instant klassiekers die nog niets van hun vitaliteit hebben verloren.

Het was ook de tijd waarin documentairemakers dankzij lichte 16mm camera’s nieuwe vrijheid vonden. In Amerika kwam in de jaren zestig de ‘direct cinema’ op. Filmmakers wilden de gebeurtenissen zonder interviews of commentaar zo direct mogelijk vangen. Frederick Wiseman toonde Amerikaanse instituties zoals we die nog nooit zagen: Titicut Follies (1967), het in EYE te vertonen High School (1968) en Law and Order (1969). D.A. Pennebaker richtte zijn camera op de verkiezingen (Primary, 1960) en Bob Dylan (Don’t Look Back, 1967). Ook speelfilmmakers lieten zich vaak door dit hervonden realisme inspireren.

Geheel in de geest van die tijd had John Cassavetes in 1959 zijn beat-film Shadows al gedraaid als een jazz-improvisatie. Zijn in het EYE-programma opgenomen huwelijksdrama Faces (1968) is in alles het tegendeel van een gelikte Hollywood-productie.

Praagse Lente

Russische tanks maken einde aan de Praagse Lente.

Min of meer gelijktijdig met de Franse beweging zag ook in Tsjecho-Slowakije een ‘nouvelle vague’ het licht. Milos Forman, de latere regisseur van One Flew Over the Cuckoo’s Nest, zou de bekendste naam worden. Anderen, waaronder Vera Chytilova en Jan Svankmajer lieten een absurdistisch-surrealistische wind waaien. Typerend voor veel van die Tsjechische vrijbuiters. Dat alles al ruim voor de kortdurende politieke vrijheid van de Praagse Lente (januari – augustus 1968). Ook hiervoor heeft EYE een thema-avond ingeruimd.

Daarmee zijn de voorbeelden nog lang niet uitgeput. Al in 1962 hadden boze Duitse filmmakers op het toonaangevende festival van de korte film in Oberhausen ‘Papa’s Kino’ doodverklaard. In Nederland draaide Louis van Gasteren in 1966 zijn voor openbare vertoning verboden Omdat mijn fiets daar stond. Van 1965 tot 1967 daagde de Provo-beweging het regentendom uit met ludieke acties. Johan van der Keuken was een andere filmmaker die met zijn poëtische en later ook politieke documentaires in die jaren zijn inspiratie vond.

Disney

Dat die vernieuwingsdrang in de cinema al langer gaande was blijkt ook wanneer ik op Google het jaar 1960 intoets. Dan duiken filmtitels op als Antonioni’s L’Avventura, Hitchcock’s Psycho, het nieuwe Britse realisme van Karel Reisz met Saturday Night and Sunday Morning, Michael Powell’s Peeping Tom, Visconti’s Rocco e i Suoi Fratelli en uiteraard Godard’s A Bout de souffle.

Zo bezien vormen de films uit 1968 die EYE vertoont een tot de verbeelding sprekende steekproef uit een al langer lopende beweging. Die frisse wind was ook buiten de politieke en artistieke avant garde van invloed. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het in het programma opgenomen Jungle Book. De swingende animatie waarmee Disney een nieuwe standaard voor het genre zette.

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

If… van Lindsay Anderson.

Onder het door EYE uit de archieven opgediepte werk treffen we een aantal zelden vertoonde titels, zoals Symbiopsychotaxiplasm: Take One van William Greaves. Een ingenieuze film over een stel met relatieproblemen, waarin ook de rol van de regisseur ter discussie staat. Of Wajda’s Everything for Sale als voorbeeld van de onafhankelijke Poolse cinema uit die tijd. Daarnaast bekendere klassiekers, waaronder Lindsay Anderson’s anarchistische If…, over een gewelddadige opstand op een Britse kostschool en Polanski’s iconische horrorfilm Rosemary’s Baby. Titels die ik me herinner als films die we graag vertoonden in het in 1972 opgerichte Alkmaarse filmhuis waar ik aan meehielp.

2001

Thema-avonden met film en discussies zijn gewijd aan onder meer de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, het Vietnam-protest, Cuba en Che Guevara en de Praagse Lente. Ook staan later gemaakte films op het programma die 1968 terughalen. Selma (2014, over Martin Luther King) bijvoorbeeld, en Kundera’s The Unbearable Lightness of Being. In In the Intense Now blikt Joao Moreira Salles aan de hand van zeer persoonlijke beelden terug op de euforie rond Mao’s grote sprong voorwaarts, en op de latere dramatische gevolgen daarvan.

Heel mooi ook dat Kubricks indrukwekkende ruimtefilm 2001: A Space Odyssey in het programma is opgenomen. Op het eerste gezicht een vreemde eend in de bijt. Maar in 1968 wel een baanbrekend huzarenstuk dat filmtechnologische en stilistische hoogstandjes combineerde met een kritische blik op de technologie.

Ronald Simons, die het evenement samen met Anna Abrahams programmeerde, tipt 8 mei als een bijzondere avond rond Earthrise. Dit eerste kleurenbeeld van de aarde vanuit de ruimte gaf voeding aan de ecologische bewustwording. De inleiding door Vanina Saracino en performance van kunstenaar Bjørn Melhus worden gevolgd door de vertoning van Planet of the Apes. Apen heersen over de door mensen verwoeste aarde.

De slotfilm is Targets van Peter Bogdanovich, over een Vietnam-veteraan die een bloedbad aanricht in een drive-in bioscoop. Deze verwijzing naar de Amerikaanse obsessie voor filmsterren en wapens wordt vertoond in een passende ambiance. Als openluchtvoorstelling in de Tolhuistuin.

Goed om te weten Goed om te weten

1968: You Say You Want a Revolution, EYE Filmuseum Amsterdam, 26 april t/m 25 mei. 2001: A Space Odyssey draait aansluitend nog t/m 5 juni.

[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]

1 REACTIE

  1. Ik hou er een wat andere theorie op na. Ik denk dat de Cinémathèque Française en Henri Langlois een erg grote rol gespeeld hebben. Niet alleen bij de filmische opvoeding van de later Cahier schrijvers en Nouvelle Vague filmers. Maar als plek waar Amerikaanse films vertoond werden. En dan vooral Film noir. Low budget, snel gemaakt, zonder veel regels.

    Zie ook Melville, zijn low budget noirs. En de regisseurs van een generatie eerder. Becker is ook niet echt een big budget filmer. Die film noir invloed is goed terug te zien, bij de new wave filmers. Ze hebben bijna allemaal een noir hommage gemaakt.

    Gek eigenlijk dat de Cinémathèque helemaal niet genoemd wordt, De rellen rondom het afzetten van Henri Langlois waren ook precies in mei ’68 en horen integraal bij het verhaal…

Comments are closed.